Overslaan en naar de inhoud gaan
#Groepstructuur #Fiscale optimalisatie #Vennootschapsbelasting

Tijd om uw groepsstructuur fiscaal onder de loep te nemen?

22/01/2026 | Leestijd: 5 minuten
Joachim Janssen
Joachim Janssen
Partner Tax & Legal Services
Contact

De fiscale spelregels voor (multinationale) groepen blijven evolueren. Nieuwe incentives, strengere controles en bijkomende complianceverplichtingen maken het essentieel om uw groepsstructuur regelmatig te herevalueren. Welke optimalisaties zijn vandaag mogelijk en waar liggen de fiscale aandachtspunten?

​Bij de start van het nieuwe jaar is het een goed moment om terug te blikken op wat 2025 heeft gebracht voor Belgische en internationale groepen op het vlak van fiscaliteit. Tegelijk blijft de (inter)nationale fiscaliteit sterk in beweging. Dat vraagt van ondernemingen dat ze tijdig rekening houden met nieuwe regels en aandachtspunten rond compliance, fiscale optimalisatie, intragroeptransacties en overnames.

In dit artikel focussen we op de vraag welke fiscale optimalisatiemogelijkheden vandaag bestaan voor Belgische (sub)groepen en met welke recente fiscale aandachtspunten u best rekening houdt.

Fiscale optimalisatiemogelijkheden voor een lagere effectieve belastingvoet

Op groepsniveau wordt vaak geanalyseerd hoe de totale belastingdruk kan worden verlaagd. Minder belastinguitgaven betekenen immers meer beschikbare middelen voor investeringen, groei en strategische overnames. Hieronder lichten we enkele pistes toe waarmee ondernemingen hun totale belastingkost op Belgisch groepsniveau beheersbaar kunnen houden.

1. Groene investeringen blijven fiscaal interessant: de thematische investeringsaftrek

Sinds 2025 zijn de verschillende investeringsaftrekken grondig hervormd. Meer duiding hierover vindt u in dit artikel.

De investeringsaftrek levert ondernemingen een bijkomende fiscale aftrek op bovenop de jaarlijkse boekhoudkundige afschrijving. Om de overgang naar een groene en duurzame economie te stimuleren, kunnen kleine ondernemingen vanaf 2025 aanspraak maken op een thematische investeringsaftrek van 40% voor groene investeringen. Grote ondernemingen genieten vandaag van een aftrek van 30%, die zal worden opgetrokken naar 40% vanaf aanslagjaar 2027.

Aandachtspunten en tips

Breng de investeringen van 2025 en 2026 tijdig in kaart en analyseer welke investeringen binnen de groep in aanmerking komen.

Houd rekening met de aanvraagprocedure en bijkomende voorwaarden. Sommige investeringen vereisen bijvoorbeeld een voorafgaande energiestudie.

2. R&D-incentives: van technologieaftrek tot innovatieaftrek en 80% BV-vrijstelling

Groepsvennootschappen die investeren in onderzoek en ontwikkeling kunnen aanspraak maken op de technologieaftrek van 13,5%. Bij toepassing van de gespreide technologieaftrek, in lijn met de afschrijvingen, stijgt dit percentage tot 20,5%.

Wanneer R&D-activiteiten leiden tot auteursrechtelijk beschermde software of octrooien, kunnen de inkomsten daaruit bovendien in aanmerking komen voor de innovatieaftrek, waarbij tot 85% van de innovatie-inkomsten wordt vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Heeft de groep werknemers in dienst die actief betrokken zijn bij R&D, dan is ook de vrijstelling tot 80% van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing een belangrijke hefboom. Dit zorgt voor een onmiddellijk cashflowvoordeel en extra werkkapitaal.

Aandachtspunten en tips

  • Analyseer tijdig de mogelijkheden tot activering van R&D-kosten op de balans en de correcte toepassing van de technologieaftrek.
  • Onderzoek of de IP-inkomsten in aanmerking komen voor de innovatieaftrek en welke inkomsten precies kwalificeren. Een doordachte IP-structurering is hierbij cruciaal, zeker wanneer R&D wordt uitbesteed binnen de groep.
  • Documenteer en onderbouw de toepassing van de 80% BV-vrijstelling voor R&D-werknemers.

3. Fiscale groepsbijdrage tussen groepsvennootschappen (en mogelijke versoepeling)

De fiscale groepsbijdrage in de vennootschapsbelasting laat toe om het fiscaal verlies van een Belgische groepsvennootschap te compenseren met de winst van een andere Belgische groepsvennootschap. Zonder deze regeling betaalt de winstgevende vennootschap vennootschapsbelasting, terwijl het verlies bij de andere vennootschap mogelijk nooit wordt benut. Met een groepsbijdrage blijven de cashmiddelen binnen de groep.

Aan deze regeling zijn vandaag strikte voorwaarden verbonden, waaronder een rechtstreekse deelneming van minstens 90% gedurende vijf jaar. Interne herstructureringen zoals fusies, splitsingen of aandelenoverdrachten kunnen deze voorwaarden doorkruisen.

