Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business & International Tax #Dividenden

Gevolgen van dividend-
uitkeringen na 12 maart 2020

vrijdag 23/10/2020
Dividenduitkering

Bedrijven die dividenden uitgekeerd hebben na 12 maart 2020 [1] dragen hier een aantal ongewenste gevolgen van. Zo kunnen deze bedrijven niet genieten van een aantal steunmaatregelen die uitgevaardigd werden in het kader van de Coronacrisis.

In een aantal gevallen gebeurde deze dividenduitkering in het prille begin van de Coronacrisis, zonder dat de economische draagwijdte van de pandemie volledig kon ingeschat worden en vooraleer specifieke fiscale steunmaatregelen werden aangekondigd. Laat staan dat de concrete inhoud van dergelijke maatregelen op dat moment gekend was. Hierbij een overzicht.

Voordelen voorafbetalingen

Op 3 april 2020 werd door de Federale Overheidsdienst Financiën aangekondigd dat door de optredende liquiditeitsproblemen bij ondernemingen ingevolge de Coronacrisis beslist werd om de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en de vierde vervaldag, op respectievelijk 12 oktober en 21 december, te verhogen.

De percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van het derde en vierde kwartaal werden verhoogd (van 6% naar 6,75% en van 4,5% naar 5,25%). Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van voorafbetalingen minder nadelig.

De maatregel is uitsluitend bedoeld voor bedrijven(en zelfstandigen) met liquiditeitsproblemen. De maatregel geldt dan ook niet voor vennootschappen die een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen/gedaan hebben of die dividenden betalen/betaald hebben of toekennen/toegekend hebben tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020. De percentages voor voorafbetalingen blijven voor ondernemingen die dividenden uitgekeerd hebben binnen deze tijdsspanne op respectievelijk 6% en 4,5%.

Deze maatregel is eveneens van toepassing voor de voorafbetalingen die betrekking hebben op een boekjaar dat afsluit tussen 30 september 2020 en 31 januari 2021 inbegrepen. Die voorafbetalingen moeten gedaan zijn ten laatste de tiende dag van de tiende maand van dat boekjaar en de twintigste dag van de laatste maand van dat boekjaar.

Carry back

Toen de reikwijdte en duurte van de pandemie beter ingeschat kon worden, werden een aantal bijkomende maatregelen genomen om de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van bedrijven te verbeteren [2].

Een algemeen carry back systeem geeft ondernemingen de mogelijkheid om in de vennootschaps- (en personen)belasting de geleden verliezen van 2020 aan te rekenen op de winsten van 2019 (de zogenaamde ‘carry back’). Dit leidt tot een lagere belastbare basis met betrekking tot inkomstenjaar 2019 waardoor de algemene belastingdruk qua timing vooruit geschoven wordt.

Vennootschappen die tussen 12 maart 2020 tot en met de dag van de indiening van de aangifte in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2021 dividenden hebben uitgekeerd, eigen aandelen hebben ingekocht, een kapitaalvermindering hebben verricht of elke andere vermindering van het eigen vermogen hebben verricht zijn uitgesloten van de regeling van de vervroegde verliesaftrek.

Wederopbouwreserve

Vennootschappen beschikken over de mogelijkheid om voor de belastbare tijdperken die verbonden zijn aan de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 (een deel van) hun belastbare gereserveerde winst vrij te stellen door deze winst te boeken op een (tijdelijk) vrijgestelde ‘wederopbouwreserve’.

De wederopbouwreserve die (tijdelijk) vrijgesteld kan worden is begrensd tot EUR 20 miljoen en is maximaal gelijkaan het boekhoudkundige bedrijfsverlies dat vastgesteld wordt op de afsluitdatum van het boekjaar 2020. Dit betekent dat ondernemingen die geen negatief bedrijfsresultaat realiseren in 2020, geen gebruik kunnen maken van deze maatregel.

Vennootschappen die tussen 12 maart 2020 tot en met de dag van de indiening van de aangifte in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2021 dividenden hebben uitgekeerd, eigen aandelen hebben ingekocht, een kapitaalvermindering hebben verricht of elke andere vermindering van het eigen vermogen hebben verricht zijn uitgesloten van de regeling van de wederopbouwreserve.

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing Corona

Er werden ook maatregelen genomen om de tewerkstelling te ondersteunen. Door de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing verkreeg de werkgever een tussenkomst in de loonkost.

Werkgevers die in de periode tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 minstens één ononderbroken maand gebruik gemaakt hebben van het stelsel van Tijdelijke Werkloosheid konden genieten van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor de maanden juni, juli en augustus 2020 [3].

De vrijstelling bedraagt 50% van het positieve verschil tussen de bedrijfsvoorheffing van de referentieperiode mei en de bedrijfsvoorheffing van de maanden juni, juli en augustus.

Deze vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing geldt wederom niet voor vennootschappen die een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen/gedaan hebben of dividenden of liquidatiereserves betalen/hebben betaald of toekennen/hebben toegekend tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 of voor vennootschappen die gelieerd zijn met een vennootschap in een belastingparadijs.

Conclusie

De regering heeft naar aanleiding van de Coronacrisis een aantal maatregelen genomen om de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van bedrijven te verbeteren. Bedrijven die na de Nationale Veiligheidsraad van 12 maart 2020 dividenden hebben uitgekeerd, lopen hierdoor een aantal fiscale steunmaatregelen mis. Ook al is dit begrijpelijk vanuit economisch standpunt, voor ondernemingen die bij het begin van de crisis tot dividenduitkering overgingen, niet wetende wat hen te wachten stond, noch konden inschatten hoe zwaar de crisis erop zou inhakken, is dergelijke uitkering ongetwijfeld een vergiftigd geschenk.

[1] Op donderdag 12 maart kondigde de Nationale Veiligheidsraad de federale fase van het crisisbeheer af. Er werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te beperken. 

[2]Wet houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie van 23 juni 2020 (BS 1 juli 2020) en Wet houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III) van 15 juli 2020 (BS 23 juli 2020).

[3]Wet houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III) van 15 juli 2020 (BS 23 juli 2020).

Neem contact op met één van onze adviseurs
An Lettens
An Lettens
Partner Tax & Legal Services
Stephanie Seré
Stephanie Seré
Manager Tax & Legal