Overslaan en naar de inhoud gaan
#Erfrecht #Erfbelasting #Verwerpen nalatenschap #Belastingen #Fiscaliteit

De fiscus buitenspel zetten door het verwerpen van de nalatenschap: kan dat?

maandag 25/02/2019
Signing documents

In het erfrecht hebben verschillende erfgenamen een reservataire aanspraak. Zij hebben dus recht op een minimum erfdeel. Sinds de nieuwe erfwet mag men vrij beschikken over de helft van zijn vermogen. Dit noemt men het beschikbaar deel. Als het beschikbaar deel overschreden wordt door giften, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen. Via de inkorting eisen de reservataire erfgenamen, in de mate dat het beschikbaar deel overschreden werd, hun erfdeel terug. Op deze manier verkrijgen de reservataire erfgenamen toch het erfdeel waar zij recht op hebben.

Artikel 921 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat enkel de reservataire erfgenamen zelf deze inkorting kunnen vragen. Alleen zij, en niemand anders, kunnen dit in principe eisen. Het arrest van het hof van beroep van Brussel van 12 april 2018 nuanceert één en ander.

De feiten

Het betrof een belastingplichtige met een grote openstaande belastingschuld, die hij niet kon betalen.

Op een gegeven moment overlijdt de moeder van de belastingplichtige nadat ze haar kleinkinderen, die de kinderen van de belastingplichtige zijn, had aangesteld als algemeen legataris. Deze begiftiging overschreed ruimschoots de reserve van de belastingplichtige (de zoon).

De belastingplichtige besliste de nalatenschap van zijn moeder te verwerpen en kon daardoor ook de inkorting niet meer vragen; door de verwerping was hij immers geen erfgenaam meer. De bedoeling van deze verwerping was duidelijk ervoor te zorgen dat de fiscus de erfenis niet kon aanslaan om de schulden te betalen.

Het Hof van beroep

De fiscus liet het hier natuurlijk niet bij. Zij eisten voor het hof van beroep de niet-tegenstelbaarheid van de verwerping van de nalatenschap door de belastingplichtige. Wanneer de verwerping niet tegenstelbaar is, kan zij namelijk in naam van de belastingplichtige de inkorting vorderen.

De fiscus gebruikt hiervoor de zogenaamde “Pauliaanse vordering” uit de artikelen 1167 en 788 van het Burgerlijk Wetboek. Op basis van deze artikelen kan de fiscus zich laten machtigen de nalatenschap toch te aanvaarden in naam van de belastingplichtige, voor zover de verwerping door de belastingplichtige tot doel had de schuldeisers te benadelen. Het hof van beroep acht deze intentie bewezen en liet de fiscus toe de nalatenschap namens de belastingplichtige te aanvaarden. De fiscus kon daarna makkelijk de inkorting tegen de begiftigde kleinkinderen vorderen op basis van artikel 1166 van het Burgerlijk Wetboek.

Het resultaat was uiteindelijk dat de kleinkinderen een deel van de erfenis die zij verkregen van hun overleden grootmoeder aan de fiscus moesten afstaan.Deze uitspraak hoeft niet te verbazen. In het verleden oordeelde de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt ook al dat de fiscus zich kan beroepen op artikel 788 van het Burgerlijk Wetboek om een nalatenschap te aanvaarden die eerder door de belastingplichtige werd verworpen.  

Kan alleen de fiscus dit “wapen” gebruiken ?

Nee, een verwerping van nalatenschap die gedaan wordt met het doel de schuldeisers te benadelen, kan doorbroken worden, ongeacht wie die benadeelde schuldeisers ook zijn! Ze moeten er wel voor naar de rechtbank trekken.

De moraal van het verhaal is dat het niet zomaar mogelijk is schuldeisers te benadelen door een nalatenschap te verwerpen. Dit kan enkel wanneer de verwerper goede redenen kan aanhalen voor deze verwerping. Het komt er dus op aan goed op voorhand na te denken en te argumenteren waarom de verwerping juist gebeurt.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Jo Roseleth
Jo Roseleth
Managing Partner Tax & Legal Services