  ![Meerwaardebelasting](/sites/default/files/styles/ratio_1_1_medium/public/2026-08/iStock-2268775801.jpg.webp?h=ac4a0231&itok=UncJ1kYe) [\#Circulaire](/nl/nieuws?topic%5B1899%5D=1899) [\#Meerwaardebelasting](/nl/nieuws?topic%5B1428%5D=1428) [\#Fiscaliteit](/nl/nieuws?topic%5B193%5D=193)# Meerwaardebelasting: de bevestigingen van de circulaire

 20/08/2026 | Leestijd: 11 minuten 

 

 ![Female Companion](/sites/default/files/styles/ratio_1_1/public/2025-09/iStock-1327592664.jpg?h=b5f190fd&itok=h8rTJHIT "Female Companion")

Claudia Van der Spiegel

Manager Tax &amp; Legal

 

 [Contact](/nl/contact) 

 

 

 

 

 
Zoals verwacht sinds de stemming van de wet van 6 april 2026 bevestigt en/of verduidelijkt circulaire 2026/C/74 verschillende praktische toepassingspunten van de nieuwe regeling. Wij onthouden de volgende elementen en wijzen erop dat er beroepen hangende zijn voor het Grondwettelijk Hof, waardoor sommige van deze elementen nog kunnen wijzigen.

 

 

 

Ter herinnering: de nieuwe wet voert drie regimes in: een regime dat interne meerwaarden belast (A), een regime dat meerwaarden op een aanmerkelijk belang belast (B) en, ten slotte, een residuaire categorie die meerwaarden belast op financiële activa die niet onder de eerste twee regimes vallen (C).

## 1. Optimaliseren is geen misbruik

De circulaire stelt het zonder voorbehoud: de belastingplichtige bepaalt vrij het moment waarop hij zijn meerwaarden en minderwaarden realiseert, en het feit dat hij daarbij het gebruik van de beschikbare vrijstellingen optimaliseert, kan niet als misbruik worden beschouwd. Het incasseren van minderwaarden, het spreiden van realisaties over meerdere belastbare tijdperken en de geleidelijke opbouw van de vrijgestelde schijven behoren dus tot het normale beheer.

Deze bevestiging wordt versterkt door een tweede: de onder het belastingregime aangegeven meerwaarde wordt geacht juist te zijn, aangezien artikel 339 WIB92 de administratie verplicht om de aangifte en de verstrekte gegevens als basis voor de belastingberekening te nemen. De aangifte zal enkel worden gecorrigeerd indien de administratie het abnormale beheer of de speculatie aantoont, waarbij de bewijslast op haar rust. De toepassing van het tarief van 33% vormt dus de uitzondering, niet het principe.

## 2. De belastingplichtige: de blote eigenaar, in een lezing die trouw blijft aan het burgerlijk recht

Artikel 92, §3, a) WIB92 wijst de eigenaar of de blote eigenaar van de vervreemde activa aan. De circulaire bevestigt dat de vruchtgebruiker geen belastingplichtige is in de zin van het regime: wanneer een actief in gesplitste eigendom wordt gehouden, wordt de gerealiseerde meerwaarde volledig toegerekend aan de blote eigenaar.

Daaruit vloeien drie gevolgen voort, allemaal in overeenstemming met de burgerrechtelijke logica van de gesplitste eigendom:

- de overdracht van enkel het vruchtgebruik door de vruchtgebruiker is niet belastbaar: een dergelijke verrichting kan plaatsvinden zonder het medeweten of akkoord van de blote eigenaar en is dus niet belastbaar in zijn hoofde;
- het tenietgaan van het vruchtgebruik, met name door overlijden, evenals de omzetting van het vruchtgebruik in een geldsom, vormen geen realisaties;
- wanneer de volle eigenaar enkel het vruchtgebruik overdraagt, is de meerwaarde belastbaar in zijn hoofde, als overblijvende blote eigenaar.

De meer opmerkelijke bevestiging betreft de “titre et finance-regeling”. Wanneer een goed eigen is krachtens artikel 2.3.19, 5° van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt het fiscaal behandeld als een eigen goed, ook al werd het gefinancierd met gemeenschappelijke gelden: de beoordeling gebeurt uitsluitend in hoofde van de belastingplichtige die de titel houdt, ongeacht het feit dat de vermogenswaarde van de aandelen wordt geacht tot het gemeenschappelijk vermogen te behoren.

