Dwangsommen: hoe voorkomt u dat een gewonnen procedure haar effect verliest?
U krijgt gelijk van de rechter... en toch gebeurt er niets?
Een door de rechtbank verboden handelsnaam blijft in gebruik, vertrouwelijke informatie wordt niet teruggegeven of een opgelegde verplichting wordt gewoon genegeerd.
Gelukkig staat u juridisch niet machteloos. In zulke situaties kan een dwangsom een passend juridisch middel zijn om uw tegenpartij er financieel toe te bewegen de veroordeling na te komen.
De dwangsom heeft zich doorheen de jaren bewezen als een bijzonder doeltreffend middel en wordt vandaag breed toegepast.
Aangezien niemand door middel van fysieke dwang kan worden gedwongen om een bepaalde handeling te stellen of na te laten, blijkt een financiële prikkel het meest doeltreffende drukkingsmiddel.
Toch schuilt er een belangrijke valkuil bij de uitvoering van dwangsommen. Veel schuldeisers verliezen een deel van hun aanspraken omdat zij niet tijdig optreden, met verjaring van de verbeurde dwangsommen tot gevolg.
Wat is een dwangsom?
Een dwangsom is een geldbedrag dat verschuldigd wordt wanneer een partij een rechterlijke veroordeling (anders dan de betaling van een geldsom) niet naleeft.
De rechter kan bijvoorbeeld:
- een verbod opleggen om een handelsnaam verder te gebruiken;
- een verbod opleggen om een bepaald goed te verkopen;
- bevelen om bepaalde documenten af te geven;
- verbieden om vertrouwelijke informatie te verspreiden;
- verplichten om bepaalde werken uit te voeren.
Wordt die verplichting niet nageleefd, dan wordt een vooraf bepaalde dwangsom verschuldigd.
De rechter kan die dwangsom vastleggen:
- als een vast bedrag;
- per overtreding;
- per dag vertraging;
- eventueel met een maximumbedrag.
Zo kan een rechter bijvoorbeeld bepalen dat een onderneming 1.000 euro per dag moet betalen zolang zij een verboden handelsnaam blijft gebruiken.
De dwangsom moet door een partij worden gevraagd. De rechter zal niet op eigen initiatief een dwangsom opleggen.
De rechter beslist zelf of hij al dan niet ingaat op het verzoek om een dwangsom op te leggen en kan zelfs een hogere dwangsom opleggen dan het gevraagde bedrag. Wanneer een dwangsom verschuldigd is, komt het bedrag volledig toe aan de schuldeiser, los van de effectief geleden schade.
Wanneer beginnen dwangsommen te lopen?
De dwangsom kan niet beginnen te lopen (ook wel ‘verbeuren’ genoemd) vóór de betekening door de gerechtsdeurwaarder van het vonnis waarbij zij is vastgesteld.
Met die betekening wordt officieel duidelijk gemaakt dat de naleving van het vonnis wordt geëist.
Pas vanaf dan kunnen overtredingen aanleiding geven tot het verbeuren van dwangsommen.
Een dwangsom zal bovendien pas verschuldigd zijn wanneer de hoofdveroordeling uitvoerbaar is (en dus bijvoorbeeld niet indien de tenuitvoerlegging door het instellen van hoger beroep wordt geschorst).
Het bevel tot betaling: eerste stap in de uitvoering
Het bevel tot betaling vormt de eerste formele stap in de gedwongen uitvoering als niet vrijwillig wordt overgegaan tot betaling van de dwangsom. Via een gerechtsdeurwaarder wordt de schuldenaar officieel aangemaand om de verplichtingen uit het vonnis na te leven en de dwangsom te betalen. Dit geldt als de laatste formele aanmaning vóór verdere uitvoeringsmaatregelen (zoals beslag) worden genomen.
Het bevel tot betaling moet voldoende duidelijk en volledig zijn, zodat de schuldenaar exact weet welk bedrag hij moet betalen om verdere uitvoering of een beslagprocedure te vermijden. Het bevel moet een nauwkeurige opsomming bevatten van alle verschuldigde bedragen, met inbegrip van de hoofdsom, interesten, kosten en berekende dwangsommen.
Daarnaast moet het bevel tot betaling ook aangeven waarom deze dwangsommen zijn verbeurd. Alleen dan kan het bevel tot betaling rechtsgevolgen hebben.
Het bevel tot betaling is dus meer dan een formaliteit en brengt ons bij een volgend belangrijk aandachtspunt, met name de verjaring van dwangsommen.
De grootste valkuil: de korte verjaringstermijn van zes maanden
Voor dwangsommen geldt een korte verjaringstermijn. Een verbeurde dwangsom verjaart namelijk zes maanden nadat zij verschuldigd is geworden. De verjaring wordt afzonderlijk beoordeeld voor elke overtreding en van dag tot dag. Er zal dus per dag moeten worden nagegaan welke inbreuken ouder zijn dan zes maanden.
