Overslaan en naar de inhoud gaan
chefquet-arrest
#Fiscaliteit #Chefquet-arrest #Belastinghervorming

De impact van het Chefquet-arrest op de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen)

19/10/2026 | Leestijd: 4 minuten
Stefan Vankalck
Stefan Vankalck
Director Tax & Legal
Contact

Op 12 maart 2026 heeft het Europees Hof van Justitie in de zaak Chefquet geoordeeld dat de Belgische aanvullende belasting voor niet-inwoners strijdig is met het Europees recht. De eerste beleidsreacties spreken ondertussen over mogelijke toekomstige oplossingen.

Waarom werd de Belgische regeling afgekeurd?

Niet-inwoners die in België belastbare inkomsten verkrijgen, worden onderworpen aan de belasting van niet-inwoners. Op de verschuldigde belasting, berekend tegen progressieve tarieven, wordt momenteel een federale aanvullende heffing van 7% toegepast, de zogenaamde federale opcentiemen. Belgische inwoners betalen daarentegen een gemeentebelasting (van 0% tot 9%), waarvan het effectieve tarief varieert volgens de hoofdverblijfplaats van de belastingplichtige.

Volgens het Europees Hof van Justitie leidt deze regeling in bepaalde gevallen tot een hogere belastingdruk voor niet-inwoners dan voor vergelijkbare Belgische inwoners. Dat verschil vormt een beperking van het vrije verkeer van werknemers. Het Hof benadrukt dat het niet vereist is dat niet-inwoners systematisch zwaarder belast worden. Het volstaat dat de regeling in bepaalde situaties tot een ongunstigere behandeling kan leiden.

Voor belastingplichtigen kan het arrest belangrijke financiële gevolgen hebben. Niet-inwoners die de federale opcentiemen hebben betaald, kunnen, afhankelijk van hun situatie, overwegen om een bezwaar of een verzoek tot ambtshalve ontheffing in te dienen.

Naar een hervorming van de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen)?

In dat kader keurde de ministerraad een voorontwerp goed dat niet-inwoners de mogelijkheid zou geven om aan te tonen dat zij in een Belgische gemeente met een gemeentebelasting van minder dan 7% moeten worden gelokaliseerd, zodat zij op dezelfde manier belast worden als Belgische inwoners die zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

De vraag die zich stelt, is hoe deze werknemers zouden worden gelokaliseerd:

  • Daar waar de Belgische werkgever is gevestigd?
  • Wat indien er geen Belgische werkgever is, maar belastingplicht ontstaat door de overschrijding van de 183-dagenregel?
  • Wat bij meerdere Belgische werkgevers?
  • Daar waar de niet-inwoner effectief werkt?
  • Wat indien de belastingplichtige op verschillende vestigingen actief is in ons land?
  • Wat met vertegenwoordigers of andere rondreizende belastingplichtigen?

Op dit moment zijn er nog geen verdere details beschikbaar.

Bijkomende wijzigingen in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen)

Naast de mogelijkheid om te opteren voor een lagere gemeentebelasting (in plaats van de forfaitaire 7% aan federale opcentiemen) voorziet het voorontwerp van de wetswijziging ook in de volgende aanpassingen:

Belasting op onroerende goederen van niet-inwoners

We onderscheiden hier drie situaties:

a) Wanneer een niet-inwoner Belgische onroerende goederen bezit, maar daarnaast ook andere inkomsten van Belgische oorsprong ontvangt (bezoldigingen, huurinkomsten of andere), dan moet hij steeds een Belgische aangifte indienen.

b) Wanneer een niet-inwoner Belgische onroerende goederen bezit, is hij toch vrijgesteld van aangifteplicht (en dus van Belgische belastingen) wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Hij geniet geen andere Belgische inkomsten naast de onroerende inkomsten.
  • Geen enkel onroerend goed dat hij in België bezit, wordt verhuurd.

In dit verband wijzen wij erop dat de fiscale administratie eveneens uitgaat van een aangifteplicht wanneer een inkomen van Belgische oorsprong (anders dan onroerende inkomsten) op grond van een toepasselijk dubbelbelastingverdrag is vrijgesteld van belasting in België.

c) Wanneer een niet-inwoner een of meerdere Belgische onroerende goederen bezit waarvan er minstens één is verhuurd, dan is hij in principe aangifteplichtig. Zijn de belastbare roerende inkomsten echter lager dan € 2.500 per persoon, dan hoeft er geen aangifte in de belasting van niet-inwoners te worden ingediend en ‘ontsnapt’ de niet-inwoner aan Belgische belastingen op zijn onroerende goederen.

Het hogervermelde voorontwerp beoogt een einde te maken aan deze vrijstellingsdrempel van € 2.500. Hierdoor zouden verhuurde onroerende goederen altijd belast worden, ongeacht de hoogte van de inkomsten. Of de uiteindelijke wetswijziging ook de tweede situatie zal viseren en ook niet-verhuurde onroerende goederen zal belasten, is nog niet geweten.

De invoering van een optionele regularisatie van diverse inkomsten

Het gaat hier om de rapportering van inkomsten waarvoor de rubrieken vandaag niet beschikbaar zijn in een aangifte in de belasting van niet-inwoners. Meer gedetailleerde informatie hierover is nog niet beschikbaar.

Hoe kunnen wij u helpen?

Onze Global Mobility-specialisten binnen Tax & Legal volgen de hervormingen van de belasting van niet-inwoners nauwgezet op. Neem gerust contact op met uw vertrouwde adviseur als u vragen hebt.

Neem contact op met één van onze experten