Overslaan en naar de inhoud gaan
tax
#Tax & Legal #Fiscaliteit #Vennootschapsbelasting

Recente rechtspraak inzake de fiscale interestaftrekbeperking

05/06/2026 | Leestijd: 9 minuten
An Lettens
An Lettens
Partner Tax & Legal Services
Contact

Sinds 2019 geldt in België een nieuwe interestaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting ("VennB"). In dit artikel komen we graag nog even kort terug op de basisprincipes van deze interestaftrekbeperking en geven we een update over recente en relevante rechtspraak voor ondernemingen.

Het financieringskostensurplus: de basisbegrippen op een rijtje

De netto-interestkosten (of het "financieringskostensurplus" ("FKS")) zijn fiscaal slechts aftrekbaar ten belope van (i) € 3 miljoen (of het gedeelte dat wordt toebedeeld aan een Belgische groepsvennootschap) of (ii) 30% van de fiscale EBITDA. Een vennootschap of groep van vennootschappen heeft sowieso recht op een de-minimisgrens aan aftrekcapaciteit van € 3 miljoen, ongeacht of 30% van de fiscale EBITDA lager zou zijn.

Omdat minstens € 3 miljoen aan netto-interestkosten sowieso fiscaal aftrekbaar zijn, is deze regeling minder relevant voor de gemiddelde Belgische kmo, die doorgaans geen € 3 miljoen aan interesten zal betalen tijdens het boekjaar. Ze blijft echter wel relevant voor een groep van verbonden vennootschappen, omdat de minimumgrens van € 3 miljoen in dat geval verdeeld moet worden over alle Belgische vennootschappen van de groep.

Hoe wordt het financieringskostensurplus berekend?

Het FKS wordt berekend per Belgische vennootschap binnen de groep en wordt gedefinieerd als het positieve verschil tussen:

  • het totaal van interestkosten (en economisch gelijkaardige kosten), min;
  • het totaal van interestopbrengsten (en economisch gelijkaardige opbrengsten).

Er gelden echter enkele belangrijke uitsluitingen voor de berekening van het FKS:

  • Interesten met betrekking tot zogenaamde "historische leningen": leningen die vóór 17 juni 2016 werden afgesloten, kunnen onder bepaalde voorwaarden worden uitgesloten van de FKS-berekening.
  • Intragroepinteresten: interesten die betaald worden aan Belgische groepsvennootschappen dan wel ontvangen worden van Belgische groepsvennootschappen, worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van het FKS.

Er blijven vaak onduidelijkheden bestaan over wat kan kwalificeren als "interestkost" en "interestopbrengst", gelet op de ruime definitie. Belastingplichtigen kunnen hierover meer zekerheid verkrijgen via een voorafgaande beslissing van de Rulingcommissie. In een eerdere bijdrage gingen we reeds dieper in op de impact van een interestcomponent in de verkoopprijs en de vraag of deze in mindering mag worden gebracht van het FKS.

Financieringskostensurplus: € 3 miljoen-grens niet overschreden

Ook voor groepsvennootschappen die minder dan € 3 miljoen per jaar aan FKS hebben, moeten bijkomende formaliteiten worden vervuld. Een ondertekend formulier 275 CRC moet worden toegevoegd bij de VennB-aangifte om te verzaken aan de fiscale EBITDA-berekening en ervoor te zorgen dat de verdeling van de € 3 miljoen-grens tussen de groepsleden gebeurt in functie van het FKS. Ook in kleinere groepen met een FKS van minder dan € 3 miljoen moet dit formulier dus jaarlijks worden opgemaakt. Minstens één groepsvennootschap moet het ondertekende formulier 275 CRC als bijlage toevoegen bij de VennB-aangifte.

Wanneer interesten met betrekking tot zogenaamde "historische leningen", afgesloten vóór 17 juni 2016, worden uitgesloten bij de berekening van het FKS, moet de vennootschap een bijkomende bijlage toevoegen aan de VennB-aangifte met extra informatie over de betrokken lening.

