Overslaan en naar de inhoud gaan
Closeup of four diverse business people discussing ideas and sitting in lounge with blurred interior view in background. Senior businessman and businesswoman are seen partly.
#Tax & Legal #Fiscaliteit #Vennootschap

Optimalisatie via fiscale groepsbijdrage tussen verbonden vennootschappen (een aankomende versoepeling?)

19/02/2026 | Leestijd: 7 minuten
Joachim Janssen
Joachim Janssen
Partner Tax & Legal Services
Contact

De toepassing van een fiscale groepsbijdrage in de vennootschapsbelasting (“VennB”) bestaat al diverse jaren. Middels zulke groepsbijdrage kan het fiscaal verlies van het boekjaar van een vennootschap (“BelCo 1”) gecompenseerd worden met de fiscale winst van een andere groepsvennootschap (“BelCo 2”).

​Zonder toepassing van de fiscale groepsbijdrage betaalt BelCo 2 in principe 25% VennB aan de fiscus, terwijl BelCo 1 het fiscaal verlies wel kan overdragen naar volgende boekjaren, maar dit verlies mogelijks niet/nooit volledig kan benutten wegens geen of weinig belastbare inkomsten.

Het Regeerakkoord van de regering De Wever I kondigde begin 2025 diverse fiscale maatregelen aan om het investeringsklimaat in België te versterken. Een deel daarvan is al omgezet via de programmawet van 18 juli 2025, andere maatregelen bevinden zich nog in de onderhandelings- of ontwerpfase.

Eén van de aangekondigde hervormingen betreft het regime van de fiscale groepsbijdrage in de VennB. De regering wil dit systeem aantrekkelijker en flexibeler maken. In dit artikel lichten we het huidige regime toe en bespreken we de eventuele wijzigingen onder voorbehoud van de definitieve wetteksten.

Wat is de fiscale groepsbijdrage? 

Het regime van de fiscale groepsbijdrage laat toe om, onder strikte voorwaarden, een fiscaal verlies van het boekjaar van een groepsvennootschap te compenseren met de fiscale winst van een andere groepsvennootschap. Concreet:

  • Een winstgevende vennootschap (“BelCo 2”) kan een fiscale groepsbijdrage doen aan een verlieslatende vennootschap (“BelCo 1”).
  • BelCo 2 mag deze groepsbijdrage aftrekken van haar belastbare winst, terwijl BelCo 1 de groepsbijdrage opneemt in haar belastbare basis.
  • Op die manier kan het fiscaal verlies m.b.t. een welbepaald aanslagjaar geleden door BelCo 1 worden gecompenseerd met de winst van BelCo 2 voor hetzelfde aanslagjaar.
  • Voor een goed begrip: BelCo 1 en BelCo 2 blijven nog steeds elk een eigen VennB aangifte indienen. Bij toepassing van een fiscale groepsbijdrage moeten er wel bijkomende administratieve formaliteiten voldaan worden (cfr. onderaan).

Huidige voorwaarden voor toepassing van een fiscale groepsbijdrage

Het regime geldt enkel tussen verbonden vennootschappen. Dit vertaalt zich in twee kernvoorwaarden: i) de minimum deelnemingsvereiste en ii) de minimum verbondenheidsvoorwaarde.

i) Minimum deelnemingsvereiste

Het toepassingsgebied is beperkt tot de directe moeder-, dochter- of zustervennootschap van de belastingplichtige, of de Belgische vaste inrichtingen van deze vennootschappen. De minimumvereisten zijn dat:

  • Een vennootschap beschikt over een rechtstreekse deelneming van minstens 90% in het kapitaal van een andere vennootschap, of;
  • Het kapitaal van een vennootschap rechtstreeks voor minstens 90% wordt aangehouden door een andere vennootschap, of;
  • Het kapitaal van een vennootschap rechtstreeks voor minstens 90% wordt aangehouden door een derde binnen- of buitenlandse vennootschap én voor zover deze derde binnenlandse of buitenlandse vennootschap beschikt over een rechtstreekse deelneming van ten minste 90% in het kapitaal van de andere vennootschap.