De redenering volgt exact de burgerrechtelijke analyse. Op grond van de artikelen 2.3.22 en 2.3.43, §3, 1° van het Nieuw Burgerlijk Wetboek kan de “vermogensaanspraak” van de andere echtgenoot pas worden uitgeoefend op het moment van de ontbinding van het huwelijksstelsel: zij geeft geen recht op de helft van de aandelen in natura, aangezien de aandelen zelf, in tegenstelling tot hun waarde, geen deel uitmaken van de te verdelen boedel. De circulaire trekt daaruit een fiscale conclusie: ook voor de beoordeling van de drempel van 20% voor aanmerkelijke belangen wordt de beoordeling gedaan op het niveau van de houder van het effect.

## 3. Deelbewijzen van een maatschap zijn een effect

Deelbewijzen van een maatschap vallen onder de roerende waarden bedoeld in artikel 2, 1°, a) van de wet van 2 augustus 2002, en dus onder de financiële instrumenten in de zin van artikel 92, §1, a) WIB92. De overdracht onder bezwarende titel van deelbewijzen van een maatschap valt bijgevolg binnen het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting, zelfs wanneer deze maatschap zelf geen financiële activa aanhoudt.

De circulaire koppelt aan deze vaststelling echter verschillende geruststellende bevestigingen. Het aangaan of beëindigen van een maatschapscontract brengt op zich geen meerwaardebelasting teweeg: dit veronderstelt een realisatie. De inbreng van financiële activa geeft slechts aanleiding tot realisatie indien zij een impliciete ruil inhoudt: de inbreng door twee vennoten van identieke activa wijzigt hun respectieve vermogen niet fundamenteel en is niet belastbaar aangezien er geen verwezenlijking is ingevolge de inbreng, terwijl de inbreng van verschillende activa een impliciete ruil en een gedeeltelijke overdracht bewerkstelligt.

In dezelfde zin vormt de inbreng van een in onverdeeldheid gehouden portefeuille, gevolgd door de terugtrekking ervan in dezelfde verhoudingen, noch bij de inbreng, noch bij de terugtrekking een realisatie; het VVPRbis-regime lijdt daar niet onder, aangezien de voorwaarde van ononderbroken behoud van eigendom van artikel 269, § 2, 6° WIB92 gerespecteerd blijft. De inbreng van aandelen of deelbewijzen geniet ten slotte de vrijstelling van artikel 96/2, eerste lid, 4° WIB92, die niet beperkt is tot inbrengen in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid.

Een aandachtspunt blijft echter bestaan, dat de circulaire zelf signaleert: de fiscale transparantie rekent de meerwaarde toe aan de vennoten pro rata hun aandelen, op basis van de historische aanschaffingswaarden, ongeacht de identiteit van de inbrenger. De vennoten worden uitgenodigd om met deze latentie rekening te houden in hun onderlinge verhoudingen, met name door een verschillend gewicht aan de deelbewijzen te verbinden in het maatschapscontract.

## 4. De waardering van niet-beursgenoteerde effecten: de revisor van de groep is toegelaten

In afwijking van de forfaitaire waardering op basis van het eigen vermogen, verhoogd met viermaal de EBITDA, kan de waarde op 31 december 2025 worden bepaald door een bedrijfsrevisor die niet de commissaris is, of door een gecertificeerd accountant, op voorwaarde dat hij niet optreedt als gebruikelijke beroepsbeoefenaar. De waardering moet uiterlijk op 31 december 2027 worden uitgevoerd. Het voorbeeld dat de circulaire geeft, aanvaardt dat deze waarde wordt weerhouden, zelfs wanneer zij hoger ligt dan de waarden die worden verkregen via de drie door de wet voorziene methoden.

De door de beroepsgroep verwachte bevestiging is expliciet: wanneer de vennootschap een beroep doet op accountantskantoor X, kan het bedrijfsrevisorenkantoor dat tot dezelfde groep X behoort, probleemloos het waarderingsverslag opstellen, op voorwaarde dat dit bedrijfsrevisorenkantoor is ondergebracht in een afzonderlijke juridische entiteit en uiteraard voor zover het niet de gebruikelijke beroepsbeoefenaar van de vennootschap is. Het behoren tot eenzelfde netwerk vormt dus geen belemmering voor de vereiste onafhankelijkheid bij deze opdracht.

