Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business & International Tax #Dividenden #Roerende Voorheffing #Vennootschap

VVPRbis: volstort nog voor jaareinde!

donderdag 09/12/2021
VVPRbis: volstort nog voor jaareinde!

Als het van de regering afhangt, komen er binnenkort enkele wijzigingen aan het VVPRbis-regime, waardoor veel ondernemers de facto langer zullen moeten wachten om hun (opgepotte) winsten uit de vennootschap uit te keren.

Dankzij dit zogenaamde VVPRbis-regime kunnen kmo’s dividenduitkeringen doen aan een verlaagd roerende voorheffing tarief van 20% of 15% in plaats van het standaardtarief van 30%. Om hiervan te kunnen genieten is o.m. vereist dat de dividenden voortkomen uit nieuwe aandelen op naam uitgegeven vanaf 1 juli 2013 n.a.v. een inbreng in geld in een kleine vennootschap. Dividenden uitgekeerd uit de winstverdeling vanaf het tweede boekjaar na inbreng kunnen dan genieten van het tarief van 20%, een boekjaar later daalt dit tot 15%.

Rulingdienst ziet geen graten in terugbrengen kapitaal…

Tot en met 1 mei 2019 gold bijkomend aan bovenstaande voorwaarden dat de uitkerende vennootschap een minimum kapitaal van 18.550 euro moest aanhouden (ook wanneer dit niet vereist was onder het vennootschapsrecht), dat bovendien volstort moest zijn ten laatste op het moment van de dividenduitkering.

Na de invoering van het WVV was het vennootschapsrechtelijk niet langer vereist dat een BV een absoluut minimum kapitaal aanhield en ook fiscaal werd deze voorwaarde geschrapt. Dividenden die voortkomen uit inbrengen gedaan tussen 1 juli 2013 en 1 mei 2019 moeten wel nog de oude voorwaarden toepassen, dus ook het minimumkapitaalvereiste en de volstortingsplicht.

Niettemin was het volgens de rulingdienst wel mogelijk dat BVBA’s bij de omvorming naar een BV en de aanpassing van hun statuten conform het WVV, hun ‘kapitaal’ zouden verminderen, bv. tot een minimum van 1 euro, waardoor de facto geen minimum kapitaal meer gold (en dus ook geen volstortingsplicht) (zie bv. Voorafg. Besl. nrs. 2020.2236 en 2020.2168). Hiervan werd door vele vennootschappen gretig gebruik gemaakt.

…maar de regering wel.

Volgend op een parlementaire vraag blijkt nu dat de regering hier niet in meegaat: ze verduidelijkt nu dat de wetgever nooit de bedoeling heeft gehad om het verlaagde tarief ook in deze omstandigheden toe te laten. In de nasleep hiervan werd een amendement aan een wetsontwerp toegevoegd waarin verduidelijkt wordt dat de sommen die bij de uitgifte van de aandelen onderschreven werden, volledig volstort moeten zijn. Ook aan de wachttermijn zou worden gesleuteld: deze zou voortaan pas aanvangen vanaf de volledige volstorting en dus niet langer vanaf de inbreng (met vereist van volstorting pas bij de uitkering).

Opnieuw een wachttermijn

Vele vennootschappen die in de afgelopen jaren werden opgericht, voldeden initieel niet aan de volledige volstorting van de aandelen bij oprichting (of kapitaalverhoging), maar zouden de volstorting pas doen als er effectief een dividenduitkering plaatsvond – meestal dus pas een viertal jaren later (cf. uitkeringen uit het derde boekjaar na oprichting).

Als bovenstaand voorstel wet zou worden, betekent dit voor deze vennootschappen dat zij ‘voor niets’ enkele jaren gewacht hebben om hun winsten uit te keren, de wachttermijn zou toch nog niet beginnen lopen zijn. Daartoe is vereist dat de aandelen volstort worden en de uitkering aan 15% (20%) zou pas kunnen gebeuren uit de winstverdeling van het derde (tweede) boekjaar na deze volstorting.

Vennootschappen die in deze situatie zitten, hebben er dus belang bij om de (bijkomende) volstorting vóór het einde van het boekjaar te doen. Als het boekjaar het kalanderjaar volgt, moet dit dus voor 31 december 2021.

Noteer daarbij dat de volstorting van het kapitaal effectief gebeurd moet zijn voor jaareinde. Het volstaat dus niet om louter het kapitaal reeds volledig op te vragen en om de betaling over het jaareinde te tillen of op rekening-courant te boeken.

Een uitzondering wordt voorzien voor vennootschappen die hun kapitaal hadden verminderd (al dan niet ondersteund middels een ruling). Zij kunnen alsnog in aanmerking komen voor het verlaagd tarief wanneer zij een nieuwe inbreng doen (in geld) waardoor de inbreng opnieuw het initiële niveau bereikt. Deze kapitaalverhoging moet ten laatste op 31 december 2022 doorgevoerd zijn.

Nog snel een uitkering middels tussentijds dividend?

Bovenstaande wijzigingen zouden van toepassing zijn op dividenduitkeringen die na 1 januari 2022 plaatsvinden.

Vennootschappen in hun derde boekjaar na oprichting, die dus (bijna) voorbij de aanvankelijke wachttermijn zijn om te kunnen uitkeren aan het verlaagde tarief, maar hun kapitaal nog niet hebben volstort, zouden dus nog voor het einde van dit kalenderjaar, hun kapitaal kunnen volstorten en vervolgens (nog steeds voor jaareinde) een dividend aan het verlaagd tarief kunnen uitkeren. Om te vermijden dat deze beslissing pas genomen wordt op de algemene vergadering die plaatsvindt ergens in 2022, kan dit middels een tussentijds dividend nog voor het jaareinde gebeuren. We verwijzen voor de bespreking van deze mogelijkheid naar het artikel 'Is een versnelde dividenduitkering aan 15% iets voor u?'

Wij staan u hier uiteraard graag in bij. Aarzel niet om ons te contacteren.

Neem contact op met één van onze adviseurs

Dimitri Lemeire

Dimitri Lemaire

Director Tax & Legal Services

Contact
Tom De Clercq

Tom De Clercq

Senior Tax & Legal Associate

Contact