Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Btw-advies #Btw #Logistiek

Circulaire wijzigt btw voor
vervoer in
onderaanneming bij uitvoer

vrijdag 26/11/2021

Vervoerdiensten gelinkt aan uitvoer en vrijgesteld van btw zijn vanaf 1 januari 2022 enkel nog vrijgesteld wanneer ze gedaan worden voor de afzender of de ontvanger van de uitgevoerde goederen. Verricht in onderaanneming geldt de vrijstelling dus niet langer. Een nieuwe circulaire brengt de wijzigingen in kaart en zorgt voor een aanzienlijke impact in de logistieke sector.

De circulaire van 27 oktober 2021 over de btw-vrijstelling brengt best wat teweeg in de logistieke sector. Transporteurs die het vervoer bij uitvoer in onderaanneming verrichten, kunnen zich niet langer op de btw-vrijstelling beroepen voorzien in artikel 41 §1 eerste lid 3° Wbtw. Oorspronkelijk ging deze nieuwe regel in op 1 januari 2022, maar dat werd uitgesteld naar 1 april 2022.

Deze ingrijpende wijziging kan misschien verrassen. Noch de fiscus, noch de logistieke sector gaven ooit aan dat deze vrijstelling en de praktische toepassing ervan tot misbruiken heeft geleid. Wat is dan de reden?
 

Een beetje achtergrond

Waarom deze circulaire? De Europese Commissie heeft aan de EU-lidstaten gevraagd om de uitspraak in de zaak L.C. uit 2017 te implementeren. Met deze circulaire heeft België gevolg gegeven aan dat verzoek.

Aan de wetgeving zelf is niets gewijzigd. Het is de betekenis en de toepassing van het artikel 146, lid 1, e) van Richtlijn 2006/112/EG die op basis van het arrest een andere en meer beperkte invulling moet krijgen.
 

Welke diensten zijn geviseerd?

De zaak L.C. die voor lag aan het Hof van Justitie betrof vervoersdiensten gelinkt aan een exportbeweging van vervoerde goederen. Daarom heeft de Belgische btw-administratie zich in haar circulaire ook beperkt tot vervoersdiensten gelinkt aan uitvoer.
 

En welke diensten dus niet?

Andere diensten zijn niet geviseerd. Zoals diensten gelinkt aan invoer. Voor deze diensten bestaat uiteraard nog steeds de voorwaarde dat de waarde opgenomen moet zijn in de maatstaf van heffing bij invoer. De vrijstelling blijft ook gelden voor andere dan vervoersdiensten, zoals de zogenaamde ‘daarmee samenhangende diensten’. Denk bijvoorbeeld aan wegen, meten, laden, lossen… Ook opslagdiensten en diensten gelinkt aan goederen die zich onder een douaneregeling bevinden, vallen niet onder het toepassingsgebied van deze circulaire.

Deze diensten kunnen dus nog altijd vrij van btw gefactureerd worden. Voor zover er natuurlijk een aparte prijs voor gevraagd wordt of de overeengekomen enige prijs voor transport en bijkomende diensten gesplitst kan worden.
 

Moet u uw facturatie in de toekomst aanpassen?

U zal zich tijdens uw facturatieproces meer vragen moeten stellen om correcte facturen op te stellen. Of als uw facturatieproces geautomatiseerd is, moet u bijkomende criteria inbouwen. Zo moet het mogelijk zijn de drie elementen ‘vervoersdiensten’, ‘in verband met een exportbeweging van de vervoerde goederen’ en ‘onderaanneming’ met elkaar te combineren. De combinatie van deze elementen zal niet meer leiden tot de toepassing van een vrijstelling. Dat betekent echter niet dat als die drie elementen gecombineerd worden, er altijd een factuur met Belgische btw opgesteld moet worden!
 

Wat betekent de circulaire in de praktijk?

We geven graag twee voorbeelden die heel wat ophelderen.

 

Scenario 1: nationaal transport

De Belgische transportonderneming Transco heeft de opdracht om goederen te vervoeren van Mechelen naar de haven van Antwerpen. De goederen worden in Antwerpen aan boord van een zeeschip geladen en door een andere logistieke dienstverrichter verder vervoerd naar Mexico. De klant van Transco is niet de exporteur van de goederen, noch de ontvanger van de goederen, maar wel de logistieke dienstverrichter Logco. Die verricht enkel het internationaal transport van Antwerpen naar Mexico. Het gaat om onderaanneming en de vrijstelling uit artikel 41, §1, eerste lid, 3° Wbtw is dus niet van toepassing.