De formule op basis van het eigen vermogen en de EBITDA staat overigens ook open voor deelnemingen in niet-beursgenoteerde buitenlandse vennootschappen, desgevallend op basis van buitenlandse boekhoudnormen.

## 5. De administratie zal de waardering niet in vraag stellen, behoudens uitzondering

Wanneer de aandeelhouders van eenzelfde niet-beursgenoteerde vennootschap elk een verschillend waarderingsverslag voorleggen, omdat zij afzonderlijk een beroep hebben gedaan op een andere gecertificeerde accountant en/of revisor, kunnen de waarderingen onderling verschillen. De circulaire geeft aan dat de administratie in die situatie geen keuze zal maken tussen de verschillende waarderingsverslagen.

Ze gaat verder: de administratie zal een waardering slechts in zeer uitzonderlijke gevallen betwisten, bijvoorbeeld wanneer zij gebaseerd is op valse of onjuiste stukken. Wanneer de waardering daarentegen steunt op methoden die binnen de sector als standaard worden beschouwd, is er in principe geen betwisting mogelijk. De rechtszekerheid verbonden aan een waarderingsverslag dat vóór 31 december 2027 is opgesteld, is dus hoog.

Dezelfde soepelheid geldt voor de andere categorieën activa: voor cryptoactiva kan een screenshot van de trading-app volstaan en is het niet vereist om een gemiddelde te berekenen op basis van alle beurzen waarop het betrokken cryptoactivum wordt verhandeld; voor deviezenportefeuilles kan de belastingplichtige de slotkoers hanteren die door zijn eigen financiële instelling wordt bepaald.

## 6. Private equity en management buy-out ontsnappen aan het uitzonderingsregime

Er bestond een reële vrees dat overnameverrichtingen met een herinvesteringsclausule zouden worden ondergebracht in het regime van de interne meerwaarden, belast aan 33% zonder vrijstelling. De circulaire verwerpt deze lezing: wanneer de verkopende aandeelhouder er in het kader van de overnameovereenkomst toe gehouden is zelf kapitaal te investeren in de overnameholding, de zogenaamde “skin in the game”-clausule, is het uitzonderingsregime in beginsel niet van toepassing, aangezien de aandeelhouder de controle dan gezamenlijk uitoefent met een derde, namelijk het private-equityfonds. Artikel 90, eerste lid, 9°, a) WIB92 beoogt immers enkel de controle die 'alleen' of 'samen met zijn naaste familie' wordt uitgeoefend.

De circulaire preciseert bovendien dat de gebruikelijke bepalingen in overeenkomsten tussen een private-equityfonds en een verkopende aandeelhouder, vetorechten over bepaalde beslissingen, afspraken over de oriëntatie van het beleid, de strategie, de budgetten, de overnames of de groei, bindende voordrachtrechten voor het bestuursorgaan, op zich geen bewijs van controle vormen in de zin van artikel 1:14 WVV. De verkopende aandeelhouder kan dus louter op basis daarvan niet worden beschouwd als een partij die controle uitoefent.

Wat de management buy-out betreft, waarbij het management de meerderheid van de aandelen van het overnamevehikel verwerft en de verkopende aandeelhouder slechts een minderheid behoudt of verwerft, zullen de in de overnameovereenkomst gemaakte afspraken in principe niet bepalend zijn: de controlevoorwaarde moet steeds worden beoordeeld op basis van artikel 1:14 WVV.

