Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Btw-advies

Met welke btw-nieuwigheden moet u rekening houden in 2024?

maandag 08/01/2024

Zoals elk jaar verandert er ook in 2024 een en ander op het vlak van btw. We zetten de nieuwigheden voor u op een rij.

1.Uitbreiding aanmeldingsplicht gemengde btw-plichtigen

Sinds 1 januari 2023 moeten gemengde btw-plichtigen verplicht vooraf een melding doen als ze de btw-aftrek volgens het werkelijk gebruik toepassen. Btw-plichtigen die zo’n voorafgaande melding gedaan hebben, moeten in 2024 voor de eerste keer informatie verschaffen over hoeveel btw ze in aftrek hebben genomen. Respectievelijk voor 100%, 0% en volgens een of meerdere bijzondere verhoudingsgetallen. Via een interface op Intervat kunnen ze die gegevens vanaf 1 januari 2024 ingeven. Let wel, zodra er meer dan 5 bijzondere verhoudingsgetallen doorgegeven moeten worden, moet dat via een bijlage gebeuren.

Deze aanmeldingsplicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgebreid naar de gemengde btw-plichtigen die hun recht op aftrek uitoefenen via het algemeen verhoudingsgetal. Deze melding moet gebeuren via het elektronisch formulier 604A of 604B. Btw-plichtigen die op 31 december 2023 hun recht op aftrek al uitoefenen via het algemeen verhoudingsgetal, moeten dat uiterlijk op 30 juni 2024 melden. Bij stopzetting van de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal moet er opnieuw een formulier 604B worden ingediend. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een overstap naar een volledig recht op aftrek of bij toepassing van werkelijk gebruik.

De verplichting om gestructureerde gegevens mee te delen wordt uitgebreid naar zij die het algemeen verhoudingsgetal toepassen en naar de gedeeltelijke btw-plichtigen. Gemengde btw-plichtigen die het algemeen verhoudingsgetal toepassen moeten dus een kennisgeving doen van het voorlopige en het definitieve verhoudingsgetal.

Het doel van deze nieuwe verplichte mededeling is om met de ingewonnen informatie gerichte btw-controles uit te voeren. Gemengde btw-plichtigen kunnen zich vanaf 2024 dus verwachten aan een controlegolf van de btw-administratie.

2.Nieuwe spelregels afbraak-wederopbouw in 2024

Er is veel gelobbyd over de verlenging van de tijdelijke maatregel afbraak-wederopbouw. Uiteindelijk zal de bestaande permanente regeling afbraak-wederopbouw aan 6% die gold in de 32 centrumsteden, samensmelten met de tijdelijke regeling afbraak-wederopbouw in het ganse grondgebied. Hier vindt u een uitgebreidere bespreking van de nieuwe regeling en de overgangsmaatregelen.

Deze maatregel was natuurlijk zeer welkom. Maar toch is er ook ongenoegen over het feit dat het niet langer mogelijk is om wederopgebouwde woningen te verkopen onder het tarief van 6%.

3.Verlenging verlaagd tarief warmtepompen

Van 1 april 2022 tot 31 december 2023 was er een tijdelijk verlaagd tarief van 6% van toepassing voor de levering en plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen, thermische of fotovoltaïsche zonnepanelen en zonneboilers en warmtepompen, met uitsluiting van hybride warmtepompen, aan woningen jonger dan 10 jaar.

Tot 31 december 2024 wordt dat tarief van 6% verlengd, maar enkel voor warmtepompen, met uitsluiting van hybride warmtepompen! Zonnepanelen en -boilers genieten vanaf 1 januari 2024 niet langer het tarief van 6% bij plaatsing op een woning die jonger is dan 10 jaar.

4.Geregistreerd kassasysteem 2.0 vanaf 1 januari 2024

Het geregistreerd kassasysteem (GKS) werd in 2014 geïntroduceerd in de horeca als pasmunt voor het verlaagd tarief van 12% in de horeca. Bijna een klein decennium later is het systeem aan vernieuwing toe. Zowel voor de gebruikers (moeilijkere koppeling met moderne kassasystemen, lage transactiesnelheid, minstens 10 dagen tussen de aanvraag van een VAT signing card en de effectieve ingebruikname) als voor de btw-administratie (controle van de bewaarde data in de Fiscale Data Module kan enkel ter plaatse) heeft het huidige GKS frustrerende gebreken.

Een ontwerpwet voorziet nu in een nieuw GKS 2.0. Het basisprincipe blijft nog hetzelfde: transactiedata beveiligen met een digitale handtekening in de Fiscale Data Module. Dat zal niet langer met een VAT signing card moeten gebeuren. Er zal nog slechts één auditfile zijn ongeacht de gebruikte kassasoftware. De grootste nieuwigheid is dat (detail)transactiegegevens online en in realtime doorgestuurd worden naar de btw-administratie. Dat maakt controles op afstand mogelijk. Bovendien is een uitbreiding mogelijk van GKS 2.0 voor gebruik in andere sectoren dan de horeca.

