Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #HR Legal #Corona #Premie #Verlof

Wat brengt 2021 op sociaalrechtelijk vlak?

maandag 04/01/2021
Wat brengt 2021 op sociaalrechtelijke vlak

In 2020 hebben we veel nieuwe regelgeving op korte termijn zien ontstaan. Zo werd de Corona werkloosheid in een aantal dagen uitgewerkt, zag het Corona ouderschapsverlof het licht en ontstonden tal van premies en tegemoetkomingen om de gevolgen van de Coronacrisis op te vangen.

Hopelijk kunnen we dit door Corona doordrenkt 2020 stilaan een beetje achter ons laten en uitkijken naar een beter 2021. Wat mogen we dit jaar verwachten op sociaalrechtelijk vlak? We zoomen hieronder in op een aantal nieuwheden.

Compensatieregeling gelijkstelling vakantie

In het pre-Corona tijdperk werden enkel de dagen economische werkloosheid en niet de tijdelijke werkloosheid op grond van overmacht gelijkgesteld met prestaties voor de berekening van het vakantiegeld in het volgende jaar. Hierin werd al snel verandering gebracht door de periode van Corona werkloosheid, die als een overmacht aanzien wordt, gelijk te stellen voor de berekening van het vakantiegeld. 

Deze gelijkstelling gold aanvankelijk enkel voor de periode van 1 februari tot 30 juni 2020, maar werd later verlengd tot 31 augustus 2020. Op 31 december 2020 werd ook de gelijkstelling van de dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht als gevolg van de Coronapandemie die in de periode van 1 september tot en met 31 december 2020 vallen, gelijkgesteld met gewerkte dagen voor de vaststelling van het aantal vakantiedagen en het vakantiegeld in 2021.

Voor werkgevers die veel gebruik gemaakt hebben van de Coronawerkloosheid, brengt dit een verzwaring van de kostprijs met zich mee. Terwijl de werkgever geen loon moet betalen voor de dagen Coronawerkloosheid, dient voor de bedienden wel rekening gehouden te worden met een kostprijs van 15,67% op het gelijkgestelde loon omwille van enerzijds de gelijkstelling voor de berekening van het aantal dagen vakantie in 2021 en anderzijds de betaling van het dubbel vakantiegeld ten belopen van 92 % van een maandwedde in de maand mei of juni.

Om tegemoet te komen in deze loonkost, ging de overheid akkoord een deel van die kost te compenseren. Voor de bedienden zal de werkgever kunnen genieten van de compensatieregeling. Voor de arbeiders is het de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie die een toelage zal krijgen ter compensatie van de kost van de gelijkstelling van de perioden van tijdelijke werkloosheid wegens Corona.

De omvang van deze tegemoetkoming hangt af van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid van de werkgever in het tweede kwartaal 2020. Hoe meer een werkgever beroep gedaan heeft op de Corona werkloosheid, hoe groter de compensatie zal zijn.

De werkgever zal voor deze tegemoetkoming geen specifieke aanvraag moeten doen. De RSZ berekent de compensatie en zal deze in mindering brengen van de sociale zekerheidsbijdragen van het tweede kwartaal van 2021. Mocht de tegemoetkoming hoger zijn dan de te betalen sociale zekerheidsbijdragen in het tweede kwartaal van 2021, wordt het ongebruikte krediet in mindering gebracht van de volgende kwartalen.

De compensatieregeling wordt enkel berekend voor ondernemingen die minimum 10% Corona werkloosheid gekend hebben in het tweede kwartaal van 2020. In ondernemingen die tussen 10% en 20% Corona werkloosheid kenden in Q2/2020, bedraagt de compensatie 33%.  In ondernemingen die tussen 20% en 50% Corona werkloosheid kenden in Q2/2020, bedraagt de compensatie 66%. En in de ondernemingen met meer dan 50% Corona werkloosheid in Q2/2020, bedraagt de compensatie 100%.

Dit percentage zal vervolgens worden toegepast in een formule op basis van het totale aantal dagen Corona werkloosheid tijdens het tweede, derde en vierde kwartaal 2020.

De compensatieregeling werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 december 2020.

De compensatieregeling geldt momenteel enkel voor het vakantiejaar 2021. De Corona  werkloosheid blijft voorlopig nog mogelijk tot einde maart 2021. Of deze periode van Corona werkloosheid eveneens gelijkgesteld wordt voor de vakantie van 2022 en of hiervoor ook een compensatieregeling zal gelden, is nog onduidelijk.  

Vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen aanwerving eerste werknemer

Voor aanwerving van een eerste werknemer tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 kenden we in België een quasi volledige vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen voor de werkgever. Op deze manier wil men ‘nieuwe’ werkgevers stimuleren om personeel aan te werven.  Het regeerakkoord van 29 september 2020 voorziet in een verlenging van de vrijstelling in 2021.

In de loop van 2021 wil men de regeling in samenspraak met de sociale partnersevalueren wat mogelijks kan leiden tot een aanpassing. De bedoeling is om het systeem te vereenvoudigen en te automatiseren, maar ook om misbruik tegen te gaan. 

Interessant aan deze doelgroepvermindering is dat de aanwerving van een eerste werknemer volledig is vrijgesteld van patronale bijdragen en dit voor onbepaalde duur. De vrijstelling heeft betrekking op het basistarief, dat momenteel 25 % bedraagt. Naast dit basistarief dienen nog bepaalde bijzondere en/ of sectorale bijdragen betaald te worden. Bij de tewerkstelling van een bediende gaat het om enkele luttele percentages. In geval van tewerkstelling van arbeiders kan dit afhankelijk van de sector waar men werkzaam is, nog wel een stuk hoger liggen. In ieder geval gaat het om een belangrijke kostenbesparing voor de werkgever.

Per kwartaal kan men als werkgever kiezen voor welke werknemer men de volledige vrijstelling wil genieten. Indien u als werkgever bijvoorbeeld zes maanden na de aanwerving van een deeltijdse ‘goedkopere’ werknemer, een voltijdse ‘duurdere’ werknemer aanwerft, kan u ervoor kiezen om de volledige vrijstelling van de eerste aanwerving te laten toepassen op de ‘dure tweede’ werknemer, en de vermindering voor de tweede aanwerving te genieten op de ‘goedkopere eerste’ werknemer.

De verlenging van de vrijstelling van eerste aanwerving is momenteel nog niet in wetgeving gegoten en zal dus maar definitief zijn na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Uitbreiding geboorteverlof

Momenteel heeft elke werknemer die vader (of tweede ouder) wordt, het recht om 10 dagen van het werk afwezig te zijn naar aanleiding van de geboorte van zijn kind. Dit recht op 10 dagen geboorteverlof geldt ongeacht het arbeidsregime waarin de werknemer is tewerkgesteld (voltijds of deeltijds) en ongeacht of het gaat om de geboorte van één kind of een meerling. Deze tien dagen mogen vrij worden gekozen door de werknemer binnen de 4 maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling.

Voor de eerste drie dagen van het geboorteverlof behoudt de werknemer zijn loon ten laste van zijn werkgever. Voor de volgende zeven dagen van het vaderschapsverlof ontvangt de werknemer een uitkering van de mutualiteit.

De programmawet van 20 december 2020 voorziet in de verhoging van de maximumduur van het geboorteverlof van 10 naar 15 dagen voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2023 wordt dit nog eens verhoogd naar 20 werkdagen.

De eerste 3 dagen blijven ten laste van de werkgever. Voor de volgende 12 dagen krijgt de werknemer een uitkering van de mutualiteit, die gelijk is aan 82% van het begrensd loon.  Vanaf 2023 worden de eerste 3 dagen betaald door de werkgever en de volgende 17 dagen door de mutualiteit.

Verlenging geldigheidsduur diverse cheques

De geldigheidsduur van de maaltijd-, eco-, en geschenkcheques, die in de periode van 1 november 2020 tot en met 31 maart 2021 aflopen, wordt met zes maanden verlengd. De sport- en cultuurcheques, die op 30 september 2020 zijn verlopen en waarvan de geldigheidsduur reeds een eerste keer werd verlengd tot 31 december 2020, worden opnieuw verlengd tot 30 september 2021. Ook de geldigheidsduur van de consumptiecheques wordt verlengd tot 31 december 2021. 

Net als tijdens de eerste lockdown is deze maatregel bedoeld om de begunstigden van cheques toe te laten deze langer dan voorzien, met name na afloop van de lockdownperiode, te gebruiken en om de ondernemingen toe te laten om ze langer dan voorzien te aanvaarden.

Uitvoering regeerakkoord

Voor het overige is het nog wachten op de verdere uitvoering van de overige engagementen uit het regeerakkoord. Zullen we in 2021 een mobiliteitsbudget krijgen voor alle werknemers, ook diegenen zonder bedrijfswagen? Zal er effectief meer flexibiliteit komen in de manier waarop we met arbeidsduur omgaan post-Corona? De toekomst zal het moeten uitwijzen!

Neem contact op met één van onze adviseurs
Saskia Lombaerts
Saskia Lombaerts
Director Tax & Legal