De korte verjaringstermijn van dwangsommen blijkt vaak een valkuil: door niet tijdig op te treden, kan een aanzienlijk deel van de aanspraak verloren gaan.
De betekening van het bevel tot betaling heeft tot gevolg dat de verjaring wordt gestuit, waardoor vanaf dan een nieuwe termijn van zes maanden begint te lopen.
Het is daarbij zeer belangrijk dat tijdig wordt gehandeld en dat het bevel zorgvuldig wordt opgesteld.
Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken:
Een dwangsom per dag
De rechtbank legt bij vonnis van 1 juli 2025 een verbod op om een handelsnaam verder te gebruiken, op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag. Het vonnis wordt betekend op 1 augustus 2025. Vanaf dan verbeuren de dwangsommen. Ondanks een aanmaning om het gebruik van de handelsnaam te staken, wordt die niet gerespecteerd. De schuldeiser laat op 1 juli 2026 een bevel tot betaling betekenen. Hij zal hierin enkel de dwangsommen die zijn verbeurd tussen 1 januari 2026 en 1 juli 2026 kunnen invorderen, aangezien de dwangsommen tot 1 januari 2026 zijn verjaard. De wetgever wil hiermee de schuldeiser aanzetten om te handelen en de schuldenaar financieel niet ten gronde te richten.
Wat als het maximumbedrag is bereikt?
De rechtbank koppelt in datzelfde voorbeeld een maximumbedrag aan de dwangsom, met name 1.000 euro per dag, met een maximum van 100.000 euro. Moeten dan de verbeurde, maar verjaarde dwangsommen mee in rekening worden gebracht om te bepalen of het maximumbedrag van de dwangsom is bereikt? Het antwoord hierop is ja. Het maximumbedrag heeft dus betrekking op het totaal van alle verbeurde dwangsommen, ook al zijn die door de verjaring niet meer invorderbaar. Na het bereiken van het maximumbedrag zullen dus geen nieuwe dwangsommen meer kunnen worden verbeurd of ingevorderd. Indien het vonnis aldus is betekend op 1 augustus 2025, zullen inbreuken vanaf 9 november 2025 (100 dagen later, wanneer het maximum van 100.000 euro is bereikt) geen bijkomende dwangsommen meer doen ontstaan.
Niet elke dwangsom wordt automatisch gevrijwaard
De rechtbank legt zowel een verbod op om een goed te verkopen als een verbod om voor een goed publiciteit te maken, telkens op straffe van een dwangsom. In het bevel tot betaling wordt enkel een dwangsom gevorderd voor de verboden verkoop van het goed, maar wordt niets vermeld over de schending van het publiciteitsverbod, die nochtans ook plaatsvindt. De verjaringstuitende werking van het bevel geldt dan niet voor de dwangsommen die zijn verbeurd door de schending van het publiciteitsverbod.
De beslagrechter als scheidsrechter
Wanneer een geschil ontstaat over de uitvoering van een dwangsom, komt dit voor de beslagrechter. Hij oordeelt of de tenuitvoerlegging rechtmatig en regelmatig gebeurt. Daarbij onderzoekt hij ook of het gedrag van de schuldenaar ingaat tegen het doel en de draagwijdte van de opgelegde dwangsom.
De beslagrechter mag de oorspronkelijke dwangsomveroordeling niet wijzigen, beperken of uitbreiden. Hij moet zich houden aan de inhoud en bewoordingen van het vonnis.
In het kader van een uitvoeringsgeschil zal de beslagrechter enkel nagaan of de dwangsommen die worden ingevorderd effectief zijn verbeurd en niet zijn verjaard. Hij spreekt zich niet uit over andere, niet-betwiste dwangsommen.
De beslagrechter zal eveneens kunnen toetsen of de schuldeiser geen rechtsmisbruik maakt bij de invordering van de dwangsom. Stel dat de schuldenaar het gebruik van de handelsnaam staakt, maar door een vergetelheid te goeder trouw een online vindplaats vergeet. De schuldeiser verwittigt de schuldenaar niet, maar laat maanden verstrijken om vervolgens een buitensporige dwangsom te eisen. In dat geval zou de beslagrechter het bedrag van de dwangsom kunnen herleiden of de schuldeiser het recht kunnen ontzeggen om zich op de dwangsom te beroepen.
Conclusie
De dwangsom is zonder twijfel een doeltreffend juridisch middel, op voorwaarde dat zij correct wordt opgelegd en zorgvuldig wordt uitgevoerd, rekening houdend met de bijzondere verjaringstermijn van zes maanden.
Zij kan het verschil maken tussen een vonnis dat dode letter blijft en een beslissing die daadwerkelijk wordt nageleefd.
Het litigationteam van de afdeling commercieel recht van Moore Law staat u graag bij, zowel bij het verkrijgen van een dwangsom als bij de effectieve uitvoering ervan. Zo zorgen we ervoor dat een gunstige uitspraak ook in de praktijk resultaat oplevert.