Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Aandelen #Frankrijk #Buitenland

Meerwaardebelasting bij verkoop aandelen Franse SCI

woensdag 22/04/2020
Franse SCI

Belgische inwoners die Frans onroerend goed aanhouden via een Franse SCI worden opnieuw negatief behandeld. Niet enkel de inkomsten uit de aandelen in een Franse SCI worden dubbel belast, maar nu ook de meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop van deze aandelen in Frankrijk, zo blijkt uit een arrest van de Franse Raad van State van 24 februari 2020. Hoe is het zover kunnen komen?

Wat is een SCI?

Een Franse Société Civil Immobilière (SCI) wordt hoofdzakelijk opgericht met het oog op het verwerven, aanhouden en beheren van Frans onroerend goed. Ze bezit (meestal) volkomen rechtspersoonlijkheid en wordt dus geacht zelf eigenaar te zijn van de door haar aangehouden onroerende goederen. Dat maakt van de SCI een vaak gebruikt instrument voor vermogens -en successieplanning. De inkomsten van de onroerende goederen komen toe aan de achterliggende aandeelhouders, maar de eigenlijke controle op en het toezicht over de SCI, en dus de aangehouden onroerende goederen, worden toevertrouwd aan een zaakvoerder. Een SCI is dus, met uitzondering van de rechtspersoonlijkheid, te vergelijken met onze Belgische maatschap.

Semitransparante SCI

In het verleden was er veel discussie over de fiscale behandeling van de inkomsten van een SCI in hoofde van Belgische aandeelhouders. De SCI, die niet opteert voor het Frans fiscaal regime van kapitaalvennootschappen en dus niet onderworpen is aan de Franse vennootschapsbelasting, krijgt in Frankrijk een semitransparant karakter. De inkomsten uit de onroerende goederen worden in hoofde van de achterliggende aandeelhouders enerzijds belast alsof ze die zelf rechtstreeks aanhouden of ontvangen, ongeacht of ze effectief uitgekeerd worden (transparantie). Anderzijds dient een SCI in Frankrijk een individuele fiscale aangifte in omwille van de volkomen rechtspersoonlijkheid (geen transparantie). Het is over die rechtspersoonlijkheid dat het Belgische Hof van Cassatie in het verleden meermaals struikelde en daarom weigerde de Franse SCI te erkennen als een transparante rechtsfiguur.

Standpunt Belgische Hof van Cassatie

Het Belgische Hof van Cassatie ziet een SCI als eigenaar van de aangehouden onroerende goederen en dus ook als eigenaar van de gerealiseerde onroerende inkomsten voortkomend uit deze onroerende goederen. Dat is zo tot er beslist wordt een (dividend)uitkering te doen aan de achterliggende aandeelhouders. Daarenboven kunnen voor de toepassing van het dubbel belastingverdrag tussen België en Frankrijk volgens Cassatie de aandelen in een SCI, niet beschouwd worden als ‘onroerend goed’ en kunnen ook de inkomsten uit deze maatschappelijke rechten (dividenden op aandelen) bij effectieve uitkering aan de Belgische inwoners-aandeelhouders in België niet gekwalificeerd worden als onroerende inkomsten.

Dubbele belasting van de inkomsten

Artikel 3 van datzelfde dubbel belastingverdrag bepaalt dat de heffingsbevoegdheid voor inkomsten uit onroerende goederen uitsluitend toekomt aan de staat waar het onroerend goed gelegen is, zijnde in dit geval Frankijk.

Omdat België de aandelen in een SCI niet beschouwt als ‘onroerend goed’, heeft België wel degelijk de bevoegdheid om de effectief uitgekeerde inkomsten aan de Belgische inwoners-aandeelhouders eveneens te belasten op basis van artikel 18 van het dubbel belastingverdrag. Dat artikel behandelt de restcategorie, zijnde de inkomsten die voor het bepalen van de heffingsbevoegdheid van België dan wel Frankrijk, onder geen enkel ander verdragsartikel kunnen gebracht worden.

Artikel 18 bepaalt dat de heffingsbevoegdheid toekomt aan de woonstaat, dat is de staat waarvan de persoon die de inkomsten verkrijgt rijksinwoner is, in dit geval België. België mag vervolgens de inkomsten volgens haar intern recht beoordelen, wat resulteert in een kwalificatie tot dividend onderworpen aan 30% roerende voorheffing.

