Overslaan en naar de inhoud gaan
#Cafetariaregeling #Btw #Belastingen

Nieuwe btw-cafetariaregeling vanaf 2017!

dinsdag 27/09/2016
two coffees

Bepaalde vrijgestelde belastingplichtigen zonder winstoogmerk genieten momenteel reeds van de “cafetariaregeling”, dewelke een btw- tolerantie betreft waardoor de cafetaria mee onder hun btw –vrijgesteldeactiviteit valt. Vanaf 2017 wijzigen echter de voorwaarden van deze administratieve regeling.

Situering van de problematiek

Het verschaffen van spijzen en dranken voor het verbruik ter plaatse (= de uitbating van een cafetaria) is een dienst die aan de btw is onderworpen in hoofde van de persoon die deze activiteit verricht. De belastbaarheid van deze activiteit staat los van de vraag naar het winstoogmerk ervan.

In essentie heeft de uitbating van een cafetaria niets te zien met de van btw vrijgestelde activiteiten zoals die zijn bedoeld in art. 44 §2 W.BTW. Echter, het belasten van de ‘cafetaria-activiteiten’ in hoofde van dergelijke vrijgestelde btw-belastingplichtigen zou tot ongewilde en te complexe situaties kunnen leiden. De btw-administratie voorziet in een ‘administratieve tolerantie’ waarbij, mits het naleven van bepaalde voorwaarden, dergelijke uitbating van een cafetaria ook van btw wordt vrijgesteld. De btw- administratie heeft nu een beslissing gepubliceerd waarin deze voorwaarden lichtjes worde gewijzigd.

Bestaande cafetariaregeling (tot 31 december 2016)

De huidige regeling vindt haar oorsprong in het antwoord op een parlementaire vraag. Hierbij werd de vraag gesteld of het nuttigen van een versnapering bij het bezoek aan musea, dierentuinen, plantentuinen, … moet worden aanzien als een bijkomstigheid bij de hoofdhandeling (het bezoek) en dus ook is vrijgesteld van btw.

De minister antwoordde toen dat hoewel de uitbating van een cafetaria in principe aan de btw is onderworpen, de btw-administratie evenwel heeft beslist dat wanneer in een museum, (natuur)monument, dierentuin of plantentuin door de exploitant van deze instelling ook een cafetaria wordt geëxploiteerd, het verschaffen van spijzen en dranken in de cafetaria als een dienst m.b.t. het bezoek zelf dient te worden beschouwd, dewelke dus ook van btw is vrijgesteld. Hiertoe dienen echter wel een aantal voorwaarden te worden nagekomen:

  • de cafetaria is slechts toegankelijk voor personen die de instelling effectief bezoeken, ongeacht de aard van het bezoek (al dan niet geleide bezoeken, individuele bezoeken, groepsbezoeken, …). Dit impliceert dat er geen directe toegang bestaat van buiten de instelling naar het cafetarialokaal én dat dit lokaal uitsluitend gedurende de openingsuren van de instelling toegankelijk is;
  • de exploitant kan geen andere belastbare werkzaamheden uitoefenen en mag enkel “lichte maaltijden” verschaffen in de cafetaria;
  • de ontvangsten van de cafetaria mogen geen concurrentieverstoring veroorzaken en moeten dus relatief gering blijven in vergelijking met de totale ontvangsten. Hiertoe was de btw-administratie van mening dat in de praktijk aan deze voorwaarden voldaan was wanneer de ontvangsten van de cafetaria-activiteit het bedrag van € 5.580 (nu €25.000) niet overschrijden, of wanneer dit bedrag toch werd overschreden het ten hoogste 10% van de globale vrijgestelde ontvangsten van de exploitant bereikt.

Indien één of meerdere van deze voorwaarden niet vervuld zijn, zijn alle ontvangsten van de cafetaria aan de btw onderworpen, tenzij de vrijstelling voor kleine ondernemingen nog kan worden toegepast .

Wanneer de exploitatie van de cafetaria echter aan een derde in concessie wordt gegeven, moet deze uitbater zijn handelingen volgens de normale regels aan de btw onderwerpen.

Volgens de minister kan deze administratieve tolerantieregeling worden toegepast op meerdere situaties die zijn beoogd in art. 44 §2 WBTW, nl. voor:

  • ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria;
  • exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding;
  • musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen;
  • organisatoren van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, concerten of conferenties.

Het spreekt voor zich dat om in deze situaties de hier bedoelde administratieve tolerantie te kunnen toepassen, de basisvoorwaarden voor de onderscheiden vrijstellingen ook cumulatief moeten vervuld zijn.