We onderscheiden 3 situaties
  • Logco is een Belgische onderneming (Logco België).
    Transco moet Belgische btw aanrekenen aan zijn klant. Inderdaad, de plaats van de dienst voor btw is waar de klant is gevestigd, i.e. België. En zoals blijkt uit de circulaire is de vrijstelling niet van toepassing.
  • Logco is gevestigd in Nederland (Logco Nederland).
    Transco rekent geen Belgische btw aan. Toch zal de rapportering hier anders zijn dan vóór de wijziging. Voor btw-doeleinden is de plaats van de dienst waar de klant is gevestigd, i.e. Nederland. Ervan uitgaande dat Nederland ook geen toepassing van de vrijstelling toelaat in de geschetste situatie, zal Logco Nederland Nederlandse btw moeten voldoen. De factuur van Transco zal moeten verwijzen naar ‘btw verlegd’. De transactie moet opgenomen worden in rooster 44 van de periodieke btw-aangifte (vroeger rooster 47) en in code S van de IC-listing.
  • Logco is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, dus buiten de EU (Logco VK).
    De hoofdregel voor de plaatsbepaling geldt hier niet. Aangezien onze klant Logco VK buiten de EU gevestigd is en het vervoer volledig plaatsvindt binnen België, is hier de use & enjoyment regel uit KB nr. 57 van toepassing: de plaats van de dienst is België. Aan Logco VK zal Belgische btw aangerekend worden.

Conclusie, voor eenzelfde dienst:

  • Klant is Belg: factuur met Belgische btw, rapportering in rooster 03 en 54 van de Belgische periodieke btw-aangifte.
  • Klant is EU (niet België): factuur zonder Belgische btw, ‘btw verlegd’, rapportering in rooster 44 van de Belgische periodieke btw-aangifte en in de IC-Listing.
  • Klant is niet-EU: factuur met Belgische btw, rapportering in rooster 03 en 54 van de Belgische periodieke btw-aangifte.
     
Scenario 2: internationaal transport

Zelfde verhaal, maar nu vervoert Transco de goederen van Mechelen naar Rotterdam, waar ze geladen worden voor het verdere transport naar Mexico.

We onderscheiden 3 situaties
  • De factuur aan Logco België zal ook met Belgische btw worden opgesteld.
  • De factuur aan Logco Nederland met toepassing van ‘btw verlegd’.
  • Maar de factuur aan Logco VK zal geen btw bevatten. Omdat het vervoer niet volledig plaatsvindt in België, is er geen toepassing van use & enjoyment. De plaats van de dienst zal opnieuw op basis van de hoofdregel gelegen zijn waar de klant is gevestigd, i.e. VK. De factuur vermeldt geen btw en (tenzij Logco VK dat vraagt) ook geen verwijzing naar ‘btw verlegd’.

Conclusie, voor eenzelfde dienst:

  • Klant is Belg: factuur met Belgische btw, rapportering in rooster 03 en 54 van de Belgische periodieke btw-aangifte.
  • Klant is EU (niet België): factuur zonder Belgische btw, ‘btw verlegd’, rapportering in rooster 44 van de Belgische periodieke btw-aangifte en in de IC Listing.
  • Klant is niet-EU: factuur zonder btw, rapportering in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte.

Transporteurs die vervoer laten verrichten in onderaanneming door andere transporteurs zullen ook de verwerking van inkomende facturen moeten aanpassen.
 

Moet u actie ondernemen?

Als uw onderneming in de sector in België actief is, zal u dienen na te gaan welke diensten worden verricht en afgenomen, in welke situatie u zich bevindt (onderaanneming of rechtstreeks voor exporteur/ontvanger), en hoe uw btw analyse en dus facturering wordt aangestuurd (manueel proces of automatisatie).

Daarna moet u een praktisch actieplan opstellen om een correcte facturatie te garanderen.

Kortom, het gaat hier best om een complexe aanpassing. Net daarom vroeg de logistieke sector uitstel aan de fiscus en zal de wijziging pas op 1 april 2022 in werking treden.

Hebt u hier vragen over of wenst u advies? Neem gerust contact op met onze btw-specialisten. Zij bieden u praktische begeleiding op basis van uw specifieke noden. Van projectuitvoering van a tot z, over nazicht van uw voorbereidingen tot opleiding van medewerkers.

Neem contact op met één van onze adviseurs

Bert Derez

Bert Derez

Partner Tax & Legal Services

Contact
Els Meynendonckx

Els Meynendonckx

Senior Manager Tax & legal services

Contact