Overslaan en naar de inhoud gaan
#HR #Zelfstandigen #Corona #Tax & Legal

Kan ik als zelfstandige ook een Corona-ouderschapsuitkering krijgen?

donderdag 25/06/2020
Corona-ouderschapsverlof?

Zelfstandigen die als gevolg van de Coronamaatregelen hun activiteit in mei en/of in juni verminderen om voor hun kinderen te zorgen, komen in aanmerking voor de uitkering.

De ministerraad keurde evenwel een ontwerp van koninklijk besluit goed dat de ouderschapsuitkering ten gunste van zelfstandigen voor de maanden juli en augustus wil verlengen, in het kader van de maatregelen tegen de verspreiding van het COVID-19-virus. 

OPGELET: Ontvang je  de uitkering in het kader van het overbruggingsrecht? Dan kom je voor die maand(en) niet in aanmerking voor de ouderschapsuitkering. 

Voorwaarden 

De ouderschapsuitkering is bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen die in de maanden mei en/of juni door de Coronamaatregelen hun zelfstandige activiteit hebben verminderd om voor hun kind(eren) te zorgen. Het kan gaan om een biologisch kind, een geadopteerd kind of een pleegkind.  

De leeftijd van het kind is van belang. De maatregel is er voor ouders van:

  • kinderen die niet ouder dan 12 jaar zijn 
  • kinderen met een beperking die niet ouder dan 21 jaar zijn 

Voor sommige kinderen met een beperking geldt geen leeftijdslimiet. Het gaat om kinderen die gewoonlijk gebruikmaken van een ‘intramurale of extramurale dienstverlening’ (zoals bv. opvang in een dagcentrum of hulp aan huis). 

Om in aanmerking te komen voor de uitkering moet je in het tweede kwartaal van 2020 aangesloten zijn als zelfstandige. 

De maatregel is bestemd voor zelfstandigen die in het tweede kwartaal van 2020 aangesloten zijn als zelfstandige in hoofdberoep (inclusief ‘primostarters’) of als meewerkende echtgenoot maxistatuut.  

Wie in het tweede kwartaal van 2020 aangesloten is als student-zelfstandige, als zelfstandige in bijberoep of als zelfstandige in hoofdberoep met toepassing van de gelijkstelling met een bijberoep (‘artikel 37’) komt in aanmerking voor zover de wettelijke voorlopige bijdrage van het tweede kwartaal van 2020 minstens 745,51 euro bedraagt. Hetzelfde geldt voor zelfstandigen die de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar hebben bereikt, maar (nog) geen pensioen genieten. Zelfstandigen die wel een rustpensioen genieten, komen niet in aanmerking voor de ouderschapsuitkering. 

Met ‘wettelijke voorlopige bijdrage’ wordt bedoeld: de voorlopige bijdrage berekend op basis van het inkomen van 2017. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met vrijwillige verhoogde voorlopige bijdragen. Er wordt wél rekening gehouden met een eventuele vermindering van je voorlopige bijdragen. Als je je voorlopige bijdrage van het tweede kwartaal van 2020 hebt verminderd, waardoor ze minder dan 745,51 euro bedraagt, dan kom je niet in aanmerking voor de ouderschapsuitkering. Om in aanmerking te komen moet je eerst verzaken aan de vermindering. 

Is je wettelijke voorlopige bijdrage van het tweede kwartaal van 2020 te laag om in aanmerking te komen, maar verwacht je dat je netto belastbaar inkomen als zelfstandige in 2020 minstens 13.993,78 euro zal bedragen (7.330,52 euro als je aangesloten bent in hoofdberoep met gelijkstelling bijberoep)? Dan kom je mogelijk toch in aanmerking voor de ouderschapsuitkering. De uitkering kan dan wel pas worden toegekend nadat je voorlopige bijdragen van 2020 werden herzien op basis van je definitieve inkomen van 2020. Die herziening zal in principe in de loop van 2022 of 2023 gebeuren. Het is van belang om ook in dat geval ten laatste op 30 september 2020 een aanvraag in te dienen (zie verder).   

Hoeveel bedraagt de uitkering?

Deze nieuwe maatregel voorziet in een maandelijkse uitkering voor de maanden mei en/of juni. De uitkering bedraagt 532,24 euro per maand.  

Vorm je een eenoudergezin, dan bedraagt de uitkering 875 euro per maand. Om aanspraak te maken op dat hogere bedrag, moet je uitsluitend met één of meerdere kinderen samenwonen, van wie je er ook minstens één ten laste hebt. 

Cumulatie met andere uitkeringen? 

De tijdelijke ouderschapsuitkering wordt ingevoerd voor de maanden mei en/of juni 2020 en wordt toegekend per maand. De uitkering kan niet worden gecumuleerd met een andere uitkering als zelfstandige in dezelfde maand.  

Je komt dus niet in aanmerking voor de ouderschapsuitkering als je voor diezelfde maand een van volgende uitkeringen ontvangt: 

  • een arbeidsongeschiktheidsuitkering, een moederschapsuitkering, een adoptie-uitkering of pleegouderverlofuitkering als zelfstandige (uitbetaald door je ziekenfonds). 
  • een uitkering in het kader van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen, een uitkering als zelfstandige mantelzorger, een vaderschaps- of geboorte-uitkering (uitbetaald door je sociaal verzekeringsfonds). 
  • een rustpensioen (uitbetaald door de Federale Pensioendienst). Je kan de tijdelijke ouderschapsuitkering wel combineren met een overlevingspensioen of een overgangsuitkering, voor zover je tot de juiste bijdragecategorie behoort (zie boven). 

Als je voor de maanden mei en/of juni reeds een dergelijke uitkering ontvangt, heeft het dus geen zin om de ouderschapsuitkering aan te vragen voor mei en/of juni. 

De ouderschapsuitkering mag wel worden gecumuleerd met een uitkering toegekend in een ander sociaal statuut, bv. als werknemer of als ambtenaar. Zo kan je in dezelfde maand de ouderschapsuitkering als zelfstandige cumuleren met een werkloosheidsuitkering of met een uitkering in het kader van ouderschapsverlof als werknemer.   

Hoe vraag je de ouderschapsuitkering aan? 

De aanvraag moet ten laatste op 30 september 2020 worden ingediend. Het is momenteel nog niet mogelijk om de ouderschapsuitkering aan te vragen.

Vind een antwoord op al uw vragen over deze Coronacrisis in onze speciale FAQ.  

Neem contact op met één van onze adviseurs
Bert Lutin
Bert Lutin
Partner Tax & Legal Services