Overslaan en naar de inhoud gaan
#btw #Fiscaliteit #Fraude #Roerend goed

Het bewarend administratief beslag inzake btw

zondag 01/09/2019
Bewarend administratief beslag inzake btw

Eén van de maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude, is de aanpassing van de bestaande regeling inzake het bewarend beslag dat btw-ambtenaren kunnen leggen op roerende goederen wanneer ze tijdens hun onderzoek feiten vaststellen die wijzen op (al dan niet georganiseerde) ernstige fraude. Sinds 17 juli 2017 is de nieuwe procedure met betrekking tot bewarend beslag in voege (gewijzigd art.52bis Wetboek btw). Hieronder geven we jullie een overzicht van de oude en de huidige regels. 

Oude regeling- wat schortte eraan?

Sinds 2007 beschikken btw-ambtenaren reeds over dit strijdmiddel tegen (voornamelijk) carrouselfraude (een vorm van intracommunautaire fraude waarbij internationale transacties verlopen over tussenpersonen die hun btw-verplichtingen niet voldoen). Wanneer zij tijdens hun onderzoek ‘verdachte goederen’ ontdekken waarbij ze redelijkerwijze kunnen vermoeden dat de btw-regels niet werden nageleefd, omdat het onmogelijk is de tussenkomende partijen te identificeren (koper, leverancier, dienstverrichter, …) of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen vast te stellen, konden ze deze goederen en hun vervoermiddelen, in bewarend beslag nemen (oud artikel 52bis W. BTW). Zo kon de betaling van de btw gewaarborgd worden. Van zodra echter de tussenkomende partijen werden geïdentificeerd of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen werd vastgesteld, moest het beslag wel worden opgeheven.

Een parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraudedossiers raadde echter aan om de procedure van dit administratief bewarend beslag te verfijnen. Door talloze tekortkomingen werd deze procedure immers niet optimaal benut om in real time en doeltreffend op te treden tegen belastingfraudeurs. Fraudeurs konden handig gebruik maken van de mazen van de wetgeving of van een nog niet ontdekte constructie, die dan gedurende een korte periode intens werd benut om hun ‘buit’ buiten het bereik van het gerecht en de fiscus te houden. Het administratief bewarend beslag werd daarom in een nieuw jasje gestoken. Hieronder een toelichting bij de huidige regels opgenomen in art. 52bis van het Wetboek btw.

Wanneer kan administratief bewarend beslag gelegd worden?

De btw-ambtenaren kunnen administratief bewarend beslag leggen wanneer zij tijdens een onderzoek bij een belastingplichtige feiten vaststellen die een geheel van overeenstemmende aanwijzingen van ernstige fraude, al dan niet georganiseerd uitmaken en bijgedragen hebben tot de overtreding van de btw-wetgeving.

Op welke goederen kan administratief bewarend beslag gelegd worden?

Daar waar onder oude regelgeving enkel administratief bewarend beslag gelegd kon worden op de verdachte goederen zelf (bv. ‘in het zwart’ aangekochte goederen of goederen aangekocht met fictieve facturen) en hun vervoermiddelen, werd het toepassingsgebied van de maatregel op dit punt erg verruimd. Administratief bewarend beslag is immers mogelijk op alle roerende goederen die bij de btw-plichtige aangetroffen worden en waarvoor tijdens het onderzoek niet is aangetoond dat ze uitsluitend aan derden toebehoren. Dus ongeacht of deze goederen verband houden met de ernstige fraude of niet. Deze uitbreiding van het toepassingsgebied is zeer ingrijpend. De bedoeling van het administratief bewarend beslag is duidelijk om later de btw te kunnen invorderen die omwille van de ernstige fraude werd ontdoken en voorkomen dat fraudeurs er in tussentijd voor zouden zorgen insolvabel te zijn op het ogenblik dat de ontdoken btw daadwerkelijk wordt opgeëist.

De bepaling van artikel 1408, §§1-2 van het gerechtelijk wetboek, dat opsomt welke levensnoodzakelijke of zeer persoonlijke goederen niet vatbaar zijn voor beslag, geldt echter ook met betrekking tot dit administratief bewarend beslag. Bijvoorbeeld een bed, kleren, een kast, een wasmachine, etc. blijven niet vatbaar voor beslag.  

Welke procedure moet gevolgd worden?

Om te vermijden dat het administratief bewarend beslag nietig zou worden verklaard, moet een strikte procedure gevolgd worden die gebonden is aan dwingende termijnen. Zo wordt de belastingplichtige beschermd tegen willekeurige inmenging in zijn eigendomsrecht en te vermijden dat onderzoeken op de lange baan worden geschoven. De regels van het gemene beslagrecht zijn hierop toepasselijk, tenzij wanneer de fiscale regels hiervan zouden afwijken.

Net zoals onder de oude regelgeving moeten de btw-ambtenaren een proces-verbaal van beslag opmaken. Dit proces-verbaal van beslag dient u meer verplichte vermeldingen te bevatten dan voorheen. Zie onderstaande lijst voor een overzicht van de verplichte vermeldingen.

