Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business & International Tax #Buitenland #Fiscaliteit

Hoe bewijst u beroepstijd in het buitenland bij een salary split?

vrijdag 19/02/2021
Colleagues in front of the office building. Belgrade, Serbia

Een Belgische werknemer die in het buitenland werkt voor een buitenlandse werkgever, komt in aanmerking voor een fiscaal interessante salary split. Dat buitenlands inkomen wordt apart belast in de werkstaat. In België geldt voor die beroepsinkomsten een vrijstelling met progressievoorbehoud. Voorwaarde is wel dat de beroepstijd in het buitenland feitelijk bewezen is.

Wanneer is een werknemer belastbaar in het buitenland?

Een werknemer die een Belgische fiscaal inwoner is, maar in het buitenland werkt en daar een beroepsinkomen ontvangt van een werkgever die daar fiscaal inwoner is, is in beginsel belastbaar in zijn woonstaat (in casu België) volgens de progressieve tarieven van de personenbelasting.

Conform een dubbelbelastingverdrag mag ook de werkstaat het inkomen belasten als één van de volgende voorwaarden is ingevuld:

  • De werknemer brengt minstens 183 dagen door in de werkstaat voor beroepsdoeleinden.
  • Het loon van de werknemer is ten laste van een werkgever in die werkstaat.

Het gaat hier vooral om ‘detacheringen’, waarbij een Belgische werkgever een werknemer tijdelijk uitzendt naar een buitenlandse groepsvennootschap om gedurende deze periode in naam en voor rekening van de groepsvennootschap te werken. De Belgische vennootschap blijft de ‘juridische werkgever’ van de persoon en de buitenlandse vennootschap wordt de ‘economische werkgever’. De Belgische werkgever zal in deze situatie het loon van de werknemer voor deze periode doorbelasten aan de buitenlandse vennootschap.

  • Het loon van de werknemer is ten laste van een vaste inrichting van de Belgische werkgever in de werkstaat.

Beoefent een Belgisch bedrijf zijn core business in het buitenland op dezelfde manier als in België, dan is de kans zeer groot dat het bedrijf ook in het buitenland belastbaar is. Heeft een Belgische vennootschap een ‘vaste inrichting’ in het buitenland, dan wordt het loon van de medewerkers wiens activiteit feitelijk aanleiding gaf tot het bestaan van die vaste inrichting, fiscaal toegerekend aan het buitenlandse resultaat van die vaste inrichting. Het risico is dus zeer reëel dat die medewerkers in het buitenland onderworpen worden aan een inkomstenbelasting voor niet-inwoners.

Vrijstelling met progressievoorbehoud in België

Uiteraard is het niet de bedoeling dat het inkomen van de persoon in kwestie tweemaal belast wordt: in de werkstaat en in de woonstaat. Om zo’n dubbele belasting te voorkomen, kent België het principe van de vrijstelling met progressievoorbehoud. De buitenlandse inkomsten worden niet in België belast. Ze worden wel in rekening genomen om het belastingtarief van de personenbelasting te bepalen van de in België belastbare inkomsten.

  • De vrijstelling is van toepassing als buitenlandse beroepsinkomsten hun origine vinden in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag afsloot.
  • Ook de gemeentebelasting wordt berekend over de vrijgestelde buitenlandse inkomsten.

Enkel als de buitenlandse inkomsten 100% vrijgesteld zijn en de gemeentebelasting 0% is, bestaat een volledige vrijstelling van Belgische belasting op het buitenlands inkomen.

Belangrijke voorwaarde

Om van deze Belgische vrijstelling met progressievoorbehoud te genieten, moet het beroepsinkomen in het buitenland ‘belastbaar’ zijn. Het toepasbare dubbelbelastingverdrag zal geval per geval moeten uitwijzen of het om een effectieve dan wel een theoretische belasting gaat.

Hoe kan een werknemer zijn beroepstijd in het buitenland aantonen?

Om belasting in België te voorkomen, moet de werknemer feitelijk bewijzen dat zijn dagdagelijkse beroepsactiviteit zich daadwerkelijk in het buitenland afspeelt. Recente rechtspraak schept meer klaarheid over deze praktische bewijsvoering.

Eerste casus - Rb. Luik, 19 maart 2018

Dat de betrokken persoon wel degelijk prestaties leverde in het buitenland, in dit geval Frankrijk, ook al was hij regelmatig op zakenreis in derde landen, bleek uit diverse feiten: zijn agenda, tankbeurten, gebruik van openbaar vervoer, kredietkaartafrekeningen, tolgeldafrekening, tijdsregistratie op de kantoren van de buitenlandse werkgever, enz. De Luikse rechter oordeelde daarom dat dit deel van het salaris belastbaar is in Frankrijk en in België in aanmerking komt voor de vrijstelling met progressievoorbehoud. De tijd die werd doorgebracht in derde landen (zijnde niet België of Frankrijk) gaf echter geen aanleiding tot vrijstelling in België van het overeenstemmende deel van zijn loon.

Tweede casus - Brussel, 15 mei 2019

De Belgische fiscus nam aanvankelijk een zeer streng standpunt in om de buitenlandse beroepsinkomsten vrij te stellen in België. De betrokken persoon moest dag per dag aantonen dat hij in het buitenland, in dit geval Duitsland, werkte. Hij moest ook een bewijs van fysieke aanwezigheid voorleggen. Bij gebrek aan dat bewijs was het loon onverkort belastbaar in België.

Het Hof van Beroep van Brussel nuanceerde die strenge interpretatie als volgt:

  • Er is geen aanhoudende en permanente aanwezigheid nodig om ‘beroepstijd in de werkstaat’ te bewijzen.
  • Er moet geen logboek bijgehouden worden met whereabouts op dagbasis.
  • Occasionele zakenreizen buiten de werkstaat kunnen als beroepstijd in de werkstaat beschouwd worden. Er moet wel een verband bestaan met de arbeidsovereenkomst afgesloten met de werkgever die is gevestigd in de werkstaat.
  • Een arbeidsovereenkomst die uitdrukkelijk een plaats van tewerkstelling in een bepaald land definieert, is een sterke aanwijzing dat de beroepstijd op die locatie wordt besteed.

Conclusie: wees voorbereid op belastingcontrole in België

Een salary split is een fiscaal aantrekkelijk concept.

  • Het nettoloon van de betrokken medewerker is hoger dan wanneer hij of zij exclusief in België belastbaar is.
  • De algemene loonkosten van de werkgever dalen, omdat die een minder hoge loonsverhoging moet toekennen om een competitief nettoloon aan te bieden. Maar, er is ook een keerzijde aan de medaille.
  • Een salary split mag nooit een doel op zich zijn omwille van de fiscale optimalisatie. Wees dus voorbereid op belastingcontrole in België.
  • De fiscale afrekeningen moeten altijd het gevolg zijn van een structurele en solide business case. Uit de feiten moet blijken dat de dagdagelijkse activiteit van de betrokken medewerker zich noodzakelijk en effectief grotendeels in het buitenland afspeelt.

Graag meer lezen over internationale tewerkstelling? Dan is dit artikel ook interessant.

Hebt u hier nog vragen over of wenst u graag advies? U kunt steeds terecht bij onze fiscale specialisten. Ze helpen u met plezier verder. Aarzel niet hen te contacteren.

Neem contact op met één van onze adviseurs

Kurt De Haen

Kurt De Haen

Partner Tax & Legal Services

Contact