Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Business Legal #Zelfstandigen #Vennootschapsvorm #Vennootschap #BV

Uittreding uit coöperatieve vennootschap gebonden aan regels

dinsdag 07/05/2013
Diensten

De coöperatieve vennootschap is een wat vreemde eend in de bijt in vergelijking met andere vennootschappen. Deze vennootschapsvorm wordt vaak gebruikt door vrije beroepers (accountants, bedrijfsrevisoren, advocaten, architecten, …) die samen hun activiteiten onder één paraplu wensen uit te oefenen. Maar niet alleen bij zelfstandigen met een vrij beroep is deze vennootschapsvorm populair. Ook het grote publiek wordt dikwijls aangemoedigd om vennoot te worden van een coöperatieve vennootschap. De bekendste coöperatieve vennootschappen zijn wellicht CERA, Ecopower, Argen-Co, Incofin, Alterfin, … Deze vennootschappen hebben honderden tot zelfs duizenden vennoten. Recent nog was er grote interesse voor de nieuw op te richten coöperatieve bank New B.

U zal wellicht van zo’n vennootschap aandeelhouder worden omdat daar bepaalde voordelen aan zijn verbonden. Maar stel dat u vroeg of laat wenst uit te treden. Welke regels dient u dan in acht te nemen en krijgt u uw oorspronkelijke inleg wel terug?

De coöperatieve vennootschap: een buitenbeentje onder de vennootschappen

De coöperatieve vennootschap is een vennootschap die is samengesteld uit een veranderlijk aantal vennoten. Het kapitaal bestaat uit een vast en een variabel gedeelte. Het vast gedeelte van een CVBA mag niet lager zijn dan 18.550 EUR. Belangrijk is dat een coöperatieve vennootschap, in tegenstelling tot alle andere vennootschapsvormen, minstens drie vennoten moet tellen.

Als enige vennootschapsvorm laat zij toe dat de vennoten vrij en zonder al te veel formaliteiten kunnen uittreden. Dit is een niet te onderschatten voordeel: het zorgt ervoor dat de vennoot nooit de gevangene is van zijn eigen aandelen, wat in andere vennootschapsvormen soms wel het geval is.

De coöperatieve vennootschap bestaat in twee varianten, één met beperkte aansprakelijkheid van de vennoten (de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of afgekort CVBA), en één met onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten (de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid of afgekort CVOA). In de praktijk wordt meestal, om evidente redenen van beperking van de aansprakelijkheid, voor de eerste variant gekozen. Indien de coöperatieve vennootschap een sociaal oogmerk heeft, spreken we van een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk.

Als vennoot kan je niet zomaar op eender welk moment uittreden

Een uittreding kan in principe heel informeel en zonder noemenswaardige formaliteiten gebeuren. Meestal blijkt uit de statuten dat een aangetekende brief volstaat. In afwezigheid van enige bepaling in de statuten volstaat het dat de vennoot in kwestie gewoon laat weten dat hij volledig of gedeeltelijk uit de vennootschap wil treden. Die melding moet dan zelfs niet eens per aangetekende brief gebeuren

Maar opgelet, je kan als vennoot zomaar niet op eender welk tijdstip van het jaar uittreden. Op basis van de vennootschapswetgeving kan dat enkel effectief gebeuren gedurende de eerste zes maanden van het boekjaar[1]. Een kennisgeving van uittreding in de laatste zes maanden van het boekjaar is perfect mogelijk maar heeft m.a.w. pas gevolg in het daarop volgende boekjaar. De statuten van de vennootschap kunnen de uittreding echter ook aan strikte voorwaarden onderwerpen: zo kan er bijvoorbeeld bepaald worden dat een vennoot gedurende de eerste vijf boekjaren niet kan uittreden, dat een kandidaat-uittreder een nieuwe vennoot moet aanbrengen, dat slechts gedurende de eerste drie maanden van het boekjaar kan worden uitgetreden, … De statuten kunnen zelfs bepalen dat de vennoten totaal niet het recht hebben om uit te treden[2]. Lees de statuten dus altijd grondig door indien u wenst toe te treden in een coöperatieve vennootschap!

De uittreding moet in elk geval door het bestuursorgaan worden ingeschreven in het aandelenregister van de vennootschap[3], anders wordt zij als onbestaande beschouwd en blijft de betrokkene vennoot. Indien het bestuursorgaan de inschrijving in het aandelenregister weigert, dan dient de vennoot zich te wenden tot de griffier van het vredegerecht van de zetel van de vennootschap. 

De vennootschap zelf blijft, ondanks de uittreding, gewoon voortbestaan. De uittreding mag er echter niet toe leiden dat het vast deel van het kapitaal aangetast wordt, en evenmin mag het aantal vennoten, ingevolge de uittreding, dalen tot minder dan drie. In voorkomend geval moet de uittreding geweigerd worden.

