Overslaan en naar de inhoud gaan
#Burgerlijke maatschap #Maatschappen #Vermogens- en successieplanning #Vennootschap #Schenking #Vennootschapsbelasting

De almachtige zaakvoerder van een burgerlijke maatschap : altijd fictie geweest ?

donderdag 29/11/2018
The all-powerfull manager

De burgerlijke maatschap is al lang een geliefde controlestructuur bij vermogensplanners. In veel gevallen willen schenkers hun vermogen niet volledig uit handen geven en wensen zij toch nog een zekere controle te behouden over hetgeen ze schenken. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers (vaak ouders of familieleden) nog steeds zeggenschap houden over de gang van zaken in het bedrijf.

De voordelen van het opzetten van een burgerlijke maatschap-structuur

Om meerdere redenen wordt de burgerlijke maatschap hiervoor als een geschikt instrument beschouwd. Enerzijds kan het door de ouders ingebrachte vermogen eenvoudig worden overgedragen door de deelbewijzen van de maatschap te schenken. Anderzijds kunnen de ouders door de dubbele techniek van het zaakvoerderschap van de maatschap en het voorbehoud van vruchtgebruik door de schenkers op de geschonken deelbewijzen toch een zekere controle en inkomsten behouden. Een ander niet te versmaden voordeel is dat het gaat om een eenvoudig onderhands contract waar weinig formaliteiten en dwingende wettelijke regels aan verbonden zijn. Zo is er geen tussenkomst van een notaris vereist en is de vrije regeling van de inbreng, het bestuur en duurtijd mogelijk. Daarnaast is de burgerlijke maatschap niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting omdat zij fiscaal transparant is, hetgeen op fiscaal vlak ook vaak interessant is.

De gevolgen van de structuur (oprichting maatschap, inbreng en schenking van de deelbewijzen) mogen echter niet worden miskend. De ouder-schenker-zaakvoerder mag zich niet gedragen alsof deze handelingen nooit hadden plaatsgevonden en het ingebrachte vermogen nog steeds volledig aan zijn heerschappij onderwerpen. Dergelijke miskenning van de opgezette structuur kan zowel problemen opleveren om de schenking te beoordelen als op vlak van het bestuur van de maatschap.

Inperking bestuursmacht door de rechtspraak?

Het arrest van het Gentse hof van beroep van 5 september 2018 handelt over het bestuur van de maatschap. Hoewel alle feiten van deze zaak niet bekend zijn, hebben we vernomen dat het erom gaat dat de zaakvoerder de maatschap bestuurde in zijn eigen belang, en niet in het belang van het gemeenschappelijke doelvermogen dat door de inbreng was ontstaan. De andere maten (in casu de kinderen) vorderden dat de bevoegdheid tot besturen van de zaakvoerder (vader) zou worden ontnomen en kregen gelijk van de rechter. Hoewel de controlebevoegdheid van de zaakvoerder-schenker vaak bijzonder ruim wordt omschreven in de statuten van de burgerlijke maatschap, mag men niet uit het oog verliezen dat de burgerlijke maatschap een doelgebonden vermogen is en blijft. De zaakvoerder van de maatschap moet bij het bestuur dus niet enkel zijn eigen belang in acht nemen, maar moet ook rekening houden met het belang van de andere maten.

Het hof van beroep stelt heel duidelijk dat “het mogelijk is dat de statutaire zaakvoerder zijn mandaat op zo’n wijze uitoefent dat hierbij het gevaar ontstaat dat het belang van de maatschap (waaronder het correct beheer van het gemeenschappelijk doelvermogen) wordt geschonden”.Het hof acht de argumenten van de maten wellicht voldoende overtuigend, want zij stelt een voorlopig bewindvoerder aan die het bestuur van de burgerlijke maatschap moet overnemen in het belang van alle maten. Het is ons voorlopig nog niet duidelijk in welke mate de zaakvoerder zijn plichten jegens de maten en maatschap had miskend. Sommigen stellen nu dat de zaakvoerder “niet langer Zonnekoning” is. Het zou accurater zijn om te stellen dat de zaakvoerder nooit Zonnekoning is geweest (hoewel sommige adviseurs het zaakvoerderschap misschien wel als zodanig de hemel hebben in geprezen).

Wij durven dus te stellen dat het arrest in wezen niets verandert en zeker geen reden tot paniek is. Het arrest bevestigt gewoon dat de zaakvoerder het ingebrachte (en weggeschonken) vermogen dient te beheren in het belang van alle maten, en niet louter in zijn eigen belang. Eigenlijk dus niets nieuws onder de zon. De burgerlijke maatschap blijft dus een uitstekende structuur voor vermogensplanning. In de meeste  gevallen zal de zaakvoerder zijn bevoegdheid op een redelijke manier uitoefenen. De rechtbanken zullen ook voorzichtig omspringen met de mogelijkheid om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen. Dit arrest maakt het wel voor iedereen duidelijk  dat de spelregels van de maatschap moeten worden gerespecteerd : het bestuur moet correct worden uitgeoefend in het belang van alle maten. Wie deze spelregels naleeft, heeft bijgevolg niets te vrezen! Aangezien er cassatieberoep werd ingesteld tegen dit arrest, zal dit arrest zeker niet de einde van de discussie zijn...

Neem contact op met een van onze adviseurs
Bert Lutin
Bert Lutin
Partner Tax & Legal Services