Financieringskostensurplus: € 3 miljoen-grens wordt overschreden

Wanneer een vennootschap of groep van vennootschappen een totaal FKS heeft van meer dan € 3 miljoen, betekent dit niet automatisch dat het surplus boven deze grens fiscaal niet-aftrekbaar is. In dat geval dient immers de tweede drempel, namelijk 30% van de fiscale EBITDA, per entiteit te worden berekend.

De fiscale EBITDA-berekening vertrekt vanuit het fiscaal resultaat na de eerste bewerking in de VennB-aangifte, waarna diverse correcties plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld:

  • de eliminatie van intragroeptransacties tussen Belgische vennootschappen die gedurende het volledige boekjaar verbonden waren (ad-hocconsolidatie);
  • toevoeging van fiscaal aftrekbare waardeverminderingen en afschrijvingen;
  • de eliminatie van inkomsten die recht geven op de 100% DBI-aftrek of de 85% innovatieaftrek;
  • de aftrek van de fiscale groepsbijdrage;
  • enzovoort.

Per vennootschap wordt via een stappenplan de fiscale EBITDA berekend. Indien bepaalde vennootschappen een negatieve fiscale EBITDA hebben, moeten deze negatieve EBITDA's eerst worden aangezuiverd tot nul met de positieve EBITDA's van andere entiteiten. Vervolgens wordt van elke fiscale EBITDA 30% genomen om het grensbedrag aan aftrekcapaciteit per entiteit te bepalen. In een volgende stap wordt het individueel FKS vergeleken met de 30% fiscale EBITDA van elke entiteit, zijnde het grensbedrag.

Voorbeeld 1

Het is perfect mogelijk dat een vennootschap ("BelCo 1") een FKS heeft van € 100, maar slechts beschikt over een eigen grensbedrag van € 60. Het verschil (€ 40) zou dan in principe als fiscaal niet-aftrekbaar moeten worden beschouwd. Stel echter dat een andere groepsvennootschap ("BelCo 2") een FKS heeft van € 20 en een grensbedrag van € 80. BelCo 2 beschikt dan over € 60 aan overtollige interestaftrekcapaciteit. Een deel daarvan, zijnde € 40, kan worden overgedragen aan BelCo 1, zodat ook het FKS van BelCo 1 integraal aftrekbaar is. Het grensbedrag van BelCo 1 wordt dan verhoogd van € 60 naar € 100.

Een dergelijke overdracht van interestaftrekcapaciteit wordt tussen de partijen geregeld via formulier 275 CDI, waarin optioneel kan worden voorzien in een vergoeding voor die overdracht. Een ondertekende kopie van formulier 275 CDI moet als bijlage worden toegevoegd aan de VennB-aangiften van de betrokken partijen.

Een situatie van onvoldoende aftrekcapaciteit op Belgisch groepsniveau is uiteraard ook mogelijk.

Voorbeeld 2

We hernemen bovenstaand voorbeeld, maar nu beschikt BelCo 2 slechts over een grensbedrag van € 20. In principe zal BelCo 1 een niet-aftrekbaar FKS van € 40 hebben dat wordt opgenomen onder de verworpen uitgaven in de VennB-aangifte van BelCo 1. Formulier 275 SE wordt toegevoegd aan de VennB-aangifte van BelCo 1 en het niet-aftrekbare FKS wordt overgedragen naar het volgende boekjaar. Een dergelijke overdracht zorgt ervoor dat het niet-aftrekbare FKS in een later jaar geheel of gedeeltelijk kan worden gerecupereerd wanneer de groep wel over voldoende interestaftrekcapaciteit beschikt.