 

Tweemaal belast op de inkomsten uit een SCI in het kort
De Belgische inwoners-aandeelhouders worden tweemaal belast op hun verkregen inkomsten uit de Franse SCI: éénmaal in Frankrijk als onroerende inkomsten en éénmaal in België bij de effectieve uitkering van de inkomsten als dividend en dus roerende inkomsten.

Discussie belastbaarheid meerwaarden

Ook de belastbaarheid van de meerwaarden op de aandelen aangehouden in een Franse SCI door Belgische rijksinwoners heeft al heel wat discussies doen oplaaien.

Franse vennootschappen, waarvan het actief voor meer dan 50% bestaat uit onroerende goederen, worden door de Franse belastingadministratie als een onroerend goed beschouwd als het gaat over Franse meerwaardebelasting en ook successierechten. Op grond van het transparante karakter van een Franse SCI worden de onroerende goederen voor belastingdoeleinden geacht rechtstreeks te worden aangehouden door de achterliggende aandeelhouders.

Op basis van die doorkijkgedachte meende de Franse fiscus in 2015 (toen ging het om Franse successierechten) dat de aandelen in een Franse SCI, aangehouden door een Monegaskische inwoner, beschouwd moesten worden als een Frans onroerend goed en bijgevolg onderworpen moesten worden aan Franse successierechten. Het Franse Hof van Cassatie(beslissing 2 oktober 2015, n° 14-14.256) tikte de Franse belastingadministratie echter op de vingers: het betreffen nog steeds aandelen van een vennootschap, eigenaar van de onroerende goederen. Die aandelen hebben echter een roerend karakter.

Wanneer we deze redenering van het Franse Hof van Cassatie zouden doortrekken naar een Belgisch-Franse situatie, zijnde de meerwaarden gerealiseerd op aandelen van een Franse SCI aangehouden door een Belgisch rijksinwoner-aandeelhouder, betekent dit dat de heffingsbevoegdheid op basis van artikel 18 van het Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag (de hierboven aangehaalde restcategorie), zou toekomen aan België (woonstaat). Maar de kans bestaat dat de aandeelhouders ook in België geen belasting zouden betalen, omdat het Belgisch intern recht slechts voorziet in een taxatie van de meerwaarden op aandelen indien er sprake is van een abnormaal beheer van privévermogen. Dat zal telkens een feitenkwestie zijn.

Toch oordeelde de Franse Tribunal administratif de Montreuil in twee latere beslissingen (17 april 2017 n°1701414 en 26 juni 2018 n° 1703431) dat de meerwaarden, gerealiseerd door een Belgische inwoner-aandeelhouder bij de verkoop van zijn aandelen in een Franse SCI, hoe dan ook beschouwd moeten worden als een meerwaarde op een onroerend goed. Op basis van artikel 3 van het Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag komt de heffingsbevoegdheid voor meerwaarden op een onroerend goed toe aan de verdragsstaat waar het onroerende goed gelegen is, zijnde Frankrijk. Deze beslissingen worden nu geruggesteund door de uitspraak van de Franse Raad van State van 24 februari 2020.

Tweemaal belast in het kort

De meerwaarden op aandelen van een Franse SCI aangehouden door een Belgische inwoner-aandeelhouder worden beschouwd als een meerwaarde op Frans onroerend goed. Op basis van het dubbelbelastingverdrag tussen Frankrijk en België, komt de heffingsbevoegdheid toe aan Frankrijk.

Zo onstaat mogelijks opnieuw een dubbele belasting aangezien België het ziet als meerwaarden op aandelen waarbij de heffingsbevoegdheid conform het Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag aan België (als woonstaat) toekomt.

Bijstand en advies is noodzakelijk

Uit bovenstaande blijkt dat Frankrijk er alle belang bij heeft de aandelen in een Franse SCI, aangehouden door een Belgische rijksinwoner steeds te kwalificeren als een onroerend goed. Dat maakt dat zij op basis van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk steeds de heffingsbevoegdheid over de inkomsten van deze onroerende goederen zal toegekend krijgen.

Deze recente uitspraak zal wellicht ook zijn gevolgen hebben op het vlak van nog niet verjaarde gerealiseerde meerwaarden op de aandelen van een Franse SCI. Het zal naar de toekomst toe voor Belgische rijksinwoners-aandeelhouders van belang zijn zich goed te laten bijstaan en adviseren.

Ook een meer moderne versie van het Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag is welkom.

Hebt u te maken met deze specifieke situatie?

Neem contact op met één van onze adviseurs
Peter Meeuwssen
Peter Meeuwssen
Partner Sherpa Law
Robby Ackermans
Robby Ackermans
Partner Sherpa Law