Overslaan en naar de inhoud gaan
#Aangifte #Zelfstandigen #Bijverdienen #Dividenden #Fiscale regularisatie #Belastingen #Personenbelasting

Aangifteformulier personenbelasting AJ 2019: enkele nieuwigheden toegelicht

vrijdag 19/04/2019
Letter tiles: Tax Season

Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen en andere wijzigingen.

Het nieuwe aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 werd op 7 april gepubliceerd, het startschot voor de jaarlijkse aangifterace is dus gegeven. Voor de Vlaamse aangifte zijn er “slechts” 6 codes bijgekomen en voor de Waalse en de Brusselse aangifte telkens “slechts” 7 codes. Toch mag men nog niet te vroeg juichen, er zijn namelijk een groot aantal nieuwe maatregelen die vanaf dit jaar spelen. Maar door het schrappen van ‘oude’ codes wordt de aanwas aan nieuwe codes beperkt. Hieronder een overzicht van de belangrijkste nieuwe codes/wijzigingen.

Bijkomende belastingverminderingen

De federale overheid heeft in 2018 meerdere nieuwe belastingverminderingen ingevoerd, die dus ook meestal een nieuwe code krijgen.

  • Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen ‘POZ’(code 1342/2342)

    Zelfstandigen kunnen sinds 2018, naast het reeds bestaande Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, ook een bijkomend pensioenspaarpotje aanleggen middels het POZ. Niet alle zelfstandigen kunnen dit echter, enkel de zelfstandigen buiten vennootschap (zelfstandigen met winst of met baten en meewerkende echtgenoten) komen hiervoor in aanmerking. Om de aanwas aan nieuwe codes te beperken werd geopteerd om dit onder 1 code op te nemen bij de belastingverminderingen. In deze code moet de zelfstandige het betaalde bedrag voor zijn nieuwe POZ opnemen, dewelke recht geeft op een belastingvermindering van 30%. Op het einde van de rit betaalt de zelfstandige 10% belasting op zijn POZ-kapitaal.
     
  • Aandelen groeibedrijven(code 1334/2334)
    In 2015 werd de belastingvermindering ingevoerd voor investeringen in aandelen van startende kmo’s (“tax shelter”) en sinds vorig jaar is het ook mogelijk om op een fiscaal interessante wijze te investeren in zgn. “groeibedrijven”, wanneer deze nieuwe aandelen uitgeven n.a.v. een kapitaalverhoging. Starter is een kmo de eerste vier jaar na haar oprichting, de volgende zes jaar is het een groeier. Verder is voor een groeibedrijf vereist dat het personeelsbestand of de jaaromzet de laatste twee jaar gemiddeld met minstens 10% per jaar stijgt. De investering (voor starters en groeibedrijven samen) is fiscaal geplafonneerd op 100.000 euro per jaar en per persoon. De investering in een groeibedrijf levert 25% belastingvermindering op, dus maximaal 25.000 euro belastingvoordeel (mits er zoveel belastingen moet worden betaald, tegen het gewone progressieve belastingtarief). In de aangifte moet het bedrag van investering worden opgenomen, de fiscus berekent dan de belastingvermindering. 
     
  • Privak-verliezen(code 1329/2329)
    Deze code zal uitzonderlijk worden gebruikt wanneer een verlies of minderwaarde wordt geleden bij de volledige liquidatie van de na 2017 opgerichte privak. Dit verlies kan hier tot maximaal 25.000 euro worden ingebracht en voor 25% worden gerecupereerd.
     
