Overslaan en naar de inhoud gaan
#Erfrecht #Vermogensplanning #Schenking #Waardering #Wetswijziging

Nieuw erfrecht: wat betekent dit voor u?

vrijdag 22/09/2017
Nieuw erfrecht wat betekent dit voor u

Na meer dan 200 jaar heeft ons erfrecht eindelijk zijn lang verwachte facelift ondergaan. De wijzigingen zullen ingrijpend zijn en bieden nieuwe mogelijkheden voor de uitwerking of actualisatie van uw erfenisplanning.

Het wetsvoorstel tot hervorming van het erfrecht werd op 20 juni 2017 goedgekeurd door de Commissie van Justitie van de Kamer. Verwacht wordt dat de finale stemming met betrekking tot het wetsvoorstel nog zal plaatsvinden voor het parlementair zomerreces. De inwerkingtreding van de wet is vervolgens voorzien voor 1 januari 2019. Het wetsvoorstel beoogt een werkelijke revolutie van het erfrecht zoals wij dat op vandaag kennen. Dat is misschien ook niet moeilijk te noemen aangezien ons erfrecht niet meer gewijzigd is sedert de invoering ervan in 1804.

Zo zal de vereffening en verdeling van nalatenschappen grondig hertekend worden en zullen de schenkingen, gedaan door de overledene, op een meer rechtvaardige en billijke wijze verrekend worden. Verder zal de beschikkingsvrijheid van de erflater sterk verruimen. Het beschikbaar deel van de nalatenschap zal vergroten waardoor de erflater een grotere vrijheid verkrijgt om zijn vermogen na te laten aan door hem aangeduide personen. Dit laatste heeft uiteraard ook als rechtstreeks gevolg dat de reserve van de kinderen meer ingeperkt wordt. Ook de mogelijkheid om met alle erfgenamen aan tafel te gaan zitten en erfovereenkomsten af te sluiten over een toekomstige nalatenschap zal verruimd worden.

Belangrijk is dat de nieuwe spelregels ook van toepassing zullen zijn op de vermogens- en successieplanningen uit het verleden. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude schenkingen of testamenten ook onderworpen zullen zijn aan de nieuwe wet. Het wetsvoorstel voorziet daarom in een overgangsperiode van één jaar waarin men ervoor kan opteren om zijn ‘oude’ planning blijvend te onderwerpen aan het oude recht en dus aan de regels zoals die van toepassing waren ten tijde van de planning.

Erfovereenkomsten

In het actuele erfrecht bestaat er een verbod om overeenkomsten te sluiten over niet-opengevallen nalatenschappen. Op dit verbod bestaan echter wel een aantal wettelijke uitzonderingen zoals bijvoorbeeld de zogenaamde Valkeniers-clausule (mogelijkheid voor echtgenoten om bij huwelijkscontract afstand te doen van de erfrechten in elkaars nalatenschap indien er kinderen zijn uit een eerste relatie).

Het wetsvoorstel beoogt een versoepeling van het verbod en probeert tegemoet te komen aan de bekommernis van vele ouders om zélf, en in overleg met de toekomstige erfgenamen, hun nalatenschap te regelen. Zo voert het wetsvoorstel de figuur van de ‘globale erfovereenkomst’ in. De globale erfovereenkomst geeft de ouders de mogelijkheid om tezamen met hun kinderen overeenkomsten te sluiten over de toewijzing en verdeling van hun nalatenschap. Op die manier creëert men gemoedsrust voor de ouders en vermindert men het risico op discussies tussen de kinderen op het moment van het overlijden van de ouders.

Naast de ‘globale erfovereenkomst’ beoogt dit wetsvoorstel eveneens de invoering van een aantal ‘punctuele erfovereenkomsten’. De ‘punctuele erfovereenkomsten’ omvatten onder andere de mogelijkheid om een erfovereenkomst af te sluiten over de waarde van de geschonken goederen met het oog op de inbreng van giften, over de verzaking door de reservataire erfgenamen aan de vordering tot inkorting of over de toestemming door de reservataire erfgenamen voor de vervreemding door de begiftigde van de goederen die aan hem geschonken werden.  

De erfrechtelijke reserve

Het wetsvoorstel brengt nog een ander “revolutionair” aspect met zich mee, zijnde de hervorming van het reservatair erfrecht van de kinderen. De globale reserve van de afstammelingen zal herleid worden tot 1/2de van de nalatenschap. Dit heeft als rechtstreeks gevolg dat ook het beschikbaar gedeelte van de nalatenschap “vastgeklikt” wordt op 1/2de. Op vandaag is de grootte van het beschikbaar gedeelte nog afhankelijk van het aantal kinderen. Bij 1 kind bedraagt het beschikbaar deel 1/2de van de nalatenschap, bij 2 kinderen 1/3de en vanaf 3 kinderen bedraagt het beschikbaar deel nog maar 1/4de van de nalatenschap. Het zijn dus voornamelijk de ouders van 2 of meer kinderen, die voortaan meer beschikkingsvrijheid zullen verwerven over hun nalatenschap. Rekening houdende met specifieke gezinssituaties kunnen de ouders hun nalatenschap meer naar hun hand zetten. We denken daarbij in eerste instantie aan de gezinnen met pluskinderen, het kind dat een bijzondere zorg nodig heeft, de bescherming van de ongehuwde partner, …

De ‘inkrimping’ van de reserve van de kinderen wordt in het wetsvoorstel wel enigszins gecompenseerd door een mindere belasting van de reserve met het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot. De langstlevende echtgenoot behoudt in theorie wel nog steeds het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Indien de langstlevende echtgenoot echter slechts gerechtigd is op het vruchtgebruik van een deel van de nalatenschap,  wordt dit vruchtgebruik bij voorrang aangerekend op het beschikbaar deel.