De fiscale circulaire inzake de interestaftrekbeperking gaat nog een stap verder wat betreft de overdracht van interestaftrekcapaciteit. Zo stelt de circulaire dat een vennootschap maximaal haar eigen grensbedrag kan overdragen aan een andere groepsvennootschap. Wanneer een vennootschap haar eigen grensbedrag maximaal overdraagt, zal zij haar eigen FKS wel moeten opnemen onder de verworpen uitgaven. In voorbeeld 2 kan BelCo 2 dus maximaal € 20 overdragen aan BelCo 1, waarna BelCo 2 haar eigen FKS van € 20 fiscaal moet verwerpen. Dit kan aangewezen zijn wanneer BelCo 2 bijvoorbeeld beschikt over overgedragen fiscale verliezen om het niet-aftrekbare FKS mee te compenseren, zodat geen bijkomende belastingkost ontstaat.

Net over de reikwijdte en interpretatie van de mogelijkheden tot overdracht van interestaftrekcapaciteit tussen vennootschappen werden recent twee vonnissen uitgesproken.

Rechtbank van eerste aanleg (Brugge, februari 2026)

De rechtbank van eerste aanleg heeft in een vonnis uitspraak gedaan over de fiscale interestaftrekbeperking. De rechtbank vernietigde de door de fiscus opgelegde aanslagen in de VennB omdat de fiscus volgens de rechtbank voorwaarden toevoegde die niet in de wet zijn opgenomen.

De zaak betrof een intragroepbank binnen een internationale groep die externe financiering aantrok en deze middelen vervolgens doorleende aan groepsvennootschappen. De fiscus oordeelde dat bepaalde interestaftrekovereenkomsten tussen Belgische groepsvennootschappen niet correct waren. Deze overeenkomsten hadden betrekking op de overdracht van interestaftrekcapaciteit tussen Belgische vennootschappen.

Volgens de fiscus kon een groepsvennootschap geen interestaftrekcapaciteit overdragen wanneer zij zelf niet beschikte over een positief grensbedrag. Indien de fiscale EBITDA van een vennootschap nul bedraagt, kan deze entiteit volgens die redenering geen interestaftrekcapaciteit overdragen aan een andere groepsentiteit. Het bedrag dat een belastingplichtige kan overdragen, is volgens de fiscus dus maximaal gelijk aan het eigen grensbedrag.

De belastingplichtige verzette zich tegen die interpretatie en voerde aan dat de wettekst expliciet toelaat dat een groepsvennootschap een bedrag overdraagt dat groter is dan haar eigen grensbedrag. Volgens de belastingplichtige voegt de fiscus dus een bijkomende voorwaarde toe die nergens in de wet terug te vinden is. Daarnaast argumenteerde de belastingplichtige dat er geen sprake was van fiscaal misbruik, aangezien zij enkel gebruik maakte van een mechanisme dat uitdrukkelijk in de wetgeving is voorzien.

De rechtbank volgde deze redenering. In het vonnis wordt benadrukt dat de wettekst duidelijk is en geen ruimte laat voor de beperkende interpretatie van de fiscus. De wettelijke bepaling vermeldt weliswaar de gevolgen wanneer een hoger bedrag wordt overgedragen dan het beschikbare grensbedrag, maar verbiedt een dergelijke overdracht niet. Volgens de rechtbank kan de fiscus daarom niet eisen dat de overdragende vennootschap eerst over een positief of ongebruikt grensbedrag beschikt alvorens een overdracht mogelijk is.

Rechtbank van eerste aanleg (Waals-Brabant, april 2026)

In tegenstelling tot het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg (afdeling Brugge) oordeelde de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant dat een vennootschap niet meer aftrekcapaciteit kan overdragen dan zij zelf heeft. Concreet: wie een eigen grensbedrag van nul heeft, bijvoorbeeld door een negatieve fiscale EBITDA, kan ook niets overdragen aan andere groepsvennootschappen.