  • Adoptiekosten(code 1341)
    In het jaar dat een adoptieprocedure werd beëindigd (afgerond of vroegtijdig stopgezet), dan kan een belastingvermindering van 20% worden genoten voor adoptie-uitgaven gemaakt sinds 1 januari 2013. Het gaat om uitgaven gedaan voor de geschiktheidsprocedure, betaald aan de erkende adoptiedienst, dossierkosten, reiskosten van en naar het land van herkomst van het adoptiekind en verblijfskosten in dat land.De belastingvermindering is beperkt tot 6.150 euro. De berekening van de belastingvermindering moet door de belastingplichtige worden gemaakt en het resultaat moet in code 1341 worden opgenomen.
Nieuwe belastingvrijstelling voor dividenden (code 1437/2437)

Deze vrijstelling, ingevoerd om het spaargeld van de Belg te activeren, is beperkt tot de eerste schijf van 640 euro op dividenden van aandelen. Deze vrijstelling wordt niet aan de bron toegepast en moet dus via de aangifte personenbelasting worden geclaimd. De roerende voorheffing die onterecht werd ingehouden op deze eerste schijf moet in deze codes worden opgenomen. Doordat er geen standaard fiscaal attest voorhanden is als staving van de vrijstelling, moeten de documenten en bankafschriften met betrekking tot de betaling van de dividenden en de ingehouden roerende voorheffing, goed worden bijgehouden om bij een eventuele controle voor te leggen.

Nieuwe meldplichten (code 1072/2072)

De eerste nieuwe meldplicht is dat in de codes 1072/2072 gemeld moet worden of u in de loop van 2018 titularis bent geweest van meer dan één effectenrekening. Deze meldplicht is er gekomen n.a.v. de nieuwe taks op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van 500.000 euro of meer. Als u meerdere effectenrekeningen van een lager bedrag heeft, moet u zelf spontaan aangifte doen voor deze taks. Middels deze melding kan de fiscus hier gerichter controles op uitvoeren.

De tweede meldplicht die geldt voor een groter aantal personen dan vorig jaar, betreft deze voor buitenlandse bankrekeningen. Ook de personen die beheerders zijn van buitenlandse bankrekeningen van een feitelijke vereniging, moeten dit nu melden in hun aangifte (en ook de belastbare roerende inkomsten verkregen op die rekeningen opnemen in zijn aangifte).

Onbelast bijverdienen (code 1460 en 2460)

Hoewel het op het eerste zicht contradictorisch kan lijken om inkomsten die kaderen binnen het stelsel van het “onbelast bijverdienen” op te nemen in de aangifte, dient dit dan ook enkel te gebeuren wanneer de maandgrens (510,83 euro) of jaargrens (6.130 euro) voor het onbelast bijverdienen wordt overschreden. Dan komt er namelijk wel belasting als beroeps- of divers inkomen om de hoek kijken.

Nieuw kostenforfait voor zelfstandigen met winst

Vanaf 2018 genieten ‘zelfstandigen met winst’ (handel, nijverheid, landbouw…), die hun beroepsinkomen aangeven in vak XVIII van hetzelfde wettelijke kostenforfait als werknemers. Het forfait bedraagt 30% van het inkomen met een maximum van 4.720 euro voor 2018. Voor zelfstandigen in bijberoep met weinig beroepskosten, kan dit een aantrekkelijk alternatief zijn ten opzichte van het bewijzen van de werkelijke beroepskosten.

Aangezien het kostenforfait automatisch berekend wordt door de fiscus, moeten de posten die voor de toepassing van het forfait eerst worden afgetrokken van de brutowinst (sociale bijdragen, verkochte handelsgoederen en grondstoffen), gekend zijn. Voor de sociale bijdragen gebeurt dat door invoeging van nieuwe code 1632 en 2632, maar voor de aftrekpost ‘verkochte handelsgoederen en grondstoffen’ is er niet in een nieuwe rubriek voorzien. Men lost dit op door in de officiële toelichting bij de aangifte nu uitdrukkelijk in te schrijven dat de aan te geven brutowinst het bedrag is NA aftrek van de aankoopprijs van verkochte handelsgoederen en van grondstoffen (wat in de meeste gevallen neerkomt op de brutomarge). Die aankoopprijs maakt in de aangifte dus geen deel uit van de beroepskosten; ze maakt eenvoudigweg geen deel uit van de aan te geven brutowinst. 

Neem contact op met een van onze adviseurs
An Lettens
An Lettens
Partner Tax & Legal Services
Karolien Vanmeerhaeghe
Karolien Vanmeerhaeghe
Senior Manager Tax & Legal Services