  • de dag, de maand, het jaar en de plaats van het beslag;
  • de naam, voornaam, graad en hoedanigheid van de verbaliserende ambtenaren;
  • de identificatie van de beslagene door de vermelding van het ondernemingsnummer, indien gekend, alsook van hetzij de naam, de voornaam en de woonplaats voor een natuurlijk persoon, hetzij de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel voor een rechtspersoon;
  • de vermelding van de feiten die wijzen op ernstige fraude en bijgedragen hebben tot de overtreding van de btw-regelgeving;
  • de motivatie van de hoogdringendheid van het beslag;
  • de vermelding en de specificatie van een belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming;
  • de inventaris van de beslagen goederen die een voldoende nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de goederen bevat;
  • de handtekening van minstens twee verbaliserende ambtenaren;
  • de integrale weergave van artikel 507 van het Strafwetboek dat het bedrieglijk vernietigen of wegmaken van beslagen goederen strafbaar stelt;
  • de rechtsmiddelen tegen het administratief bewarend beslag, het bevoegde gerechtelijk arrondissement en de bevoegde rechtsinstantie;
  • de btw-administratie die in geval van beroep gedagvaard moet worden.

De btw-ambtenaren moeten in principe onmiddellijk, op het ogenblik dat ze bewarend beslag leggen, een afschrift van dit proces-verbaal van beslag tegen ontvangstbewijs overhandigen aan de beslagene. Is het onmogelijk om dit afschrift onmiddellijk ter plekke achter te laten, dan moet het binnen veertien dagen per aangetekende brief aan de beslagene ter kennis worden gebracht. Zo niet kan het beslag nietig worden verklaard.

Vervolgens moeten de verbaliserende ambtenaren binnen drie werkdagen (na overhandiging dan wel betekening van het proces-verbaal van beslag) een bericht van beslag opmaken en aan de beslagene verzenden.

Binnen twee maanden na de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag moet de beslagrechter de geldigheid van het beslag bekrachtigen (onder oude regelgeving moest dit binnen één maand geschieden). Dit ter bescherming van de beslagene die geconfronteerd wordt met de onmiddellijke uitwerking van het bewarend beslag zodra de btw-administratie dit legt. De procedure voor de beslagrechter wordt, net zoals voorheen, ingeleid op eenzijdig verzoekschrift en zijn beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.  De beslagrechter zal onder meer nagaan of de waarde van de beslagen goederen niet disproportioneel is tegenover de belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming, en desnoods het beslag wijzigen mocht dit het geval zijn of mochten de omstandigheden zijn veranderd.

Na geldigverklaring van het beslag door de beslagrechter en binnen drie maanden volgend op de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag, moet, op straffe van nietigheid, de belastingschuld worden opgenomen in een innings- en invorderingsregister. De opname van de schuld in het innings- en invorderingsregister moet bij aangetekende zending ter kennis worden gegeven. De afgifte van het stuk bij de post geldt hier als kennisgeving en dit vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Door de loutere kennisgeving van de inschrijving in dit register, wordt het bewarend beslag omgezet in een uitvoerend beslag. De tenuitvoerlegging gebeurt vervolgens overeenkomstig art. 1497 van het Gerechtelijk Wetboek.

Rechtsmiddelen tegen het beslag?

Wanneer de beslagen schuldenaar van oordeel is dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor het leggen van administratief bewarend beslag, kan hij beroep instellen tegen het beslag bij de beslagrechter om zo de opheffing of wijziging van het beslag te bekomen. Om ontvankelijk te zijn moet het beroep ingesteld worden binnen de drie maanden na overhandiging van het proces-verbaal van beslag of na verzending van de aangetekende brief. Het beroep wordt behandeld zoals in kortgeding. Zolang de procedure loopt blijft het beslag zijn bewarend karakter behouden.

Het is perfect mogelijk dat het beroep van de beslagen schuldenaar behandeld wordt door de beslagrechter samen met de bekrachtiging van de geldigheid van het beslag.

De beslagen schuldenaar kan echter ook nog na deze beroepstermijn van drie maanden opheffing of wijziging van het beslag vragen aan de beslagrechter, als hij kan aantonen dat de omstandigheden waarin het beslag werd gelegd, zijn veranderd.

Wat zijn de gevolgen?

Het bewarend beslag heeft onmiddellijk uitwerking van zodra het proces-verbaal van beslag wordt afgegeven aan de beslagene of hem per aangetekende brief wordt ter kennis gebracht. De in beslag genomen goederen mogen dan niet worden vervreemd of met lasten bezwaard gedurende een periode van drie jaar.

Conclusie

De huidige regelgeving heeft als gevolg dat btw-ambtenaren meer gebruik maken van deze maatregel om zo de betaling van de ontdoken btw te waarborgen.

De vereiste van het bestaan van een belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming, zal wel nog aanleiding geven tot discussie. De toekomst zal uitwijzen hoe de beslagrechter deze voorwaarde zal invullen, wanneer de beslagene van in het begin het bestaan van de btw-schuld zelf of minstens de raming ervan, gaat betwisten.  

Het administratief bewarend beslag vormt een goed strijdmiddel tegen werkelijke gevallen van ernstige fraude. Men zal er echter op moeten toezien dat niet al te vluchtig naar deze ingrijpende maatregel gegrepen wordt. Er zijn dan wel beschermingsmechanismen in de procedure ingebouwd voor de beslagene, maar deze bescherming komt altijd pas achteraf. In de periode tussen het leggen van het bewarend beslag en de toetsing en/of eventuele opheffing/wijziging ervan door de beslagrechter, kan immers veel kwaad geschieden. We kunnen alleen maar hopen dat de Administratie omzichtig zal omspringen met de maatregel.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Aurelie Van Oosterwyck
Aurelie Van Oosterwyck
Manager Tax & Legal Services
Bert Derez
Bert Derez
Partner Tax & Legal Services