Volgens recente beleidsintenties zou de regeling versoepeld worden. Zo zouden ook nieuw opgerichte vennootschappen met opstartverliezen en deelnemingen vanaf 75% in aanmerking kunnen komen. Deze versoepeling is echter nog afhankelijk van definitieve wetgeving.

Aandachtspunten en tips

Analyseer tijdig of een fiscale groepsbijdrage mogelijk is en aan welke voorwaarden moet worden voldaan.

Evalueer de impact van herstructureringen en acquisities op de toepasbaarheid van de groepsbijdrage, zowel vandaag als in de toekomst.

4. Optimalisaties via een correct en onderbouwd transfer pricing-beleid

Holdingvennootschappen financieren vaak de verdere expansie van de groep via externe leningen. Holdings met beperkte substantie ontvangen doorgaans weinig of geen belastbare inkomsten, terwijl de interestlasten hoog kunnen oplopen. Dit kan leiden tot structurele verliezen op holdingniveau zonder onmiddellijke fiscale optimalisatie op groepsniveau.

Wanneer een fiscale groepsbijdrage geen oplossing biedt, kan het aangewezen zijn om de functionaliteit en substantie van de holding te herbekijken. Een actieve holding die strategische of managementdiensten verricht, kan hiervoor een marktconforme vergoeding aanrekenen. Deze vergoedingen zijn in principe aftrekbaar bij de operationele vennootschappen en belastbaar bij de holding.

Correcte transfer pricing-documentatie en voldoende substantie op holdingniveau blijven hierbij essentieel.

Fiscale aandachtspunten voor groepen van vennootschappen

1. Is uw financieringsstructuur voldoende onderbouwd?

In 2025 besteedde de fiscus opnieuw verhoogde aandacht aan intragroepfinanciering en substantievereisten. Discussies gaan vaak over:

  • het gebrek aan onderbouw en documentatie van intragroepinterestvoeten;
  • cashpoolingregelingen die worden geherkwalificeerd als langlopende leningen;
  • de weigering van interestaftrek bij kunstmatige structuren, zoals debt push-downs of schuldgefinancierde dividenduitkeringen. Meer hierover leest u hier.

Rechtspraak bevestigt dat de fiscus niet alleen de interestvoet, maar de volledige financieringsstructuur analyseert. Zie ook ons ander artikel hierover.

Aandachtspunten en tips

  • Documenteer bij aanvang van de lening steeds het zakelijke doel en het marktconforme karakter.
  • Evalueer of cashpoolposities geen structurele leningen vormen.
  • Analyseer tijdig de impact van wijzigingen in de groepsstructuur op het financieringsbeleid.

2. Fiscale beperkingen op de aftrekbaarheid van financieringskosten

Zelfs bij correct onderbouwde intragroepfinanciering is de interestaftrek niet onbeperkt. De Belgische thin cap-regel beperkt de aftrek van netto-interestkosten tot het hoogste van 3 miljoen euro of 30% van de fiscale EBITDA. Meer achtergrond vindt u hier.

Voor groepen met meerdere Belgische vennootschappen moet dit plafond verdeeld worden. Interne financieringsvennootschappen hebben vaak beperkte aftrekcapaciteit, wat kan leiden tot niet-aftrekbare interestkosten.

Aandachtspunten en tips

  • Analyseer tijdig de impact van de thin cap-regel op groepsniveau.
  • Vermijd verrassingen bij het indienen van de vennootschapsbelastingaangifte.
  • Houd ook rekening met gelijkaardige regels in andere EU-landen.

3. Is uw holdingstructuur voldoende onderbouwd?

De fiscus focust steeds sterker op dividend-, interest- en royaltystromen naar vennootschappen met weinig of geen substantie. Op basis van de anti-misbruikbepaling en het beneficial ownership-concept kunnen vrijstellingen van roerende voorheffing of de DBI-aftrek worden geweigerd.

Ook Europese rechtspraak is hierbij relevant. In de Nordcurrent-zaak bevestigde het Hof van Justitie dat niet alleen het moment van de uitkering, maar ook de voorafgaande zakelijke motieven en activiteiten relevant zijn. Tegelijk kan een structuur die initieel legitiem was, later alsnog als kunstmatig worden beschouwd.

Aandachtspunten en tips

  • Documenteer voorafgaand de zakelijke redenen voor de opzet van holding- en financieringsstructuren.
  • Evalueer of elke vennootschap over voldoende relevante substantie beschikt.
  • Actualiseer de documentatie bij strategiewijzigingen of herstructureringen.

4. Verlies geen deadlines uit het oog

Voor Belgische (sub)groepen gaat fiscale compliance verder dan de jaarlijkse aangifte vennootschapsbelasting. Denk onder meer aan:

Tot slot

Heeft u vragen over één van bovenstaande onderwerpen of wenst u uw groepsstructuur fiscaal te laten screenen? Neem dan contact op met onze experten of met uw vertrouwde contactpersoon bij Moore.

#Groepstructuur #Fiscale optimalisatie #Vennootschapsbelasting