Daarnaast bespreekt het wetsvoorstel de afschaffing van de reserve van de ouders. De kinderloze erflater wiens ouders nog in leven zijn, mag op vandaag niet kiezen aan wie hij zijn vermogen overdraagt. Per ouder bestaat immers een reserve van 1/4de van de nalatenschap. Deze reserve van de ouders zou afgeschaft worden en vervangen worden door een onderhoudsvordering lastens de nalatenschap van de kinderloze erflater. De ouder kan de onderhoudsvordering instellen indien hij behoeftig is ten tijde van het overlijden en deze opvragen in een maandelijkse lijfrente dan wel in een kapitaal. De kinderen, de reservataire erfgenamen, hebben op vandaag recht op hun reserve in natura. Indien de reserve van de kinderen geschonden wordt, doordat de erflater tijdens zijn leven te veel giften gedaan heeft, kunnen de kinderen de terugkeer van de geschonken goederen in natura naar de nalatenschap vorderen (=inkorting). Het hoeft geen verdere uitleg dat deze situatie heel wat onzekerheid met zich teweeg brengt, in het bijzonder voor de begiftigden van de schenkingen die de verkregen goederen opnieuw moeten afstaan. Om die reden zal de reserve in natura omgevormd worden naar een reserve in waarde. De reservataire erfgenamen kunnen dan enkel nog de tegenwaarde opeisen van de schenkingen die hun reserve aantasten, maar niet meer de geschonken goederen zelf.

De waardering van de schenkingen voor de samenstelling van de fictieve massa (met het oog op de eventuele inkorting van schenkingen) zou voortaan gebeuren op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden. Op vandaag gebeurt deze waardering nog op het tijdstip van het overlijden.  Door de schenkingen voor de samenstelling van de fictieve massa te waarderen op het moment van de schenking zelf, weliswaar geïndexeerd, wordt eenvormigheid bereikt met de waardering van de schenkingen met het oog op de inbreng (zie hierna).   

De inbreng van giften

Ook het mechanisme van de inbreng van giften is het voorwerp van een grondige herziening. De inbreng van giften gaat over de handeling waarbij de wettelijke erfgenaam, die een gift bij leven of via testament ontvangen heeft, de verkregen goederen (of de tegenwaarde ervan) opnieuw inbrengt in de massa van de bestaande goederen op het moment van het overlijden. Door dit te doen zullen de ingebrachte goederen verdeeld worden tussen alle erfgenamen waardoor de gelijkheid tussen de erfgenamen onderling gewaarborgd blijft. Er wordt immers vermoed dat de giften aan de wettelijke erfgenaam door de erflater gedaan zijn als ‘voorschot op erfdeel’. Dit wil zeggen dat de erflater slechts de bedoeling heeft gehad om een voorschot toe te kennen aan de begiftigde op wat hij zou verkrijgen uit de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Daarom zal de begiftigde dit geschonken voorwerp, of de tegenwaarde ervan, opnieuw moeten inbrengen in de nalatenschap waarna vervolgens de verdeling zal gebeuren tussen de erfgenamen.

De inbreng van giften gebeurt op vandaag verschillend naargelang het gaat om roerende dan wel om onroerende goederen. De inbreng van onroerende goederen gebeurt in de regel in natura en volgens hun waarde op datum van de verdeling, terwijl de inbreng van roerende goederen gebeurt door mindere ontvangst (in waarde) en volgens de waarde op het ogenblik van de schenking. Dit onderscheid zorgt in de praktijk vaak voor onredelijke en unfaire situaties. Het wetsvoorstel komt hieraan tegemoet door te bepalen dat de inbreng voor alle goederen, zowel roerend als onroerend, zal gebeuren op dezelfde wijze. De inbreng van alle giften gebeurt voortaan in waarde, ongeacht de aard van de goederen, en op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot op de dag van het overlijden. Zowel de inkorting als de inbreng van schenkingen zullen hierdoor voortaan op een uniforme wijze gebeuren.

Verdeling van de schulden

Tot slot voorziet het wetsvoorstel ook in een meer duidelijke regeling voor de verdeling van de schulden. Het Burgerlijk Wetboek vermeldt op vandaag slechts het principe van de inbreng van de schulden, maar zegt niets over de modaliteiten. Om die reden wordt een nieuw artikel 821 B.W. voorgesteld, waarbij een nieuwe regeling voor de verdeling van de schulden wordt opgenomen.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Jo Roseleth
Jo Roseleth
Managing Partner Tax & Legal Services