Overslaan en naar de inhoud gaan
#btw #Belastingen #Fiscaliteit

De btw-eenheid: verbonden tot in de eeuwigheid?

maandag 05/12/2016
VAT grouping

In 2017 bestaat de figuur van de btw-eenheid 10 jaar in België. Met deze tekst lanceren we geen uitnodiging tot een jubileumviering, maar wensen we het tienjarige bestaan aan te grijpen om aangaande  de vandaag bestaande btw-eenheden enkele belangrijke vragen in herinnering te brengen.

Oprichting van de btw- eenheid

Sinds 1 april 2007 schept de Belgische wet de mogelijkheid om in België gevestigde btw-plichtigen die juridisch onafhankelijk, maar financieel, organisatorisch en economisch nauw met elkaar verbonden zijn, aan te merken als één btw- belastingplichtige: een btw-eenheid. Dit eenheidsstatuut heeft als opvallendste kenmerken dat de prestaties tussen de leden (van de btw-eenheid) buiten het btw-toepassingsgebied vallen en het recht op aftrek niet langer op het niveau van de leden, maar op het niveau van de eenheid wordt bepaald op grond van de prestaties die de btw-eenheid aan de buitenwereld (niet-leden) verricht. 

In voormelde eigenschappen schuilen optimalisatiemogelijkheden die, sinds 2007, menig groep van verbonden belastingplichtigen bewoog en nog steeds beweegt tot de oprichting van een btw-eenheid. Teneinde een btw-eenheid op te richten dienen de verbonden leden  de btw- administratie te overtuigen van de verbondenheden op zowel financieel, organisatorisch, als economisch vlak.

De financiële verbondenheid wordt in beginsel bewezen aan de hand van het aandeelhouderschap, controleverhoudingen en stemrechten tussen de leden onderling.

De organisatorische verbondenheid wordt in beginsel bewezen aan de hand van het gemeenschappelijke bestuur bij de leden.

De economische verbondenheid wordt in beginsel bewezen aan de hand van de activiteiten van deze leden.  Deze kunnen van dezelfde aard zijn, zij kunnen elkaar ondersteunen of zelfs net ten behoeve van een ander lid worden verricht.

Na de oprichting – tot in de eeuwigheid?

Eenmaal deze verbondenheden worden aanvaard door de administratie, wordt de btw-eenheid toegekend. Deze verbondenheden dienen echter niet enkel te bestaan op het moment van de oprichting. Zij dienen tijdens het bestaan van de btw-eenheid blijven bestaan. In deze vereiste bestendigheid schuilt echter een sluimerend risico.

Doorheen de jaren kunnen de financiële, economische en organisatorische kenmerken van één of meerdere btw- belastingplichtigen en de daarvan afhankelijke verbondenheden wijzigen. Een volgende generatie neemt het aandeelhouderschap over, bestuurdersmandaten worden niet verlengd, overeenkomsten worden beëindigd …, zonder dat de belastingplichtigen er zich bewust van zijn kan de btw-eenheid haar bestaansrecht verliest of niet meer kan verder bestaan in haar huidige  vorm.

Deze onbewuste stopzetting  of wijziging van de btw-eenheid houdt enkele belangrijke risico’s in. In de eerste plaats  kan de beoogde optimalisatie mogelijk  niet langer worden gehandhaafd en werd deze na de onbewuste stopzetting  onterecht verder gezet. 

Verder worden welbepaalde btw-verplichtingen niet of niet correct vervuld. Zo werd de administratie niet op de hoogte gesteld van de gewijzigde btw-situatie en werden de periodieke btw-verplichtingen na de onbewuste stopzetting onterecht nog steeds door de eenheid en niet door de leden verricht. 

Het grootste risico schuilt echter in het mogelijk niet uitvoeren van btw-herzieningen met betrekking tot de aanwezige bedrijfsmiddelen. Bij de stopzetting van of de uittreding uit een btw-eenheid dient immers, zo de herzieningstermijn nog niet is verstreken, een herziening te gebeuren van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw die werd geheven op de bedrijfsmiddelen. Deze herziening gebeurt zowel in hoofde van het uittredend lid/de uittredende leden als in hoofde van de btw-eenheid. Met name in hoofde van de btw-eenheid dient er een negatieve herziening uitgevoerd te worden. In het niet uitvoeren van deze negatieve herziening schuilt het risico tot navordering van btw door de btw- administratie bij een controle.

De voormelde risico’s en haar gevolgen zijn echter, ook na laattijdige vaststelling van de onbewuste stopzetting door de belastingplichtige, te controleren en te beperken. Om die reden is het belangrijk om in het bijzonder op momenten van structurele wijzigingen binnen een onderneming, maar misschien ook net vandaag, bij het  10-jarige bestaan van de figuur van de  btw-eenheid, de vraag te stellen: is onze btw-eenheid nog een btw-eenheid? 

Neem contact op met een van onze adviseurs
Bert Derez
Bert Derez
Partner Tax & Legal Services