Volgens de ontwerpwet is de inwerkingtreding voorzien vanaf 1 januari 2024. Er is weliswaar een overgangsregeling voorzien wanneer op 31 december 2023 al een certificatie van het GKS is aangevraagd of bekomen. In dat geval gelden de nieuwe regels pas vanaf 1 januari 2027. Dat wil zeggen dat die kassasystemen uiterlijk op 31 december 2026 aan de nieuwe regels moeten voldoen. Kassasystemen waarvoor de aanvraag tot certificatie ingediend wordt vanaf 1 januari 2024, moeten wel onmiddellijk aan de nieuwe regels voldoen.

5.Hoofdelijke aansprakelijkheid elektronische interfaces

Regels voor afstandsverkopen

Op 1 juli 2021 werden nieuwe regels voor afstandsverkopen ingevoerd. Btw-plichtigen die via een elektronische interface goederenleveringen faciliteren, worden op basis van een wettelijk vermoeden geacht de goederen van de leverancier te kopen en op hun beurt aan de koper te verkopen (commissionairsprincipe) in de volgende twee gevallen:

  1. Leveringen van goederen binnen de EU door een niet in de EU gevestigde btw-plichtige aan een niet-btw-plichtige.
  2. Afstandsverkopen met invoer van zendingen met een waarde van maximaal 150 euro.

Dat onweerlegbare wettelijk vermoeden is gebaseerd op de btw-richtlijn.

Nieuw artikel over schuldenaar btw

De btw-richtlijn voorziet niet in een mogelijkheid om het toepassingsgebied van dat wettelijk vermoeden uit te breiden. Ze geeft de lidstaten wel de mogelijkheid om te bepalen dat een andere persoon dan de ‘primaire’ schuldenaar, hoofdelijk verplicht is de verschuldigde btw over bepaalde handelingen te voldoen.

Om dat te realiseren wordt een nieuw artikel 51bis §3bis btw-wetboek ingevoerd. In bepaalde gevallen geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid voor elektronische interfaces voor de verschuldigde Belgische btw over goederenleveringen gefaciliteerd via een door hen geëxploiteerde elektronische interface.

Om de exploitant van de elektronische interface aansprakelijk te kunnen stellen voor de verschuldigde Belgische btw, moet die niet te goeder trouw zijn geweest of een fout of nalatigheid hebben begaan bij een of meer van de volgende goederenleveringen:

  • Binnenlandse goederenleveringen en intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit een andere lidstaat naar België voor particulieren en andere afnemers van wie de intracommunautaire verwervingen in België niet aan de btw zijn onderworpen.
  • Afstandsverkopen met invoer van goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro, waarbij het de leverancier is die voor de invoer als geadresseerde optreedt. Dus niet als de koper bv. via het koeriersbedrijf de invoer-btw moet voldoen.

Niet te goeder trouw of nalatig

De nieuwe wet voorziet ook wanneer zo'n exploitant nalatig of niet te goeder trouw is geweest.

Er is sprake van nalatigheid als de exploitant onvoldoende nagaat of de leverancier van de goederen wel beschikt over een geldig Belgisch btw-nummer of een btw-nummer van een andere lidstaat voor het gebruik van de OSS-Unieregeling. Dat laatst is nodig om de Belgische btw over de levering te kunnen aangeven. De exploitant van het platform moet dat bovendien nagaan vóór de aanvang van de facilitering en vervolgens minstens één maal per kalenderjaar. Zo niet is hij nalatig.

Als blijkt dat de leverancier geen btw betaalt, dan is de aansprakelijkheid nog niet onmiddellijk aan de orde. Maar als de fiscus de exploitant van het platform een eerste keer meedeelt dat er ernstige vermoedens bestaan dat een leverancier voor wie het platform de leveringen faciliteert, zijn aangifte- en betalingsverplichtingen niet correct vervult, dan moet de exploitant die leverancier binnen één maand aanmanen om zijn verplichtingen correct na te komen. Doet de exploitant dat niet, dan wordt hij geacht niet te goeder trouw te zijn.

Hetzelfde geldt als de exploitant geen aanmaning doet binnen de maand na een tweede mededeling van de fiscus. En volgt een derde mededeling, dan is de exploitant niet te goeder trouw als hij niet binnen de maand die leverancier uitsluit van het gebruik van zijn elektronische interface.

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid geldt vanaf 1 januari 2024.

6.Wat heeft de eindmeet niet gehaald?

De geplande modernisering van de btw-ketting zou initieel op 1 januari 2024 in werking treden. Het gaat onder meer over een vervanging van het systeem van de rekening-courant door een provisierekening en een vereenvoudiging om teruggave van een tegoed te vragen. Na enkele maanden windstilte stelt de memorie van toelichting bij het wetsontwerp een koninklijk besluit in het vooruitzicht. De datum van inwerkingtreding van de nieuwe btw-procedure verschuift van 1 januari 2024 naar 1 januari 2025. We volgen dit uiteraard verder op.

Hebt u nog vragen bij de nieuwe btw-regels van 2024, aarzel dan niet om ons btw-team te contacteren.

Neem contact op met één van onze experten

Karolien Vanmeerhaeghe

Karolien Vanmeerhaeghe

Director Tax & Legal Services

Contact