Nieuwe cafetariaregeling vanaf 2017

Onder de (ver)nieuw(d)e regeling blijft als uitgangspunt uiteraard behouden dat de uitbating van een drank- of eetgelegenheid van btw blijft vrijgesteld mits deze uitbating bijkomstig is bij de vrijgestelde handelingen en de toepassingsvoorwaarden cumulatief zijn voldaan:

  • De uitbating van de drank- of eetgelegenheid gebeurt door een btw-belastingplichtige wiens handelingen worden beoogd door volgende btw- vrijstellingen:

    • ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen of dergelijke instellingen;
    • instellingen die bejaardenzorg of de gehandicaptenzorg tot doel hebben (belangrijke nieuwe toevoeging t.o.v. huidige regeling);
    • exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding ;
    • exploitanten van musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen;
    • organisatoren van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, concerten of conferenties.
       
  • De exploitatie van de cafetaria gebeurt op de site van de inrichting waar de vrijgestelde handelingen worden verricht;
     
  • De vrijgestelde hoofdhandelingen vormen een overwegend deel van de door de betrokken inrichting verrichten handelingen. Dit betekent dat het totaalbedrag van de vrijgestelde handelingen groter is dan het totaalbedrag van de overige verrichte belaste evenals vrijgestelde handelingen (met inbegrip van de drank- of eetgelegenheid). Ook dit is een belangrijke uitbreiding, want bovengenoemde belastingplichtige die naast de cafetaria nog een andere aan btw onderworpen bijkomende activiteit ontwikkelen, kunnen nu ook in aanmerking komen voor deze tolerantie;
     
  • De drank- of eetgelegenheid is slechts toegankelijk voor personen die eveneens afnemer zijn van de bedoelde vrijgestelde diensten, hun bezoekers of genodigden, en voor het personeel van die inrichting. Deze voorwaarde is voldaan wanneer de drank- of eetgelegenheid niet toegankelijk is buiten de openingsuren van de inrichting én niet rechtstreeks toegankelijk is van buiten af. Eventueel kan het voldoen van deze voorwaarde ook nog worden aangetoond aan de hand van andere feitelijke elementen;
     
  • De ontvangsten uit de uitbating van de drank- en eetgelegenheid bedragen niet meer dan 10% van de omzet van de vrijgestelde handelingen van de betrokken inrichting. Een éénmalige overschrijding met 10% (dus tot maximum 11%) van de omzet per periode van vijf opeenvolgende kalenderjaren wordt hier buiten beschouwing gelaten (er is dus geen sprake meer van de drempel voor de kleine ondernemingsregeling, noch van enige restrictie betreffende concurrentieverstoring). 

In vergelijking met de bestaande regeling maakt het onder de nieuwe regeling niet meer uit wat de aard is van de geserveerde maaltijden, noch dat de betrokken inrichting ook belaste werkzaamheden verricht.

Wanneer aan één van de voormelde voorwaarden niet langer is voldaan, vervalt de tolerantie vanaf het volgende kalenderjaar.

Niet verwarren met de organisatie van eetfestijnen voor financiële steun

Bovenstaande regeling is een administratieve regeling of tolerantie waarbij de belaste activiteit van de uitbating van een drank- of eetgelegenheid als het ware door de opgesomde btw- vrijstellingen wordt opgeslorpt. Deze administratieve regeling mag niet verward worden met de wettelijk voorziene vrijstelling voor werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun m.b.t. bepaalde vrijgestelde activiteiten worden georganiseerd. Het btw-wetboek bepaalt immers dat de leveringen van goederen en de diensten die worden verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun m.b.t. bepaalde van btw vrijgestelde activiteiten zijn georganiseerd, van btw zijn vrijgesteld (bv. door een sportclub, theatergezelschap, …). Onder deze btw- vrijstelling worden in principe enkel uitzonderlijke opbrengsten beoogd uit activiteiten die geen commerciële werkzaamheid mogen vormen die tot concurrentie kunnen leiden. We denken hierbij bv. aan het jaarlijks eetfestijn, jaarlijkse mosselsouper, taartenverkoop, …

Vrijstelling: geen recht op aftrek van btw

De uitbreiding van de bovenstaande administratieve tolerantie heeft wellicht tot gevolg dat meer drank- of eetgelegenheden in een dergelijk kader van de btw-vrijstelling kunnen genieten. Dergelijke vrijstellingen hebben echter als keerzijde van de medaille dat de activiteit geen (of niet langer) recht op aftrek van btw tot gevolg heeft. Zo wordt mogelijkerwijs door de uitbreiding niet alleen toekomstig recht op aftrek verloren, maar kan dit ook nog leiden tot een herziening van de btw op in het nabije verleden gedane kosten/investeringen. De administratieve tolerantie definieert een aantal omstandigheden waarbinnen de exploitatie van een drank- of eetgelegenheid van btw is vrijgesteld; dit is geen keuzestelsel. Enige mogelijkheid om een ongewenste toepassing van de vrijstelling te vermijden is er voor te zorgen dat één of meerdere toepassingsvoorwaarden niet voldaan zijn.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Karolien Vanmeerhaeghe
Karolien Vanmeerhaeghe
Senior Manager Tax & Legal Services
Bert Derez
Bert Derez
Partner Tax & Legal Services