## 7. De antimisbruikbepalingen: een afgebakend toepassingsgebied, een zware sanctie

Artikel 344, §1 WIB92 blijft van toepassing. De circulaire heeft de verdienste de geviseerde constructies te benoemen, wat in negatieve zin afbakent wat a priori niet geviseerd wordt:

- de kosteloze overdracht van financiële activa aan een niet-rijksinwoner die deze vervreemdt, de meerwaarde realiseert en vervolgens de opbrengst van de verkoop kosteloos terug overdraagt aan de oorspronkelijke rijksinwoner;
- de opsplitsing van een verkoop in een overdracht van de blote eigendom gevolgd door een overdracht van het vruchtgebruik aan dezelfde verkrijger, met als enig doel de belasting op de volledige meerwaarde te vermijden;
- de overdracht door de ouders aan de holdingvennootschap van hun kinderen, gevolgd door de overdracht aan de kinderen van het saldo van de rekening-courant, of de rechtstreekse aandelenoverdracht aan de kinderen gevolgd door de schenking of overdracht van de ontvangen verkoopprijs;
- de verkoop van aandelen aan een eigen gecontroleerde holding, waarbij de verkoopprijs op rekening-courant wordt geboekt als schuld en vervolgens wordt afgelost met middelen afkomstig uit dividenden die vanuit de overgedragen vennootschap naar de holding worden uitgekeerd; de circulaire verwijst naar het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 7 oktober 2023;
- het ontstaan, op om het even welk moment na de verkoop, van een gezamenlijke controle die door geen enkel ander dan fiscaal motief wordt gerechtvaardigd, wat toelaat de verrichting te herbekijken en te herkwalificeren als interne meerwaarde;
- de overdracht aan een in de EER gevestigde rechtspersoon, onmiddellijk gevolgd door een doorverkoop buiten de EER, die als veinzing kan worden aangemerkt en belast wordt aan 16,5% op de totale meerwaarde.

Het gevolg verdient bijzondere aandacht, want het verschuift de aandacht van het tarief naar de kwalificatie. Het fotomoment is in principe van toepassing op interne meerwaarden, zodat de historische meerwaarde vrijgesteld blijft. Maar bij herkwalificatie als dividenduitkering kan de volledige verkoopprijs worden geviseerd, met inbegrip van het gedeelte van de meerwaarde dat vóór 1 januari 2026 werd opgebouwd.

## 8. Andere nuttige bevestigingen

- Bancaire beleggingsproducten: de realisatie vindt plaats op de transactiedatum, niet op de vereffeningsdatum.
- Earn-outregelingen: het prijssaldo wordt pas belast wanneer het zeker en vaststaand wordt, tegen dezelfde tarieven en vrijstellingen als de eerste schijf. Transacties gesloten vóór 1 januari 2026 met een zekere en vaststaande earn-out zijn niet belastbaar, zelfs indien de earn-out effectief na 1 januari 2026 wordt betaald.
- De FIFO-methode is afzonderlijk van toepassing op het niveau van elke effectenrekening.
- Het wijzigen tussen beleggingsfondsen in tak 23-verzekeringen of wijzigingen bij een tak 44-verzekering vormen geen uitkering: er wordt op dat moment geen meerwaarde verwezenlijkt.
- Overdrachten van cryptoactiva tussen verschillende cryptoactivaportefeuilles van eenzelfde belastingplichtige vormen geen verwezenlijkingen.
- Voor een vóór 2026 verworven actief wordt de minderwaarde gemeten vanaf het fotomoment: een economisch winstgevende verrichting kan een verrekenbare fiscale minderwaarde opleveren.
- Binnen type B kan de minderwaarde op de meest voordelige wijze worden aangerekend, ook op een meerwaarde belast aan 16,5%.
- De exit taks van de houder van een aanmerkelijk belang wordt berekend tegen het meest gunstige tarief, zijnde de schaal van 1,25% tot 10% met de vrijstelling van één miljoen euro; een latere overdracht buiten de EER heeft geen invloed meer.
- Overdrachten binnen de vierentwintig maanden na het vertrek die in België zouden zijn vrijgesteld, maken geen einde aan het uitstel van betaling van de exit taks; hetzelfde geldt voor pandrechten zonder eigendomsoverdracht.
- Bij terugkeer naar België binnen de vierentwintig maanden wordt de initiële aanschaffingswaarde behouden, desgevallend verhoogd met de belastbare grondslag van de buitenlandse belasting van dezelfde aard.
- De niet-ontvoogde minderjarige is belastingplichtige voor zijn eigen meerwaarden en beschikt over zijn eigen vrijstellingen.
- Schuldsaldoverzekeringen en uitvaartverzekeringen vallen buiten het toepassingsgebied, zelfs bij vervroegde afkoop.

## 9. Wat nog wordt verwacht

De circulaire is een eerste commentaar, en de regeling is nog niet volledig.