ii) Minimum verbondenheidsvoorwaarde

Om een fiscale groepsbijdrage te kunnen toepassen, moet de deelneming gedurende vijf jaar onafgebroken worden aangehouden. Deze periode start op 1 januari van het 4de kalenderjaar voor het kalenderjaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

Voorbeeld: BelCo 1 heeft een 100% deelneming verworven in BelCo 2 in de loop van 2021. Beide vennootschappen hebben een boekjaar per kalenderjaar. Voor deze vennootschappen impliceert dit dat een fiscale groepsbijdrage de facto mogelijk is vanaf het boekjaar startende op 1 januari 2025 (t.w. boekjaar per 31/12/2025 = aanslagjaar 2026). De min. 90% verbondenheid dient evenwel ook behouden te blijven gedurende het volledige kalenderjaar 2026.

Bepaalde vennootschappen zijn uitgesloten van een fiscale groepsbijdrage

Bepaalde categorieën van vennootschappen zijn uitgesloten van de fiscale groepsbijdrage-regeling:

  • Vennootschappen die een onroerend goed of ander zakelijk recht m.b.t. een dergelijk goed ter beschikking stellen aan één of meerdere natuurlijke personen die in de vennootschap een opdracht of functies als bestuurder of zaakvoerder uitoefenen enz.
  • Vennootschappen die genieten van een bijzonder fiscaal regime, zoals beleggingsvennootschappen in de zin van artikel 185bis WIB/92.
  • Zeescheepvaartvennootschappen die worden belast volgens de specifieke tonnageregeling.
  • Als diamanthandelaar geregistreerde vennootschappen die aan een overeenkomstig fiscaal regime worden belast.
  • Vennootschappen die forfaitair worden belast op hun winsten.
  • Buitenlandse vennootschappen die lokaal genieten van een afwijkende belastingregeling.

Groepsbijdrage-overeenkomst en verplichte betaling van een groepsbijdragevergoeding

Bij toepassing van een fiscale groepsbijdrage zal BelCo 2 een groepsbijdragevergoeding verschuldigd zijn aan BelCo 1. Deze vergoeding is gelijk aan de uitgespaarde VennB in hoofde van BelCo 2. Voor een goed begrip: deze vergoeding is steeds cash-wise verschuldigd door BelCo 2, ongeacht of BelCo 2 zonder toepassing van de fiscale groepsbijdrage ook geen VennB verschuldigd zou zijn geweest. Bij het bepalen van de groepsbijdragevergoeding moet ook rekening gehouden worden met o.a. een eventuele belastingvermeerdering wegens geen of onvoldoende voorafbetalingen tijdens het boekjaar.

De toepassing van de fiscale groepsbijdrage moet formeel vastgelegd worden in een overeenkomst 275 CTIG. Deze overeenkomst moet voor elk aanslagjaar afgesloten worden waarin een fiscale groepsbijdrage wordt toegepast. Een kopie van de getekende overeenkomst 275 CTIG moet toegevoegd worden als bijlage bij de VennB aangiftes van de betrokken vennootschappen. Het bewijs van de effectieve betaling van de groepsbijdragevergoeding moet uiterlijk bij de indiening van de VennB aangifte beschikbaar zijn.

Voorbeeld: wanneer BelCo 1 en BelCo 2 een boekjaar per 31/12/2025 (aanslagjaar 2026) hebben en een fiscale groepsbijdrage kunnen toepassen, dan zal deze groepsbijdrage verwerkt worden in de VennB aangiftes die wellicht uiterlijk eind september 2026 zullen ingediend worden. Een kopie van de getekende groepsbijdrage-overeenkomst 275 CTIG moet toegevoegd worden als bijlage bij de VennB aangiftes. Het bewijs van betaling van de groepsbijdragevergoeding moet op moment van indiening ook beschikbaar zijn. De groepsbijdragevergoeding – tijdig betaald in 2026 – zal boekhoudkundig en fiscaal verwerkt worden in de cijfers en VennB aangiftes voor het boekjaar 2026 volgens een geijkte methode.

Impact reorganisaties op de toepassing van de fiscale groepsbijdrage?

