Overslaan en naar de inhoud gaan
#Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen #Coöperatieve vennootschap #CVBA #Vennootschap #Statuut

De “nieuwe” coöperatieve vennootschap onder de loep genomen

vrijdag 22/11/2019
De nieuwe CV onder de loep genomen

De coöperatieve vennootschap kenmerkt zich door het coöperatieve gedachtengoed dat aan de basis van de vennootschap ligt. Waar onder het (voormalige) Wetboek van vennootschappen de coöperatieve vereiste doorheen de jaren een minder cruciale (afdwingbare) rol is gaan spelen, kiest de wetgever in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) weer resoluut voor de strikte invulling van dit begrip.

Back to basics

Tot op vandaag was de coöperatieve vennootschap, al dan niet met beperkte aansprakelijkheid, de ideale rechtsvorm voor samenwerkingsverbanden die nood hebben aan een soepele intredings- en uittredingsregeling. Dit is dan ook de rechtsvorm waaronder heel veel vrije beroepen hun samenwerking hebben georganiseerd.

De coöperatieve vennootschapsvorm keert onder het WVV echter terug naar haar oorspronkelijke grondslag. Enkel échte samenwerkingsverbanden die het coöperatieve gedachtengoed nastreven kunnen onder deze rechtsvorm ressorteren.

De vroegere coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid verdwijnt. Enkel de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid blijft bestaan, maar wordt omgedoopt tot de coöperatieve vennootschap (CV), as such.

Volgens het WVV moet het voornaamste doel van de CV er in bestaan te voldoen aan de behoeften van de aandeelhouders en/ of het ontwikkelen van hun economische/ sociale activiteiten. In de statuten moet expliciet worden opgenomen wat de coöperatieve finaliteit alsook de waarden van de vennootschap zijn.

Op basis van deze definitie zou kunnen geargumenteerd worden dat ook een professioneel samenwerkingsverband tussen vrije beroepen hieronder zou kunnen ressorteren, aangezien in dergelijk samenwerkingsverband aandeelhouders hun krachten bundelen om gezamenlijk hun economische activiteiten te ontwikkelen. Echter wordt in de memorie van toelichting van het WVV duidelijk verwezen naar de ICA beginselen (vrijwillig en open lidmaatschap, democratische controle door de leden, economische participatie vanwege de leden, autonomie en onafhankelijkheid, onderwijs, vorming en informatieverstrekking, samenwerking tussen coöperaties en aandacht voor de gemeenschap), waar dergelijke professionele samenwerkingsverbanden zelden zullen aan voldoen. Tevens heeft de minister van justitie hieromtrent verduidelijking verstrekt door op een parlementaire vraag uitdrukkelijk te antwoorden dat de CV onder het WVV niet meer in aanmerking komt voor de uitoefening van een vrij beroep.

Dit betekent dat het merendeel van de vandaag bestaande CVBA’s onder het nieuwe WVV niet langer kunnen gebruik maken van de rechtsvorm van de CV. Om aan de wensen van deze vennootschappen te voldoen werd evenwel in de BV de mogelijkheid ingevoerd om uit te treden met uitbetaling van een scheidingsaandeel uit het vermogen van de vennootschap en werd de intreding vereenvoudigd door de mogelijkheid van uitgifte van aandelen door het bestuursorgaan te voorzien.

Voor de volledigheid vermelden we dat de mogelijkheid tot het bekomen van erkenning van de coöperatieve vennootschap blijft bestaan. Ook de mogelijkheid tot het verkrijgen van erkenning als sociale onderneming blijft bestaan.

