Overslaan en naar de inhoud gaan
#Liquidatiereserve #Vennootschap

Liquidatiereserve aanleggen in boekjaar van vereffening?

06/07/2023 | Leestijd: 4 minuten

Ook vennootschappen in vereffening kunnen een liquidatiereserve aanleggen, als de wettelijke voorwaarden hiervoor vervuld zijn. Opletten dus.

Uiterste tijdstip aanleggen liquidatiereserve

Een liquidatiereserve wordt gevormd door een deel of de volledige boekwinst na belasting over te boeken naar een afzonderlijke passiefrekening die onbeschikbaar moet blijven.

Een liquidatiereserve kan dus slechts gevormd worden wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) beslist over de resultaatsbestemming van het boekjaar. Bijgevolg kan een uitkering van de liquidatiereserve pas ten vroegste plaatsvinden in het boekjaar dat volgt op dat waarin de liquidatiereserve is gevormd.

Wanneer u een vennootschap wil ontbinden en vereffenen in één akte, kan geen liquidatiereserve meer aangelegd worden met betrekking tot de te bestemmen winst van het boekjaar van de ontbinding en vereffening. Wel zal de vennootschap in dat laatste boekjaar vaak toch nog winsten genereren.

Planning van de ontbinding en vereffening

Deze problematiek kan u bijvoorbeeld aanpakken door de ontbinding en vereffening te laten verlopen via twee aktes. Dit heeft als voordeel dat er een boekjaar ontstaat dat loopt tot en met de ontbinding (boekjaar van ontbinding), terwijl vervolgens een nieuw boekjaar loopt tussen de datum van ontbinding en de datum van de sluiting van de vereffening (boekjaar van sluiting).

Bijgevolg kan u in het boekjaar van ontbinding een liquidatiereserve aanleggen op de gerealiseerde winst, die u in het boekjaar van sluiting vervolgens kan uitkeren. In het boekjaar van sluiting kan u dan geen liquidatiereserve aanleggen, maar doorgaans is het boekhoudkundig resultaat dan miniem.

Kortom, u kan een liquidatiereserve bij vereffening in twee aktes aanleggen, maar de correcte volgorde van gebeurtenissen inzake het vereffeningsproces moet u dan wel nauwgezet opvolgen.

Conform artikel 2:70 WVV brengt de ontbinding namelijk de afsluiting van het boekjaar met zich mee en dus moet voor de vennootschap een jaarrekening goedgekeurd worden voor het boekjaar dat met de datum van de ontbinding van de vennootschap eindigt. Wanneer de vennootschap dus op een andere datum dan haar statutaire afsluitingsdatum ontbonden wordt, moet eveneens een VennB-aangifte voor deze periode ingediend worden.

Om een liquidatiereserve correct te kunnen aanleggen in het boekjaar van ontbinding:

  • dient de jaarrekening van het boekjaar van ontbinding te worden voorgelegd aan de AVA;
  • én dient de VennB-aangifte met betrekking tot het boekjaar van ontbinding te worden ingediend voordat de vereffening wordt gesloten. Een sluiting van de vereffening voordat de jaarrekening van het boekjaar van ontbinding is voorgelegd aan de AVA of voordat die VennB -aangifte werd ingediend, kan namelijk de geldigheid van de aanleg van de liquidatiereserve in het gedrang brengen.

Een voorbeeld

Stel dat een vennootschap haar boekjaar afsluit per 31 december. De vennootschap gaat in ontbinding (waarbij de ontbinding en vereffening in twee aktes gebeurt) op 30 juli 2022, waarbij respectievelijk een jaarrekening en een VennB-aangifte zullen moeten neergelegd en ingediend worden over de periode 1 januari 2022 - 30 juli 2022. Het boekjaar wordt dus afgesloten op 30 juli 2022 en er begint vervolgens een nieuw boekjaar tot de vereffening te lopen.

De onderstaande chronologie moet dan gerespecteerd worden om een liquidatiereserve optimaal te kunnen genieten:

  • voorlegging van de jaarrekening van het boekjaar 30 juli 2022 aan de AVA, bijvoorbeeld op 15 augustus 2022
  • indiening van de VennB-aangifte over boekjaar 30 juli 2022, bijvoorbeeld op 30 augustus 2022
  • AVA betreffende de sluiting van de vereffening op een datum tussen 31 augustus 2022 en 31 december 2022
  • indiening van de RV-aangifte en VennB-aangifte met betrekking tot het boekjaar dat loopt vanaf de dag na de datum van ontbinding tot en met de datum van afsluiting van de vereffening

Fiscaal misbruik?

Is deze optimalisatie van de vereffeningsprocedure ‘fiscaal misbruik’, gelet op het zorgvuldig plannen van de vereffening om aldus winst van het boekjaar van ontbinding uit te kunnen keren mits betaling van 10% VennB n.a.v. de aanleg van de liquidatiereserve in plaats van 30% RV te betalen over de liquidatiebonus? Algemeen gesproken kan geargumenteerd worden dat er geen fiscaal misbruik is, want het doel van de liquidatiereserve is om de autofinanciering van de kmo’s te stimuleren. De verbetering van de balans door de reservering van de winst zal kmo’s meer kansen bieden om kredieten te vinden voor het uitvoeren van hun businessplan.

Er lijkt ons geen relevant onderscheid te zijn tussen de winst van het voorlaatste boekjaar (waar de toepassing van het regime van de liquidatiereserve niet wordt betwist) en de winst van het laatste boekjaar (waar de toepassing van de liquidatiereserve wegens eerder boekhoudkundig- en fiscaaltechnische redenen niet mogelijk is). Het is evenwel niet uit te sluiten dat de administratie hier een andere mening op nahoudt.

Uiteraard dient de vereffening van de vennootschap op zich verantwoord te zijn door andere dan fiscale redenen. Een vereffening van een vennootschap gevolgd door de oprichting van een nieuwe vennootschap met gelijkaardige activiteiten lijkt ons uiteraard wel vatbaar voor de fiscale antimisbruikbepaling.

Neem gerust contact op als u hier vragen over hebt. We helpen u graag verder.

Neem contact op met één van onze experten