Overslaan en naar de inhoud gaan
#Audit #Commissarismandaat

Wanneer een commissaris aan te stellen voor vennootschappen en verenigingen?

04/06/2026 | Leestijd: 4 minuten
Kasper De Keersmaecker
Kasper De keersmaecker
Senior Manager Audit & Assurance
Contact

Het toezicht op vennootschappen en verenigingen speelt een cruciale rol in het waarborgen van transparantie, integriteit en verantwoording binnen het bedrijfsleven. Eén van de essentiële aspecten van dit toezicht is de aanstelling van een commissaris die belast zal zijn met het bewaken van de belangen van alle stakeholders.

In België is de aanstelling van een commissaris wettelijk bepaald in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Sinds de invoering van dit nieuwe wetboek worden vennootschappen en verenigingen grotendeels met elkaar gelijkgesteld. Ook wanneer een commissaris volgens de statuten of op vrijwillige basis aangesteld wordt, dient men de verdere wettelijke bepalingen te volgen.

Criteria voor verplichte aanstelling van een commissaris

Om de verplichting tot aanstelling van een commissaris na te gaan, dient men in eerste instantie een onderscheid te maken tussen de vennootschappen mét aansprakelijkheid, zoals een NV of een BV, en vennootschappen zonder aansprakelijkheid, zoals een VOF of CommV. Deze laatste zijn, gezien hun onbeperkte aansprakelijkheid, niet onderworpen aan de wettelijke controle.

Vervolgens dient men na te gaan of een vennootschap al dan niet als “groot” aanschouwd kan worden. Het wetboek voorziet hier drie criteria: omzet, balanstotaal en het jaargemiddelde aantal werknemers. Wanneer men gedurende twee opeenvolgende boekjaren meer dan één criterium overschrijdt, wordt men vanaf het daaropvolgende boekjaar als “groot” beschouwd. Vennootschappen die als “groot” beschouwd worden, komen in aanmerking om een commissaris aan te stellen. Sinds de invoering van het nieuwe wetboek moeten verenigingen volgens dezelfde criteria als vennootschappen beoordeeld worden.

De drempelwaarden van deze criteria zijn door de omzetting van de nieuwe Richtlijn 2023/2775 in de nationale wetgeving verhoogd, en dit voor boekjaren die aanvangen na 31 december 2023. Het omzetcriterium werd verhoogd van € 9.000.000 naar € 11.250.000, terwijl het balanstotaal aangepast werd van € 4.500.000 naar € 6.000.000. Aan het jaargemiddelde aantal werknemers werd niets gewijzigd en dit is nog steeds vastgelegd op 50. Hoewel de omzettingswet geen overgangsregeling voorzien had, zal de regering alsnog voorzien dat de beoordeling op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar beslissend is. Overschrijdt een vennootschap meer dan één van de nieuwe criteria, dan zal zij als groot aanschouwd worden.

Belangrijk hierbij op te merken is dat de wetgever ook een verhoging van de drempels voorzien heeft voor verenigingen, en dit op hetzelfde niveau als de vennootschappen. De overgangsmaatregel is daarentegen verschillend van die voor de vennootschappen. Vanaf de boekjaren startend op 01/01/2025 lopen verenigingen opnieuw gelijk met vennootschappen.

Wat met ondernemingen binnen een groep?

Wanneer een vennootschap onderdeel uitmaakt van een groep, dient men op vennootschapsrechtelijk vlak een onderscheid te maken tussen een “moederonderneming” en een “dochteronderneming”. Om te bepalen of een moederonderneming al dan niet als “groot” moet aanschouwd worden, moet men de criteria op geconsolideerde basis beoordelen. Een dochteronderneming daarentegen, tenzij zij zelf controle uitoefent, dient men op individuele basis te beoordelen. Een moederonderneming kan dus op vennootschapsrechtelijk vlak als “groot” beschouwd worden, terwijl haar dochteronderneming “klein” blijft. Een belangrijk gevolg hiervan is dat wanneer we de commissarisplicht dienen na te gaan, een onderneming dan wel op enkelvoudige basis, dan wel op geconsolideerde basis (in geval van een moedervennootschap) dient beoordeeld te worden. Voor een vereniging is het mogelijk dat zij deel uitmaakt van een groep, toch kan zij nooit als moederonderneming beschouwd worden en wordt zij dus steeds op enkelvoudige basis beoordeeld.

Specifieke regels voor geconsolideerde jaarrekeningen

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen stelt eveneens criteria op wanneer een groep van vennootschappen en verenigingen een geconsolideerde jaarrekening dient op te stellen, te laten controleren en te publiceren. De beoordeling en criteria zijn gelijkaardig aan die voor de enkelvoudige jaarrekening, al liggen de drempels uiteraard een stuk hoger. Net als bij de enkelvoudige jaarrekeningen werden de drempels voor een “groep van beperkte omvang” verhoogd met de invoering van de nieuwe richtlijn. Opnieuw wordt er niets gewijzigd aan het aantal werknemers, toch wordt de drempel voor omzet verhoogd van € 34.000.000 naar € 42.500.000 en het balanstotaal naar € 21.250.000.

Bijzonder in het geval van een geconsolideerde jaarrekening is de verplichting om een commissaris aan te stellen in elk van de vennootschappen of verenigingen naar Belgisch recht die tot de consolidatiekring behoren. Bovendien zijn alle vennootschappen en verenigingen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een groep die wereldwijd een geconsolideerde jaarrekening opstelt, laat controleren en publiceert, verplicht een commissaris te benoemen, los van de kwantitatieve criteria. Een Belgische “kleine” dochteronderneming van een Braziliaanse groep die in de Verenigde Staten een geconsolideerde jaarrekening publiceert, is bijgevolg verplicht om een commissaris aan te stellen voor haar enkelvoudige jaarrekening in België.

Conclusie

De criteria over commissarisplicht voor vennootschappen en verenigingen zijn gevarieerd en zijn afhankelijk van wettelijke bepalingen, statutaire voorschriften of vrijwillige keuzes. In het geval van wettelijke bepalingen dient men in eerste instantie rekening te houden met de rechtsvorm en de groottecriteria. De wetgever heeft recent de drempels met betrekking tot de groottecriteria verhoogd, en dit voor boekjaren die aanvangen na 31 december 2023. Verenigingen worden bovendien sinds de invoering van het nieuwe wetboek gelijkgesteld met vennootschappen op het vlak van beoordeling.

In een groep van vennootschappen moet de commissarisplicht op geconsolideerde cijfers beoordeeld worden wanneer er sprake is van een moedervennootschap. Wanneer een geconsolideerde jaarrekening dient gepubliceerd te worden, is men verplicht om binnen elke vennootschap of vereniging naar Belgisch recht die deel uitmaakt van de consolidatiekring, ongeacht haar grootte of de locatie van de moeder, een commissaris aan te stellen.