Overslaan en naar de inhoud gaan
#Corona #Buitenland #Belastingen #Overmacht #Dubbelbelastingverdrag

Minder dagen dan gepland in het buitenland. Wat met fiscaliteit van mijn vergoeding?

donderdag 19/03/2020
Internationale tewerkstelling

In een internationale context vormt de fysieke plaats van tewerkstelling een belangrijk beoordelingspunt om te bepalen welk land belasting mag heffen over de toegekende vergoeding. 

Het is duidelijk dat aan werknemers meer en meer de vraag gesteld wordt om van thuis uit te werken. Dat komt er concreet op neer dat in een internationale context, de belastingheffing over de ontvangen vergoeding eerder zal verschuiven van het initiële ‘werkland’ naar het ‘woonland’. 

In de meeste gevallen wordt in zo’n geval gewerkt met een zogenaamde ‘tax equalisation’. De problematiek wordt verschoven naar de werkgever en de financiële impact op de werknemer blijft beperkt. 

Belangrijk is wel om de nodige aanpassingen door te voeren in de loonlijsten zodat de juiste bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden. 

Het ziet er niet naar uit dat er een fiscale tolerantie zal doorgevoerd worden om hogervermelde impact te vermijden, behalve dan voor wat betreft Franse grensarbeiders en Belgen die in Luxemburg (vice versa) werken (zie hierna). De dubbelbelastingverdragen zijn op dat vlak duidelijk. Een aanpassing in België alleen zou bovendien niet volstaan. Hiervoor is een internationale aanpak nodig.

  • Belgische grensarbeiders die in Luxemburg werken, kennen de 24-dagenregeling, een tolerantie binnen het dubbelbelastingverdrag tussen België en Luxemburg (vice versa). Deze regeling voert een tolerantie in waardoor een (Belgische) grensarbeider, die zijn beroepsactiviteit gedurende maximum 24 dagen uitoefent buiten de staat waar hij gewoonlijk werkt (Luxemburg), toch volledig belastbaar blijft in laatstgenoemde staat (Luxemburg). Concreet wordt het de Belgische werknemer toegestaan om maximaal 24 dagen in België te werken, zonder dat deze dagen in België worden belast. Het dubbelbelasting-verdrag bevat een lijst met gevallen waarbij geen enkele dag mag worden meegeteld voor het toepassen van de 24-dagenregeling. Daar wordt onder meer het geval van overmacht vermeld. De Belgische en Luxemburgse autoriteiten zijn van oordeel dat de Coronacrisis een dergelijk geval van overmacht vormt. Bijgevolg werd beslist dat met ingang van zaterdag 14 maart 2020, de aanwezigheid van een grensarbeider in zijn woonplaats (België, met name om daar te telewerken) niet in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de 24 dagenregel. Deze maatregel is tot nader order van toepassing.
  • Franse grensarbeiders (Fransen die in België werken) kennen de 30-dagenregeling. Het gaat om werknemers die uiterlijk op 31/12/2011 in de Franse grensstreek wonen en in de Belgische grensstreek werken. Gedurende de periode van 2012 tot 2033 worden zij belast in hun woonstaat, Frankrijk, en niet in de werkstaat, België, indien bepaalde voorwaarden vervuld zijn, waaronder de 30-dagenregeling. Franse grensarbeiders mogen niet meer dan 30 dagen per jaar een activiteit buiten de Belgische grenszone uitoefenen. Het aanvullend Protocol bij het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk bevat een lijst met gevallen - waarin de grensstreek wordt verlaten - die buiten beschouwing blijven voor de toepassing van de zogenaamde 30-dagen regel. Daar komt onder meer het geval van overmacht in voor. De Belgische en Franse autoriteiten zijn van oordeel dat de Coronacrisis voldoet aan alle kenmerken van een geval van overmacht. Aldus werd beslist dat met ingang van zaterdag 14 maart 2020, de aanwezigheid van een Franse grensarbeider in zijn woonplaats in Frankrijk (met name om daar te telewerken) niet in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de termijn van 30 dagen. Deze maatregel is tot nader order van toepassing. 

Tenslotte zou telewerken ook een impact kunnen hebben op de sociale zekerheid van werknemers die grensoverschrijdend werken. De EG-Verordening nr. 883/2004 regelt de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels en bepaalt dat een werknemer die woont in de ene lidstaat en werkt in de andere lidstaat sociaal verzekerd is in het werkland. In geval van een substantiële activiteit in het woonland (d.w.z. minstens 25% van de arbeidstijd), zal de werknemer sociaal verzekerd zijn in het woonland. Aangezien op vandaag van werknemers wordt gevraagd om van thuis uit te werken, kan dit leiden tot een wijziging van de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving. Het zou immers kunnen dat de werknemer door het telewerk een substantiële activiteit zal verrichten in het woonland, waardoor het woonland ineens de bevoegde lidstaat inzake sociale zekerheid wordt.

Gezien de uitzonderlijke situatie werd er beslist dat de periodes van telewerk die op Belgisch grondgebied door werknemers  worden verricht niet in aanmerking zullen genomen worden voor de beoordeling van de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving. De neutralisatie van de gewerkte telewerkperiodes als gevolg van het Coronavirus zal de betrokken werknemers en bedrijven bovendien besparen van extra administratieve formaliteiten. Deze maatregel is van toepassing vanaf 13 maart 2020 (middernacht) en is tot nader order van toepassing.

Neem contact op met één van onze adviseurs
Bert Lutin
Bert Lutin
Partner Tax & Legal Services
An Lettens
An Lettens
Partner Tax & Legal Services