Deze interpretatie staat dus lijnrecht tegenover het eerdere vonnis van de rechtbank van eerste aanleg, dat een ruimere lezing van de wettekst toelaat. Tot er meer duidelijkheid is, ontstaat er dus rechtsonzekerheid voor groepen die zich op de ruimere interpretatie van de overdrachtsregeling willen beroepen.

Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie

De rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant gaat ook in op het verzoek om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Daarbij wordt de vraag gesteld of de Belgische omzetting van artikel 4, §1, lid 3 van de ATAD-richtlijn correct is gebeurd.

De rechtbank verwijst in dit kader naar een "onvolledige" fiscale consolidatie. Daarbij moeten negatieve fiscale EBITDA's wel worden herverdeeld binnen de groep en worden gecompenseerd met de positieve fiscale EBITDA's van andere entiteiten, terwijl dit niet geldt voor het FKS. Een negatief FKS van een entiteit, waarbij de interestkosten lager zijn dan de interestopbrengsten, mag immers niet worden afgetrokken van een positief FKS van een andere entiteit.

Door deze beperking verkleint het FKS niet op groepsniveau. De verplichte compensatie van negatieve fiscale EBITDA's met positieve fiscale EBITDA's zorgt daarentegen wel voor minder aftrekcapaciteit op Belgisch groepsniveau. Pittig detail: indien negatieve en positieve FKS'en wel zouden mogen worden gecompenseerd, zou de belastingplichtige in de zaak voor de rechtbank in Waals-Brabant zelfs geen positief FKS hebben gehad en zouden alle interestkosten binnen deze regeling fiscaal aftrekbaar zijn geweest.

Conclusie en key takeaways

  • Groepen die actief betrokken zijn bij acquisities, expansie en financiering zullen vaak een beroep doen op een interne financieringsvennootschap ("FinCo"). Voor fiscale interestaftrekdoeleinden zal FinCo wellicht weinig tot geen interestaftrekcapaciteit hebben, door een beperkte belastbare basis. Daardoor moet worden nagegaan of andere groepsvennootschappen interestaftrekcapaciteit kunnen overdragen. Zo niet, zal een deel van de interestkost fiscaal niet-aftrekbaar zijn bij FinCo. Dat leidt tot een ongewenste fiscale cash-outkost die zich ook in de volgende jaren kan voordoen.
  • Analyseer tijdig de impact van de interestaftrekbeperking. Ga onder meer na welke Belgische vennootschappen gedurende een volledig boekjaar verbonden waren, welke vennootschappen over voldoende of onvoldoende aftrekcapaciteit beschikken, welke intereststromen er zijn en welke compliancevereisten gelden.
  • Een tijdige analyse vermijdt ook verrassingen kort voor het indienen van de VennB-aangiften.
  • Een monitoring van de fiscale interestaftrekbeperking tijdens het boekjaar is aangewezen, zodat de groep eventueel nog de nodige voorafbetalingen kan uitvoeren. Zo niet, kan een belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen van toepassing zijn.
  • Interesten op intragroepsleningen, zoals leningen verstrekt door een interne FinCo, moeten steeds voldoen aan het arm's length-beginsel. De gehanteerde rentevoet moet marktconform zijn, onderbouwd worden door een transfer pricing-analyse en worden vastgelegd in een intercompany leningsovereenkomst. Een tijdige benchmarkanalyse en actuele TP-documentatie zijn dan ook essentieel, zeker wanneer de FinCo actief financiering aantrekt en doorsluist naar andere groepsvennootschappen.
  • Ook de verdere evolutie in de Belgische fiscale rechtspraak mag niet uit het oog worden verloren.
  • Ook andere EU-landen kennen gelijkaardige thin cap-regelgeving. U bekijkt dus best ook de impact voor de buitenlandse groepsvennootschappen lokaal.

Heeft u vragen over dit onderwerp of over de concrete berekening van de fiscale interestaftrekbeperking? Neem dan zeker contact op met onze experten of uw vertrouwde contactpersoon bij Moore.