Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business & International Tax #Interest #Financiering

Hoe werkt de nieuwe interestaftrek-
beperking in de praktijk?

woensdag 27/01/2021
Interestaftrekbeperking

Vanaf aanslagjaar 2020 (boekjaren vanaf 1 januari 2019) werd in België een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd. Het doel hiervan is om erosie van de belastbare basis door buitensporige interestbetalingen tegen te gaan, intussen werd reeds een en ander verduidelijkt. Toch blijft deze regeling complex. Wat betekent dat nu in de praktijk?

Interestaftrek beperkt

Voortaan is het financieringskostensurplus slechts aftrekbaar ten belope van 3 miljoen euro of 30% van de fiscale EBITDA (een manier om de waarde van een bedrijf in kaart te brengen).

Omdat minstens 3 miljoen euro aan intresten sowieso aftrekbaar blijven, is deze regeling minder van belang voor de gemiddelde Belgische kmo, die doorgaans geen 3 miljoen euro aan intresten betaalt. Het is wel relevant voor een groep verbonden kmo’s/vennootschappen, omdat de minimumgrens van 3 miljoen euro in dat geval verdeeld moet worden over alle vennootschappen van de groep.

Wat is een vennootschapsgroep?

Een vennootschapsgroep in het kader van het financieringskostensurplus zijn vennootschappen die met elkaar verbonden zijn in de zin van art. 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Voor de meeste aspecten moeten de vennootschappen verbonden zijn gedurende het volledige belastbare tijdperk.

Let op bij een overname

Een aandachtspunt is de interestaftrek bij de overname van een vennootschap. Meestal zal de overnemende vennootschap een (hoge) financiering aangaan om de overname te doen. Tijdens het eerste jaar wordt de overgenomen vennootschap nog niet beschouwd als deel van de groep van de overnemende vennootschap voor de toepassing van de interestaftrekbeperking. Er is nog geen verbondenheid gedurende het ‘gehele belastbare tijdperk’. Als de interestlast meer dan 3 miljoen euro bedraagt, zal een deel nog niet aftrekbaar zijn dat eerste jaar.

Hoe het financieringskostensurplus berekenen?

Om het bedrag van de interestaftrekbeperking te bepalen, moet u eerst en vooral het financieringskostensurplus berekenen per vennootschap.

Het financieringskostensurplus is het positieve verschil tussen:

  • Het geheel aan interestenkosten (en economisch gelijkaardige kosten);
  • Het geheel aan interestenopbrengsten (en economisch gelijkaardige opbrengsten).

Een aantal kosten en opbrengsten zijn uitgesloten van de berekening.

  • Onder bepaalde voorwaarden: de interesten van leningen waarvan het contract werd gesloten vóór 17 juni 2016.
  • Wanneer de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep vennootschappen gedurende het gehele belastbare tijdperk, komen de interesten die verschuldigd zijn aan of door een Belgische groepsentiteit niet in aanmerking voor de vaststelling van het financieringskostensurplus. Interesten betaald aan of door een buitenlandse groepsvennootschap komen bijgevolg wel in aanmerking.

Aftrekcapaciteit op groepsniveau

Eens u het financieringskostensurplus berekend hebt, moet u de aftrekcapaciteit op groepsniveau nagaan. Bedraagt het financieringskostensurplus op groepsniveau meer dan 3 miljoen euro of 30% van de fiscale EBITDA, dan zijn bijkomende stappen nodig.

De aftrekcapaciteit kan immers onder voorwaarden ofwel overgedragen worden tussen groepsleden, ofwel naar het volgend belastbaar tijdperk.

Ook als het financieringskostensurplus onder de 3 miljoen euro blijft, moet de toewijzing van de aftrekcapaciteit tussen de groepsleden nagegaan worden in functie van de EBITDA-berekening.

Welke aangifteformaliteiten moeten er gebeuren?

De nieuwe interestaftrekbeperking brengt heel wat aangifteformaliteiten met zich mee. Ook voor groepsvennootschappen die minder dan 3 miljoen euro financieringskostensurplus hebben, moeten er mogelijks nog bijkomende formaliteiten worden vervuld.

  • Het formulier 275 CRC moet toegevoegd worden bij de aangifte om te verzaken aan de EBITDA-regeling en ervoor te zorgen dat de verdeling van de 3 miljoen euro tussen de groepsleden gebeurt in functie van het financieringskostensurplus. Ook in kleinere groepen met een financieringskostensurplus van minder dan 3 miljoen euro wordt dit formulier in bepaalde gevallen best ingediend.
  • In geval u oudere leningen, afgesloten voor 17 juni 2016, wil uitsluiten van de toepassing van de maatregel, moet u een bijlage bij de aangifte voegen met bijkomende informatie over de desbetreffende leningen.
  • Het formulier 275 SE wordt bij de aangifte toegevoegd in geval u het niet-aftrekbare financieringskostensurplus naar het volgend aanslagjaar overdraagt. In voorkomend geval wordt het bedrag opgenomen in verworpen uitgaven.
  • Het formulier 275 CDI moet worden ingevuld in geval u de aftrekcapaciteit tussen vennootschappen wil overdragen. Dit moet bij de aangifte van de betrokken partijen worden gevoegd.

Laat u bijstaan

De nieuwe interestaftrekbeperking is heel complex en zeker voor vennootschapsgroepen dreigt een gehele of gedeeltelijke verwerping van de intresten als niet de juiste bijlagen bij de aangifte in de vennootschapsbelasting gevoegd worden.

Laat u daarom zeker bijstaan om de gevolgen van deze nieuwe regeling voor uw specifieke situatie na te kijken. Wij helpen u daar graag mee.

Neem contact op met één van onze adviseurs

Laura Meert

Laura Meert

Manager Tax & Legal Associate