Neem contact op met één van onze experten
Patrimoniumtaks voor vzw’s en private stichtingen hervormd in 2024
De taks tot vergoeding der successierechten, beter bekend als de patrimoniumtaks, wordt ingrijpend hervormd met ingang vanaf 1 januari 2024. Het wetsontwerp werd in de Kamer op 28 december 2023 definitief goedgekeurd. Nieuw is de invoering van een progressief tarief, al zijn er heel wat sectoren die aan de verhoging ontsnappen. Ontdek wat er nog meer verandert.
Doelstelling van de patrimoniumtaks
De patrimoniumtaks werd ingevoerd via de wet van 27 juni 1921. Voordien hadden vzw’s geen rechtspersoonlijkheid. De bezittingen van de vzw werden geacht eigendom te zijn van de leden. Bij het overlijden van een van de leden, gaf dit aanleiding tot successierechten. Via de patrimoniumtaks wilde de wetgever het inkomensverlies aan successierechten compenseren.
Huidige regeling in een notendop
Wie is onderworpen aan de taks?
In principe vallen alle vzw’s met rechtspersoonlijkheid onder het toepassingsgebied van de patrimoniumtaks, net zoals internationale vzw’s en private stichtingen.
- Er gelden een aantal specifieke uitzonderingen zoals voor gemachtigde kassen voor kindertoeslagen en erkende pensioenkassen voor zelfstandigen.
- Daarnaast geldt een gedeeltelijke en doelgebonden uitzondering voor onderwijsinstellingen. Meer bepaald voor de onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs.
- Tot slot is er een algemene vrijstelling voor entiteiten waarvan het geheel van de bezittingen een waarde heeft van maximaal 25.000 euro.
Belastbare grondslag en tarief
Het tarief van de patrimoniumtaks bedraagt 0,17%. De heffing gebeurt op het geheel van de bezittingen van de entiteit op 1 januari van het aanslagjaar.
Een aantal bezittingen ontsnappen uit de belastbare grondslag. Het gaat onder andere over:
- Liquiditeiten en het bedrijfskapitaal bestemd voor het verbruik gedurende het jaar voor de activiteiten van de vereniging of private stichting;
- In het buitenland gelegen onroerende goederen;
- Gecertificeerde effecten waarvan de vereniging of private stichting bezitter-emittent is. Zo valt het gecertificeerde vermogen van een private stichting administratiekantoor (STAK) niet onder de patrimoniumtaks.
Van het totaalbedrag van het geheel aan geviseerde bezittingen mogen geen lasten afgetrokken worden, behalve:
- Nog niet betaalde termijnen van bepaalde hypothecaire leningen;
- Door de vereniging of private stichting als algemene legataris van een nalatenschap nog uit te voeren legaten van een geldsom.
Aangifteplicht en betaling
De aangifte en betaling van de patrimoniumtaks moet jaarlijks gebeuren tegen uiterlijk 31 maart.
Belangrijkste wijzigingen vanaf 2024
Invoering van een progressief tarief
Een progressief tarief vervangt het vlakke tarief van 0,17%. Dat ligt volgens de memorie van toelichting meer in lijn met de evolutie van de rechten die de taks beoogt te compenseren.
Concreet worden volgende tarieven ingevoerd:
| Belastbaar vermogen | Tarief |
| 50.000,01 - 250.000 euro | 0,15% |
| 250.000,01 - 500.000 euro | 0,30% |
| > 500.000 euro | 0,45% |
Een algemene voetvrijstelling van 50.000 euro vervangt de huidige algemene vrijstelling als het belastbaar vermogen niet meer dan 25.000 euro bedraagt.
Neutralisering voor verschillende sectoren
De impact van de vernieuwde tarieven wordt in eerste instantie geneutraliseerd voor zorginstellingen die handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van btw (artikel 44 §2, 1° of 2° van het btw-wetboek) en waarvan meer dan 50% van de omzet afkomstig is van deze vrijgestelde activiteiten.
De regering heeft er bewust voor gekozen om de zorgsector te blijven ondersteunen en niet zwaarder te belasten dan voorheen. De Covid-19-crisis en de nasleep ervan heeft deze sector zwaar onder druk gezet, ook financieel. Daarnaast is er de snel groeiende nood aan maatschappelijke zorg voor alle leeftijdscategorieën. Gelet op die stijgende zorgbehoefte zijn grote investeringen nodig in de infrastructuur om een hoogwaardige zorgverstrekking te blijven garanderen. Een verhoging van de taks zou die noodzakelijke investeringen mogelijks kunnen belemmeren.
Om belastingtechnische redenen werd er voor gekozen om niet te voorzien in een afzonderlijk tarief, maar om in te grijpen op de aan te geven waarde van de goederen van de zorginstellingen. Concreet worden de bezittingen van zorginstellingen slechts voor 37,7% van hun werkelijke waarde opgenomen in de belastbare grondslag. Voor zorginstellingen blijft de effectieve belastingdruk dus gelijk aan 0,17% (0,45% x 37,7%).
Na protest uit verschillende sectoren werd het behoud van het tarief van 0,17%, naar analogie met de zorginstellingen, uitgebreid naar volgende instellingen:
- Maatwerkbedrijven die opgericht of erkend zijn door de bevoegde gewestelijke regering of instelling;
- Medische huizen bedoeld in artikel 32, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
- De andere medische huizen, geïntegreerde gezondheidsverenigingen en wijkgezondheidscentra, erkend door de bevoegde gewest- of gemeenschapsoverheid;
- De instellingen die tot doel hebben dierenasielen te beheren en die daartoe de nodige erkenning hebben gekregen;
- De centra voor private archieven die erkend zijn door de bevoegde gemeenschapsregering of -instelling;
- De sport-, onderwijs- en cultuurinstellingen die van btw vrijgestelde handelingen verrichten (cf. art. 44 §2, 3°, 4°, a) of 9° van het btw-wetboek) en waarvan meer dan 50% van de omzet afkomstig is van deze vrijgestelde activiteiten.
Belangrijk: als de infrastructuur van de voornoemde instellingen ondergebracht is in een afzonderlijke patrimonium-vzw, blijft het verlaagd tarief onder bepaalde voorwaarden van toepassing.
Buitenlandse onroerende goederen niet langer uitgesloten
De bepaling die buitenlandse onroerende goederen uitsluit van de patrimoniumtaks is geschrapt. Voortaan worden alle onroerende goederen belast. Voor wie in het buitenland aan een gelijkaardige belasting als de patrimoniumtaks onderworpen is, is in een verrekeningsmechanisme voorzien.
Antimisbruikbepaling
De nieuwe wet verduidelijkt tot slot dat de algemene antimisbruikbepaling voor successierechten ook van toepassing is op de patrimoniumtaks. De administratie krijgt zo de mogelijkheid op te treden tegen handelingen waarbij bijvoorbeeld belastingplichtigen zich buiten het toepassingsgebied van de patrimoniumtaks plaatsen of het progressief tarief doorbroken wordt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de oprichting van twee of meer vzw’s of private stichtingen die in wezen hetzelfde doel nastreven en waarbij geen wezenlijke niet-fiscale redenen kunnen worden aangetoond.
Hebt u nog vragen over deze nieuwe regelgeving? Aarzel niet om contact op te nemen.