De uitbetaling van het scheidingsaandeel

Een uitgetreden vennoot heeft in principe recht op een scheidingsaandeel waarvan de waarde moet worden bepaald op het einde van het boekjaar waarvan het lidmaatschap een einde heeft genomen[4]. Met de waarde van de aandelen wordt in beginsel de boekwaarde van de aandelen op “going concernbasis” bedoeld zoals die uit de jaarrekening blijkt.

Hoewel de boekhoudkundige waarde als vertrekpunt voor het bepalen van het scheidingsaandeel wordt genomen, mogen in de statuten andere waarderings- of berekeningsmethoden worden vastgelegd. Er bestaat daartoe een zeer grote statutaire vrijheid. Sommige coöperatieve vennootschappen bepalen zelfs in hun statuten dat de uittredende vennoten enkel en alleen recht hebben op maximaal het kapitaal dat ze hebben gestort bij hun toetreding en niet op gereserveerde winsten.

U doet er dus goed aan om ook hier de nodige informatie in te winnen alvorens u toetreedt als vennoot.

Voorbeeld

Het boekjaar van de CVBA “Mikro” sluit af per kalenderjaar. Erik besloot  op 3 mei 2012 om als vennoot uit te treden. Hij was in het bezit van 10 van de in totaal 100 uitgegeven aandelen. In de statuten werden geen bijzondere bepalingen geformuleerd m.b.t. het scheidingsaandeel. Op 31 december 2012 bedraagt het eigen vermogen van de vennootschap 100.000 €. Dit is als volgt samengesteld:

In casu zal Erik in de loop van 2013 een bruto scheidingsaandeel van 10.000 € (100.000 € x 10/100 aandelen) krijgen toebedeeld.

Indien de uitbetaling van het scheidingsaandeel tot gevolg zou hebben dat het netto-actief van de CVBA onder het bedrag van het vaste kapitaal zou dalen, dan mag geen uitkering plaatsvinden[5]. Het recht op dat scheidingsaandeel vervalt dan niet definitief, de uitvoering ervan wordt enkel opgeschort tot het netto-actief opnieuw voldoende hoog is

Kapitaal (in geld gestort):                                    30.000 €

Wettelijke reserve:                                                   3.000 €

Beschikbare reserves:                                           47.000 €

Overgedragen winst:                                            20.000 €

Totaal netto-actief:                                       100.000 €

Het fiscale luik in hoofde van de aandeelhouder-natuurlijke persoon

Op fiscaal vlak wordt het scheidingsaandeel behandeld als “inkoopboni”, althans ten belope van het positief verschil tussen het ontvangen scheidingsaandeel enerzijds en het gestorte kapitaal[6] van de aandelen anderzijds[7]. Dit verschil wordt onderworpen aan een roerende voorheffing van 10%.

Indien we dit toepassen op bovenstaand voorbeeld, dan betekent dit dat Erik netto een bedrag van 8.250 € op zijn rekening zal ontvangen:

Algemeen raden we u aan om de statuten grondig na te lezen vooraleer u beslist om vennoot te worden van een coöperatieve vennootschap. Dat is zeker het geval indien u toetreedt als lid van een grote coöperatieve zoals sommige groenstroomproducenten, gelieerde vennootschappen aan bepaalde financiële instellingen, … In veel van die vennootschappen worden er strikte regels opgelegd indien u wenst uit te treden als vennoot. Het scheidingsaandeel waarop u bij uittreding recht hebt, wordt bovendien vaak beperkt tot maximaal uw inleg.

Bruto scheidingsaandeel:                                10.000 €

In geld gestort kapitaal:                                   - 3.000 €

Belastbaar:                                                             7.000 €

Roerende voorheffing (10%):                              - 700 €

Na inhouding RV:                                                 6.300 €

In geld gestort kapitaal:                                     3.000 €

Netto uit te keren:                                         9.300 €

 

Algemeen raden we u aan om de statuten grondig na te lezen vooraleer u beslist om vennoot te worden van een coöperatieve vennootschap. Dat is zeker het geval indien u toetreedt als lid van een grote coöperatieve zoals sommige groenstroomproducenten, gelieerde vennootschappen aan bepaalde financiële instellingen, … In veel van die vennootschappen worden er strikte regels opgelegd indien u wenst uit te treden als vennoot. Het scheidingsaandeel waarop u bij uittreding recht hebt, wordt bovendien vaak beperkt tot maximaal uw inleg.

 

 

[1] Artikel 367 Wetboek van Vennootschappen
[2]al moeten we bekennen dat dit wel zeer zeldzaam is
[3] Artikel 369 Wetboek van Vennootschappen
[4] Artikel 374 Wetboek van Vennootschappen
[5] Artikel 427 Wetboek van Vennootschappen
[6] Eventueel dient dit te worden gerevaloriseerd met een bepaalde coëfficiënt indien de vennootschap werd opgericht vóór 1950
[7] Artikel 187 WIB’92

Neem contact op met een van onze adviseurs
Bert Lutin
Bert Lutin
Partner Tax & Legal Services