Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business Legal #Levensverzekering #Verzekeringen #Erfrecht

Wettelijke erfgenamen als begunstigden van levensverzekering

donderdag 02/01/2014
De wettelijke erfgenaam als begunstigden van een levensverzekering

Bij het afsluiten van een levensverzekering moet u aanduiden wie bij uw overlijden het kapitaal van uw levensverzekering zal ontvangen. De begunstigden kan u aanduiden bij naam en toenaam of met een generieke term zoals de echtgeno(o)t(e), uw kinderen of de wettelijke erfgenamen. Het is voor die laatste groep, de wettelijke erfgenamen, dat de regels voor de toebedeling van het overlijdenskapitaal werden gewijzigd.

Artikel 110/1 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst werd ingevoerd bij wet van 13 januari 2012. Dit artikel bepaalt dat, wanneer de wettelijke erfgenamen bij generieke term als begunstigden van het verzekerd kapitaal zijn aangeduid, voortaan het overlijdenskapitaal zal worden uitgekeerd aan de nalatenschap van de verzekeringnemer.

De begunstigingclausule in levensverzekeringen

De verzekeringsmaatschappijen voorzien in hun contracten vaak een standaard begunstigingsclausule die bepaalt dat, bij afwezigheid van een uitdrukkelijk aangeduide begunstigde, het overlijdenskapitaal zal toekomen aan de wettelijke erfgenamen. Met de term "wettelijke erfgenamen" worden enkel de personen bedoeld die door de wet als erfgenamen worden gekwalificeerd, zoals de langstlevende echtgeno(o)t(e), kinderen, ouders... en niet de legatarissen.

De personen die bij testament als begunstigden van een nalatenschap worden aangeduid, de "legatarissen" genoemd, verschillen vaak van de "wettelijke erfgenamen". Bij de uitkering van het overlijdenskapitaal van een levensverzekering zorgde dit in het verleden vaak voor ongewenste resultaten.

Vóór de wet van 13 januari 2012 werd het overlijdenskapitaal van een levensverzekering rechtstreeks en in gelijke delen uitgekeerd aan de wettelijke erfgenamen. Het overlijdenskapital viel niet in de nalatenschap van de verzekeringnemer, bijgevolg werd met een eventueel testament van de verzekeringnemer geen rekening gehouden.

Voorbeeld

  • An heeft een levensverzekering afgesloten waarin zij haar echtgenoot, en bij zijn vooroverlijden, haar wettelijke erfgenamen als begunstigden heeft aangeduid. Na het overlijden van haar man besluit An om een testament op te maken in het voordeel van haar vriendin Lut. Aan haar levensverzekering wijzigt An niets. Bij haar overlijden zal het kapitaal nog steeds toekomen aan haar "wettelijke erfgenamen". An komt te overlijden en zij blijkt nog een nicht en neef te hebben. Het overlijdenskapitaal zal op grond van de begunstigingclausule in haar levensverzekering rechtstreeks en in gelijke delen toekomen aan de wettelijke erfgenamen, haar nicht en neef. Haar goede vriendin Lut, zal op grond van het testament enkel wat cash geld ontvangen. Dit is niet wat An had gewild.

Met de invoering van artikel 110/1 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst wou de wetgever een oplossing bieden voor dergelijke situaties.

De nieuwe verdelingsregels

Door de invoering van artikel 110/1 zal het overlijdenskapitaal niet langer rechtstreeks aan de wettelijke erfgenamen worden uitgekeerd. Het kapitaal zal toekomen aan de nalatenschap van de verzekeringnemer, waardoor het zal worden verdeeld overeenkomstig de regels van het wettelijk erfrecht.

In het voorbeeld van An, zal het overlijdenskapitaal niet meer rechtstreeks toekomen aan haar wettelijke erfgenamen maar aan haar nalatenschap. De nalatenschap, met daarin het overlijdenskapitaal, wordt verdeeld volgens de regels van het wettelijk erfrecht waardoor het testament van An ten volle uitwerking krijgt. Lut krijgt alles, ook het kapitaal van de levensverzekering. Haar nicht en neef zullen niets ontvangen.

Ingevolge deze wijziging, wordt voortaan ook rekening gehouden met het testament van de verzekeringnemer. De verdeling van het kapitaal onder de wettelijke erfgenamen sluit op die manier nauwer aan bij de wil van de overledene.