Herstructureringen binnen een groep kunnen een negatieve impact hebben op de toepassing van de fiscale groepsbijdrage. Er geldt evenwel een roll-over-bepaling voor bepaalde vormen van reorganisaties (bvb. fusies, splitsingen, enz.).

Kort samengevat dient voor elke reorganisatie voorafgaandelijk nagegaan te worden wat de concrete impact is op de toepassing van een (eventuele) fiscale groepsbijdrage. Concreet: als in ons voorbeeld BelCo 1 en / of BelCo 2 betrokken zouden zijn bij een fusie of splitsing, dan kan zulke reorganisatie de fiscale groepsbijdrage “besmetten” en de minimum 5 jaar verbondenheidsvoorwaarde terug op nul zetten.

Wat verandert er mogelijks?

Het voorontwerp voorziet twee belangrijke versoepelingen die het regime van de fiscale groepsbijdrage aantrekkelijker en flexibeler zouden maken. Het onderstaande is uiteraard nog onder voorbehoud van de definitieve wetteksten. De inwerkingtreding zou voorzien worden voor boekjaren die afsluiten vanaf 31/12/2025.

1. Versoepeling van de minimum deelnemingsvoorwaarde?

Zoals hierboven reeds aangehaald, is op vandaag een minimale rechtstreekse deelneming van 90% vereist. Dit vormt in de praktijk vaak een (aanzienlijke) beperking, vooral voor groepen met een meer gediversifieerde aandeelhoudersstructuur.

Het voorontwerp zou deze voorwaarde als volgt versoepelen:

  • Voortaan zou het ook volstaan dat een vennootschap minstens 75% van de stemrechten bezit (alternatieve deelnemingsvoorwaarde).
  • De vereiste van een rechtstreekse deelneming zou voorlopig evenwel behouden blijven. Onrechtstreekse deelnemingen komen dus nog steeds niet in aanmerking, wat de toepassingsmogelijkheden van het regime blijft beperken.

2. Uitbreiding naar nieuw opgerichte vennootschappen die nog geen vijf jaar verbonden zijn?

Onder het huidige regime moeten de deelnemingen minstens 5 jaar onafgebroken worden aangehouden vanaf 1 januari van het 4de kalenderjaar voor het kalenderjaar waarnaar het aanslagjaar wordt vernoemd. Hierdoor kunnen nieuw opgerichte vennootschappen niet meteen beroep doen op de fiscale groepsbijdrage en opstartverliezen kunnen dan ook niet worden geoptimaliseerd door compensatie met fiscale winsten van andere groepsvennootschappen.

Het voorontwerp zou daarom een nieuw artikel 194quinquies/1 WIB92 introduceren. Binnen dit nieuwe kader zou:

  • Een boekhoudkundig vrijgestelde reserve kunnen worden aangelegd ten belope van de overeengekomen fiscale groepsbijdrage. De winstgevende vennootschap zal m.a.w. zulke vrijgestelde reserve moeten aanleggen en behouden tot de min. 5 jaar verbondenheidsvoorwaarde voldaan is, en;
  • op voorwaarde dat voor het betrokken aanslagjaar een geldige groepsbijdrage-overeenkomst wordt afgesloten en de overige voorwaarden voldaan zijn.

Met deze nieuwe regeling zou het aldus mogelijk worden dat fiscale verliezen van een pas opgerichte vennootschap al vanaf het eerste boekjaar binnen de groep kunnen worden gecompenseerd.

Besluit

De fiscale groepsbijdrage is een interessante mogelijkheid voor fiscale optimalisatie binnen een groep. Ze laat toe om fiscale verliezen en winsten efficiënt te compenseren en zo onnodige belastingkosten te vermijden.

Tegelijk vereist dit regime een zorgvuldige toepassing, met aandacht voor tijdige compliance, administratieve formaliteiten en de impact van eventuele reorganisaties. De mogelijke versoepelingen kunnen het systeem in de toekomst aanzienlijk verruimen, maar dezelfde waakzaamheid blijft geboden.

Heeft u vragen over de toepassing van de fiscale groepsbijdrage, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vertrouwd contactpersoon of onze experten.

#Tax & Legal #Fiscaliteit #Vennootschap