Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business Legal

Consortium, fiscaal nuttig?

06/07/2023 | Leestijd: 4 minuten

Op 1 juni 2022 heeft de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies 2022/09 inzake de consolidatie bij een horizontale groep (consortium) uitgebracht. Dit advies preciseert het begrip ‘consortium’. Dat is zeker ook relevant voor fiscale doeleinden.

Controle

Onder ‘controle’ over een vennootschap moet worden verstaan de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van 51% van de bestuurders of op de oriëntatie van het beleid.

In de volgende gevallen is er ‘controle in rechte’ en dan geldt een onweerlegbaar vermoeden van ‘controle’: een vennoot bezit 51% van de stemrechten of heeft het recht om 51% van de bestuurders te benoemen of te ontslaan, een vennoot beschikt statutair of bij overeenkomst controlebevoegdheid, of in geval van gezamenlijke controle.

Er kan zich evenwel ook ‘controle in feite’ voordoen, maar dit is een weerlegbaar vermoeden.

Consortium mits ‘centrale leiding’

Een consortium kan aanleiding geven tot een ‘horizontale groep’. In dat geval zijn de vennootschappen onderling geen dochtervennootschappen, maar staan ze wel onder centrale leiding. De wetgever legt op dat vennootschappen die onder zulke centrale leiding staan tot de consolidatiekring behoren.

Er is een onweerlegbaar vermoeden van centrale leiding wanneer deze voortvloeit uit overeenkomsten afgesloten tussen de betrokken vennootschappen of uit statutaire bepalingen, en evenals wanneer hun bestuursorganen voor het merendeel uit dezelfde personen bestaan.

Opgelet: wanneer de bestuurder van een vennootschap zelf ook een rechtspersoon is, zal deze laatste een vaste vertegenwoordiger benoemen die belast is met de uitvoering van de bestuursopdracht in naam en voor rekening van de rechtspersoon. Deze vaste vertegenwoordiger zal evenwel uitsluitend de rechtspersoon vertegenwoordigen zonder dat er sprake is van een indeplaatsstelling. Het wettelijk vermoeden wordt aldus niet toegepast op de vaste vertegenwoordiger zelf.

Er is een weerlegbaar vermoeden van centrale leiding wanneer 51% van de stemrechten worden gehouden door dezelfde personen.

Merk op dat de consolidatieverplichting rust op alle vennootschappen (met rechtspersoonlijkheid!) die deel uitmaken van het consortium: zij staan dus gezamenlijk in voor de opstelling en publicatie van de geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag.

Moment van consortium-toets?

De beoordeling van de grootte van de vennootschap moet gebeuren op geconsolideerde basis. Deze test moet uitgevoerd worden op de balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar. Het vennootschapsrecht bepaalt echter niet uitdrukkelijk op welk ogenblik de beoordeling van de eventuele aanwezigheid van centrale leiding dient te gebeuren.

De EU richtlijn 2013/34/EU spreekt zich enkel als volgt uit over het geval waarbij de bestuursorganen voor het merendeel bestaan uit dezelfde personen, t.w. “(…) de bestuurs-, de leidinggevende of de toezichthoudende organen van die onderneming en van één of meerdere andere ondernemingen (…) gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde financiële overzichten in meerderheid uit dezelfde personen bestaan.”

Voorbeeld

BelCo (1) heeft 5 bestuurders, met name de natuurlijke personen A, B, C, D en E. BelCo (2) heeft 4 bestuurders, met name de natuurlijke personen A, B, E en F. BelCo (3) heeft 5 bestuurders, met name de natuurlijke personen A, B, F, G en H. BelCo (1) en BelCo (3) hebben respectievelijk een 40% en 60% belang in BelCo (2).

BelCo (1) en BelCo (3) staan niet onder centrale leiding, want slechts een minderheid (A en B) van de bestuurders is gemeenschappelijk. Doch, BelCo (2) is een dochtervennootschap van BelCo (3) gelet op de 60% deelneming. BelCo (2) en BelCo (3) vormen dus een verticale consolidatie en dus kan er, ondanks een meerderheid van gemeenschappelijke bestuurders (i.e. A, B en F), van een consortium tussen beide nooit sprake zijn gelet op de primauteit van een verticale structuur op een horizontale structuur.

Fiscale relevantie?

Het begrip ‘consortium’ is daarnaast zeer belangrijk voor fiscale doeleinden in België. Dat is zo omdat de vraag of een vennootschap als ‘kmo’ kwalificeert of niet, op geconsolideerde basis moet worden beoordeeld. De consortium-toets is één van de criteria ter zake en heeft biijgevolg dus fiscale impact.

Voor de goede orde sommen we hierna even kort een aantal fiscale voordelen op die enkel een kmo kan genieten:

  • Enkel een kmo heeft recht op de gewone investeringsaftrek van momenteel 25%.
  • Enkel een kmo hoeft gedurende zijn eerste drie boekjaren niet te vrezen voor een belastingvermeerdering (momenteel 6,75%) wanneer er onvoldoende of geen voorafbetalingen zouden zijn gebeurd tijdens deze boekjaren.
  • Enkel een kmo kan gebruik maken van het verlaagde 20% VennB-tarief op de eerste schijf aan belastbare basis van 100.000 EUR als de voorwaarden zijn ingevuld.
  • Opdat een aandeelhouder-natuurlijk persoon recht heeft op 15% (i.p.v. 30%) RV op dividenden moet de uitkerende vennootschap een kmo zijn in het boekjaar waarin de inbreng plaatsvond.
  • Alleen een kmo kan genieten van de verhoogde veralgemeende vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing als de voorwaarden zijn vervuld. Dit is de zogenaamde IPA-korting.
  • Een liquidatiereserve kan alleen maar aangelegd worden indien de betrokken vennootschap een kmo is in het boekjaar waarvoor de reserve wordt geboekt.

Als u hier meer informatie over wenst, neem dan gerust contact op met onze experten.

Neem contact op met één van onze experten