Hoeft u als verzekeringnemer iets te doen?

Artikel 110/1 is van toepassing op alle levensverzekeringen die zijn afgesloten vanaf 5 maart 2012. Voor de levensverzekeringen die voor deze datum werden afgesloten, voorziet de wet in een overgangsperiode van twee jaar.

Indien deze verdelingsregels overeenstemmen met uw wil, dan dient u niets te ondernemen. Gaat u evenwel niet akkoord, dan kan u nog tot 5 maart 2014 uitdrukkelijk verklaren dat artikel 110/1 niet van toepassing is op uw levensverzekering. Dit gebeurt aan de hand van een uitdrukkelijke verklaring in een bijvoegsel aan de polis dat zowel door de verzekeringnemer als de verzekeraar dient te worden ondertekend.

Opgelet: het woord "levensverzekering" is een ruim begrip. In de praktijk gaat het om uw groepsverzekering, I.P.T.-verzekering, levensverzekering met of zonder fiscaal voordeel, Tak-23 verzekeringscontracten, …

Vanaf 5 maart 2014 zullen de bepalingen van artikel 110/1 ook van toepassing zijn op de levensverzekeringen die dateren van vóór de invoering van deze wet. Voor de verzekeringnemer blijft het uiteraard mogelijk om, na de termijn van twee jaar, uitdrukkelijk te bepalen dat het overlijdenskapitaal toekomt aan zijn wettelijke erfgenamen en dit in gelijke delen, overeenkomstigde ‘oude’ verdelingsregels.

De feitelijk en wettelijk samenwonende partners

Het overlijdenskapitaal dat toekomt aan de wettelijke erfgenamen zal voortaan worden verdeeld volgens de regels van het wettelijk erfrecht. We herinneren eraan dat de feitelijk samenwonende partners, geen wettelijke erfgenamen zijn van elkaar. Daarnaast zijn de wettelijk samenwonende partners weliswaar wettelijke erfgenamen, doch volgens de regels van het wettelijk erfrecht hebben zij enkel recht op het vruchtgebruik van de voornaamste gezinswoning met daarin de aanwezige huisraad.

Behoudens indien uitdrukkelijk bepaald bij testament, zullen noch de feitelijk, noch de wettelijk samenwonende partner op grond van de verdelingsregels van het wettelijk erfrecht een aandeel in het overlijdenskapitaal ontvangen.

Voorbeeld

  • Annelies woont feitelijk samen met haar partner Jan. Zij heeft na 5 maart 2012 een levensverzekering afgesloten waarin haar wettelijke erfgenamen als begunstigden zijn aangeduid. Aangezien ze feitelijk samenwonen, is Jan geen wettelijke erfgenaam. Wanneer Annelies komt te overlijden zal het overlijdenskapitaal naar haar wettelijke erfgenamen gaan. Jan zal niets ontvangen.
    • De situatie verandert niet indien Annelies en Jan wettelijk zouden samenwonen. Jan is weliswaar een wettelijke erfgenaam van Annelies, doch volgens de regels van het erfrecht, erft Jan alleen het vruchtgebruik van de voornaamste gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad. Jan zal geen aandeel in het overlijdenskapitaal ontvangen.
    • De situatie verandert indien Annelies een testament opstelt waarin zij aan Jan een deel van haar bezittingen nalaat. Ingevolge de toepassing van artikel 110/1 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst zal het testament van Annelies ten volle uitwerking krijgen. Jan zal, afhankelijk van wat bepaald werd in het testament, een deel van Annelies haar bezittingen ontvangen, waaronder ook een aandeel in het overlijdenskapitaal.

Ingevolge de invoering van artikel 110/1 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst, zal de verdeling van het overlijdenskapitaal van een levensverzekering voortaan nauwer aansluiten bij de wil van de verzekeringnemer. Dit is een stap in de goede richting, maar toch blijft het aan de verzekeringnemer om na te gaan of de verdelingsregels overeenstemmen met zijn wil. Is dat niet het geval, dan is het aangeraden om de verdeling van het overlijdenskapitaal uitdrukkelijk in de levensverzekering op te nemen of eventueel bij testament te regelen.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Jo Roseleth
Jo Roseleth
Managing Partner Tax & Legal Services