Transfer pricing-correcties zijn niet automatisch onderworpen aan btw
In een arrest van 13 mei 2026 (zaak C-603/24, Stellantis Portugal) oordeelt het Hof van Justitie dat transfer pricing-correcties binnen een internationale groep in beginsel geen vergoeding vormen voor een afzonderlijke dienst die aan btw onderworpen is. Het arrest verfijnt de eerder ingezette koers van het Hof in Arcomet Towercranes (C-726/23) en biedt multinationale groepen meer duidelijkheid, maar tegelijk ook nieuwe aandachtspunten voor de praktijk.
De feiten
Stellantis Portugal trad op als nationale verkoopmaatschappij voor de groep in Portugal. Zij kocht voertuigen bij de OEM-fabrikanten binnen de groep en verkocht deze door aan onafhankelijke Portugese dealers. Wanneer voertuigen terug binnenkwamen voor reparaties onder fabrieksgarantie of na fabricagefouten, voerden de dealers die reparaties uit en factureerden zij de kosten met Portugese btw door aan Stellantis Portugal.
Een intragroep-overeenkomst uit 2004 voorzag erin dat de verrekenprijzen tussen de OEM’s en Stellantis Portugal periodiek werden aangepast, met als doel haar een vooraf bepaalde winstmarge te garanderen. Bij die aanpassing werd niet enkel rekening gehouden met de reparatiekosten, maar ook met andere exploitatiekosten (personeel, elektriciteit, marketing). De correcties werden geboekt via credit- of debetnota’s van de OEM’s.
De Portugese btw-administratie stelde dat Stellantis Portugal in werkelijkheid reparatiediensten verleende aan de OEM’s en dat de transfer pricing-correcties daarvoor de tegenprestatie vormden. De naheffing bedroeg ongeveer 1,5 miljoen euro aan btw. De zaak belandde via de hoogste Portugese bestuursrechter bij het Hof van Justitie.
De beslissing van het Hof
Het Hof bevestigt zijn vaste rechtspraak: een dienst is enkel “onder bezwarende titel” verricht en dus onderworpen aan btw wanneer er een rechtstreeks verband bestaat tussen die dienst en een werkelijk ontvangen vergoeding, in het kader van een rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld en waarbij de vergoeding de tegenwaarde vormt voor een individualiseerbare dienst.
Toegepast op deze feiten komt het Hof tot de conclusie dat een dergelijk rechtstreeks verband hier niet aanwezig is. Een transfer pricing-correctie die contractueel is vastgelegd om de afnemer een vooraf bepaalde winstmarge te garanderen, die wordt doorgevoerd via een credit- of debetnota en die onder meer rekening houdt met reparatiekosten die de afnemer aan derden heeft betaald, vormt geen vergoeding voor een dienst van die afnemer aan de leverancier, tenzij uit de rechtsbetrekking tussen partijen blijkt dat de afnemer zich heeft verbonden tot specifieke dienstverlening aan de leverancier en de correctie precies daarvoor de tegenprestatie vormt.
In de overeenkomst van 2004 vond het Hof geen enkele clausule die op zo’n wederkerige verbintenis wees. Het doel van de overeenkomst was zuiver het vaststellen van de verrekenprijzen, niet het organiseren van reparatiediensten. Bovendien speelden de reparatiekosten slechts een rol naast andere parameters in de berekening, en kon de correctie zowel een credit- als een debetnota opleveren. Die onzekerheid, kosteloos, willekeurig of moeilijk kwantificeerbaar, doorbreekt het rechtstreeks verband, een criterium dat het Hof eerder al hanteerde in Arcomet Towercranes.
Het Hof verwerpt ook het argument van de Portugese btw-administratie dat Stellantis Portugal zou zijn tussengekomen in een dienst van de dealers aan de OEM’s. Er waren onvoldoende elementen om aan te tonen dat zij in eigen naam, maar voor rekening van de OEM’s had gehandeld.
De vergelijking met Arcomet Towercranes is interessant. Daar oordeelde het Hof dat de TP-correctie wel een vergoeding vormde voor een btw-belaste dienst, omdat de contractuele relatie ondubbelzinnig wees op specifieke door de moeder aan de dochter geleverde managementdiensten met een duidelijke wederkerige verbintenis. De principes zijn dus dezelfde, het rechtstreeks verband, maar de uitkomst hangt af van de feitelijke en contractuele inrichting in elke individuele groep.
Geen dienst, maar mogelijk wel een prijsaanpassing
Het Hof voegt, onder verwijzing naar de conclusie van advocaat-generaal Kokott, een belangrijke nuance toe. Indien de transfer pricing-correctie niet de vergoeding is voor een dienst, dan moet de nationale rechter onderzoeken of het gaat om een wijziging achteraf van de prijs van de oorspronkelijke goederenleveringen door de OEM’s aan Stellantis Portugal. In dat geval moet de maatstaf van heffing van die eerdere leveringen worden aangepast.
De btw-problematiek verschuift dus naar de oorspronkelijke goederenleveringen, met alle gevolgen voor de btw-rapportering vandien.
Wat betekent dit voor Belgische ondernemingen?
Voor ondernemingen die transfer pricing-correcties doorvoeren tussen verbonden vennootschappen, brengt het arrest een aantal concrete aandachtspunten met zich mee.
- Breng uw transfer pricing-correcties in kaart. Breng in kaart welke correcties uw groep periodiek doorvoert, waarop ze gebaseerd zijn (winstmargecorrectie, vergoeding voor specifieke diensten, prijsaanpassing van eerdere leveringen), en welke contractuele basis daaraan ten grondslag ligt.
- Lees uw intragroep-overeenkomsten kritisch na. Verwijzen zij, al dan niet impliciet, naar specifieke diensten of dekken zij zuiver een margedoelstelling? Dit bepaalt mee de btw-kwalificatie.
- Beoordeel de praktische implicaties. Wordt een correctie gekwalificeerd als prijsaanpassing van eerdere goederenleveringen, dan zal u creditnota’s of correctiefacturen moeten uitreiken. Dit kan ingewikkeld zijn als er verschillende btw-behandelingen werden toegepast op de oorspronkelijke leveringen.
- Vermijd het risico van niet-aftrekbare btw. Wordt er onterecht btw aangerekend op een TP-correctie die niet als dienst kwalificeert, dan dreigt de btw-aftrek te worden verworpen bij de afnemer. Enkel wettelijk verschuldigde btw is immers aftrekbaar. Een onjuiste kwalificatie raakt dus beide partijen.
Conclusie
Het arrest Stellantis Portugal bevestigt dat een transfer pricing-correctie niet automatisch leidt tot een btw-belaste dienst, maar evenmin “btw-vrij” is. De juiste kwalificatie hangt af van wat partijen contractueel hebben afgesproken en van wat zich in de feiten afspeelt. Multinationale groepen doen er goed aan hun transfer pricing-architectuur opnieuw tegen het licht te houden en de btw-gevolgen consistent vast te leggen.
Wenst u dat een van onze btw-specialisten uw transfer pricing-correcties beoordeelt? Het VAT Expert Center van Moore begeleidt u graag.