Typische kenmerken

De wetgever heeft niet al te veel gesleuteld aan  de typische kenmerken van de CV. De oprichting vereist immers nog steeds ten minste 3 oprichters en zal nietig zijn indien niet is voldaan aan deze vereiste. Indien de CV in de loop van haar bestaan minder dan 3 aandeelhouders telt, kan dit leiden tot een gerechtelijke ontbinding (tenzij de situatie binnen de door de rechter toegestane termijn wordt geregulariseerd). Aandelen van een coöperatieve vennootschap kunnen vrij worden overgedragen onder aandeelhouders. Aan derden kunnen slechts aandelen worden overgedragen indien zij behoren tot de door de statuten bepaalde categorieën en voldoen aan de statutaire vereisten om aandeelhouder te worden. Behoudens een in de statuten afwijkende regeling, is het bestuursorgaan bevoegd om over dergelijke overdrachten te beslissen.

Net zoals bij de BV, valt het vereiste van minimumkapitaal weg bij de CV. Vereist is nu dat de vennootschap bij oprichting over een voldoende toereikend eigen vermogen beschikt in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid.

Aandeelhouders kunnen in de CV nog steeds zonder statutenwijziging op aandelen inschrijven. Ook de mogelijkheid voor de aandeelhouder om ten laste van het vermogen van de vennootschap uit te treden blijft behouden.

Strikte naleving coöperatief gedachtengoed

Zoals reeds eerder gezegd, is een van de voornaamste vernieuwingen voor de coöperatieve vennootschap, het strikte nastreven van het coöperatief gedachtengoed. Professionele vennootschappen die zich vandaag de dag vaak verenigden in de vorm van een CV  omwille van de mogelijkheid vennoten uit te sluiten en ten laste van het vennootschapsvermogen te laten uittreden, zullen dan ook de grootste impact ondervinden van deze nu wel zeer strikte invulling.

Dat nauwlettende naleving vereist is, blijkt wel uit de mogelijkheid die het WVV voorziet dat iedere aandeelhouder, het openbaar ministerie of iedere belanghebbende derde de ontbinding kan vorderen indien de vennootschap niet voldoet aan de definitie opgenomen in het WVV.

Aanpassing aan het WVV

Indien een bestaande coöperatieve vennootschap geen actie onderneemt, valt hij vanaf 01/01/2020 van rechtswege onder de dwingende regels van de meest gelijkende rechtsvorm onder het WVV.

Voor de ‘oneigenlijke’ CVBA is dit de BV, voor de CVOA is dit de VOF. Op 01/01/2024 worden zij bovendien van rechtswege in één van deze rechtsvormen omgezet.

Voor de bepalingen die niet van dwingend recht zijn, zullen deze vennootschappen tot hun aanpassing aan het WVV echter nog steeds onder de oude regels uit het Wetboek van vennootschappen vallen.

Bij gebrek aan actie zal een ‘oneigenlijke’ CVBA dan ook in een onduidelijk statuut terechtkomen waarbij deze de dwingende bepalingen omtrent de BV dient toe te passen, terwijl deze voor de overige bepalingen het Wetboek van vennootschappen dient toe te passen. Dit leidt evenwel tot een bijkomende complexiteit aangezien het WVV geen duidelijke lijst bevat van regels die van dwingend recht zijn, en er dus mogelijk discussie zal ontstaan over welke regels al dan niet dienen te worden toegepast.

Om dergelijke grijze zone te vermijden, is het dan ook aangewezen om reeds voor 01/01/2020 pro-actief de vennootschap om te vormen naar de meest passende rechtsvorm onder het WVV.

Echter, ook indien uw vennootschap wél een strikt coöperatief gedachtegoed nastreeft, dan is het aangewezen om nog voor 1 januari 2020 actie te ondernemen en er voor te zorgen dat het coöperatieve doel duidelijk in de statuten vermeld staat. Zoniet loopt u het risico dat uw vennootschap ongewild onder de regels van de BV terechtkomt.

 

Deze artikels zijn voorbehouden voor publicatie in de nieuwsbrief Fiscale Wenken.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Liesl Aegten
Liesl Aegten
Associate Tax & Legal Services
Carl Boudewyn
Carl Boudewyn
Senior Manager Tax & Legal Services