Overslaan en naar de inhoud gaan

Wat is er nieuw voor uw vennootschap vanaf januari 2020?

dinsdag 17/12/2019
Wat is er nieuw voor uw vennootschap op 1 januari 2020

Op 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (het « WVV ») in werking getreden. Dit nieuwe wetboek was onmiddellijk van toepassing op al de nieuwe vennootschappen die na 1 mei 2019 werden opgericht.

Het WVV voorziet een gefaseerde inwerkingtreding wat betreft de vennootschappen die reeds vóór 1 mei 2019 bestonden. Deze gefaseerde inwerkingtreding houdt met name in dat de dwingende bepalingen van het WVV vanaf 1 januari 2020 ook op alle bestaande vennootschappen van toepassing zal zijn. U krijgt evenwel de tijd tot 1 januari 2024 om uw statuten in overeenstemming te brengen met het WVV (al kunnen er redenen zijn om dit toch al eerder te doen, zoals wij in een eerder artikel aangaven).

De dwingende bepalingen van het WVV zijn echter van toepassing vanaf 1 januari 2020, ook al wijken uw statuten hiervan af. Vraag is dan ook welke deze dwingende bepalingen zijn. Hier moeten we aangeven dat de wet zelf geen duidelijke lijst van dwingende bepalingen bevat. Doch de memorie van toelichting bij het wetsontwerp omvat een niet-exhaustieve lijst die toch al een duidelijk indicatie heeft.

In dit artikel geven wij een overzicht van een aantal dwingende bepalingen waar u vanaf 1 januari 2020 niet omheen kunt.

Vermeld de juiste rechtsvorm van uw vennootschap

Het WVV snoeit aanzienlijk in het aantal vennootschapsvormen waarbij er vier rechtsvormen overblijven: de besloten vennootschap (BV), de naamloze vennootschap (NV), de coöperatieve vennootschap (CV) en de maatschap. Deze laatste heeft als bijkomende varianten de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CommV).

De nieuwe benamingen van de vennootschapsvormen en hun afkortingen gelden vanaf begin 2020. Zo zal de term BVBA tot het verleden behoren aangezien de BVBA automatisch in een BV verandert.

Onduidelijker is de situatie van de ‘oneigenlijke’ CVBA (de CVBA die niet voldoet aan het coöperatieve gedachtengoed). Deze vennootschappen worden op 1 januari 2024 van rechtswege omgezet in een BV en worden tot dan beheerst door de oude regels uit het Wetboek van vennootschappen, maar vallen vanaf 1 januari 2020 wel reeds onder de dwingende regels uit het WVV. Hieromtrent heeft de minister van justitie recent het standpunt ingenomen dat zij tot hun effectieve omzetting in een andere rechtsvorm de benaming CVBA mogen blijven hanteren.

Vanaf 1 januari 2020 dienen dan ook de nieuwe benamingen van de vennootschapsvormen vermeld te worden in alle documenten die uitgaan van de vennootschap. Denk hierbij aan briefpapier, facturen, maar ook de reclame op bedrijfswagens. Er staan geen boetes op indien deze naamswijziging niet onmiddellijk gebeurt, maar het is van belang hier rekening mee te houden indien bvb. nieuw briefpapier wordt besteld. Voor de hoofding van facturen die elektronisch worden uitgereikt zou dit in principe wel op korte termijn in orde dienen te worden gebracht.

Verplichte aanpassing conform WVV bij statutenwijziging

De overgangsregeling inzake de inwerkingtreding van het WVV voorziet dat elke vennootschap die na 1 januari 2020 overgaat tot een statutenwijziging verplicht wordt om ter gelegenheid van deze statutenwijziging de statuten ook in overeenstemming te brengen met het WVV. Deze verplichting geldt niet indien de statutenwijziging voortvloeit uit de toepassing van het toegestane kapitaal, uitoefening van warranten of conversie van converteerbare obligaties.

De bestuurders van de vennootschap zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade geleden door de vennootschap of door derden ten gevolge van het niet naleven van deze verplichting.

Zorg dat uw bestuursorgaan correct is samengesteld

Onder het WVV is het niet langer toegestaan in meer dan één hoedanigheid te zetelen in één raad van bestuur. In het verleden werd er in heel wat kleinere ondernemingen immers vaak voor geopteerd om één en dezelfde persoon te laten zetelen, zowel als natuurlijke persoon, en als vaste vertegenwoordiger van een bestuurder-rechtspersoon.

Naast voormeld cumulverbod, voert het WVV een cascadeverbod in. Dit houdt in dat een bestuurder-rechtspersoon onmiddellijk een natuurlijke persoon dient aan te stellen als vaste vertegenwoordiger, en het dus expliciet verboden wordt om een managementvennootschap als vaste vertegenwoordiger aan te stellen, die dan op haar beurt een natuurlijke persoon als vaste vertegenwoordiger aanstelt.

Tenslotte verplicht het WVV ook de dagelijks bestuurder om een vaste vertegenwoordiger aan te stellen, wat in het verleden niet het geval was.

Dit betekent dat heel wat raden van bestuur vanaf 1 januari 2020 niet langer correct zijn samengesteld. Het risico bestaat dat beslissingen genomen door een niet geldig samengestelde raad van bestuur kunnen worden nietig verklaard.

Hanteer de juiste procedures wanneer u een tegenstrijdig belang hebt

Het WVV brengt een aanzienlijke wijziging in de procedure die van toepassing is indien een bestuurder een tegenstrijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft. Dit is het geval wanneer een bestuurder een overeenkomst sluit met de vennootschap (bvb. een huurovereenkomst).

Waar de betrokken bestuurder vroeger aan de beslissing mocht deelnemen, dient hij zich onder het nieuwe WVV te onthouden. Wanneer alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben, moet de beslissing daarenboven genomen worden door de algemene vergadering. Tevens moeten de notulen waarbij de beslissing wordt goedgekeurd de nodige verantwoording bevatten.

Wees voorzichtig bij uitkeringen uit uw BV

Binnen de BV werd het kapitaal afgeschaft. Teneinde de schuldeisers van de vennootschap toch de nodige bescherming te bieden, werden in de BV dan ook strikte regels ingevoerd die van toepassing zijn op elke uitkering van het eigen vermogen van de vennootschap.

In het bijzonder voorziet het WVV in een dubbele test. Enerzijds moet u nagaan of het netto-actief van uw vennootschap niet negatief is, of door deze uitkering niet negatief zou worden (netto-actieftest). Anderzijds moet het bestuursorgaan nagaan of de vennootschap, volgens redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, in staat blijft haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste twaalf maanden na de uitkering (liquiditeitstest).

De bestuurders dragen de verantwoordelijkheid voor deze dubbele test en kunnen dan ook hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden indien een te hoog bedrag werd uitgekeerd. Het valt dan ook aan te bevelen bij uitkeringen na 1 januari 2020 de nodige omzichtigheid aan de dag te leggen.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Carl Boudewyn
Carl Boudewyn
Senior Manager Tax & Legal Services
Bert Lutin
Bert Lutin
Partner Tax & Legal Services