- **Twee aangekondigde circulaires.** Eén gewijd aan de roerende voorheffing, met name aan de modaliteiten van de opt-in- en opt-outregelingen, de inningsmechaniek die het grootste aantal belastingplichtigen aanbelangt; de andere gewijd aan de rechtspersonenbelasting, die vzw's en private stichtingen aanbelangt.
- **Twee koninklijke besluiten.** Het eerste zal het basisbedrag van 480 euro van de bijkomende vrijgestelde schijf naar boven of naar beneden aanpassen, zodat het geïndexeerde bedrag voor het aanslagjaar 2028 daadwerkelijk 1.000 euro bedraagt; de definitieve indexeringscoëfficiënt kan pas eind december 2026 worden vastgesteld. Het tweede zal de essentiële elementen en de termijnen bepalen van het jaarlijkse attest dat moet worden overgemaakt in geval van uitstel van betaling van de exit taks.
- **Een formulier.** Het formulier dat de tussenpersonen betrokken bij verrichtingen van type A en type B zullen moeten gebruiken om te voldoen aan de aangifteverplichting van artikel 326bis WIB92.

Twee termijnen moeten echter vanaf nu al op de agenda van de betrokken dossiers worden geplaatst: 31 december 2027, de uiterste datum om de waardering van een niet-beursgenoteerd actief per 31 december 2025 te laten opstellen, en 31 december 2030, de einddatum van de afwijkende regeling die toelaat de werkelijke aanschaffingswaarde te hanteren, evenals de correcties die van toepassing zijn op vóór 2026 gesloten verzekeringscontracten.

Ten slotte moet in het achterhoofd worden gehouden dat deze commentaar enkel betrekking heeft op de personenbelasting: de behandeling in de rechtspersonenbelasting en de mechaniek van de roerende voorheffing moeten nog worden becommentarieerd, en de ingenomen standpunten blijven administratieve standpunten, zonder wetgevende waarde en vatbaar voor wijziging. Wij volgen deze ontwikkelingen op.

 

 Verruim uw kennis over

 [\#Circulaire](/nl/nieuws?topic%5B1899%5D=1899) [\#Meerwaardebelasting](/nl/nieuws?topic%5B1428%5D=1428) [\#Fiscaliteit](/nl/nieuws?topic%5B193%5D=193)

Deel dit artikel

  

 



 Neem contact op met één van onze experten

 

 [  ![](/sites/default/files/styles/ratio_1_1/public/2025-09/iStock-1327592664.jpg?h=b5f190fd&itok=h8rTJHIT)  

### Claudia Van der Spiegel

Manager Tax &amp; Legal

 

 

  ](/nl/contact)

## Structured data (JSON-LD)

```json
{
    "@context": "https://schema.org",
    "@graph": [
        {
            "@type": "NewsArticle",
            "@id": "https://www.moore.be/nl/nieuws/meerwaardebelasting-de-bevestigingen-van-de-circulaire",
            "name": "Meerwaardebelasting: de bevestigingen van de circulaire",
            "image": {
                "@type": "ImageObject",
                "url": "https://www.moore.be/sites/default/files/styles/ratio_1_1/public/2026-08/iStock-2268775801.jpg?h=ac4a0231&itok=Vyx1QEvm"
            }
        },
        {
            "@type": "WebPage",
            "@id": "https://www.moore.be/nl/nieuws/meerwaardebelasting-de-bevestigingen-van-de-circulaire",
            "breadcrumb": {
                "@type": "BreadcrumbList",
                "itemListElement": [
                    {
                        "@type": "ListItem",
                        "position": 1,
                        "name": "Home",
                        "item": "https://www.moore.be/nl"
                    },
                    {
                        "@type": "ListItem",
                        "position": 2,
                        "name": "Nieuws",
                        "item": "https://www.moore.be/nl/nieuws"
                    },
                    {
                        "@type": "ListItem",
                        "position": 3,
                        "name": "Meerwaardebelasting: de bevestigingen van de circulaire",
                        "item": "https://www.moore.be/nl/nieuws/meerwaardebelasting-de-bevestigingen-van-de-circulaire"
                    }
                ]
            },
            "inLanguage": "nl"
        }
    ]
}
```

