Overslaan en naar de inhoud gaan
#btw #Medische diensten #Esthetische ingrepen

Afschaffing btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen: Administratieve toelichting schept duidelijkheid

zaterdag 02/04/2016
Afschaffing beroepsbekwaamheid in Vlaanderen de gevolgen op een rijtje

De aangekondigde administratieve beslissing die de afschaffing van de btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen bespreekt, werd gepubliceerd. Deze beslissing licht de draagwijdte en btw-gevolgen van de afschaffing van deze btw-vrijstelling toe. Zij voorziet tevens in een aanvullende overgangsregeling.

Voorafgaand

Voor artsen geldt een btw-vrijstelling voor medische diensten. Deze btw-vrijstelling kent een ruime toepassing, zij is namelijk niet beperkt tot het verstrekken van medische zorg maar omvat alle verrichtingen die verband houden met de normale uitoefening van het medisch beroep. Recent werd de toepassing van de btw-vrijstelling echter beperkt. Vanaf 1 januari 2016 is de btw-vrijstelling immers niet meer van toepassing voor ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter. In haar lijvige beslissing E.T.127.740 licht de administratie de impact van deze beperking toe. Hieronder worden de hoofdlijnen van deze beslissing besproken.

Belaste ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter

De eerste vraag die naar aanleiding van de afschaffing van de btw-vrijstelling met betrekking tot de ingrepen en behandelingen met esthetisch wordt gesteld, betreft de vraag naar de omvang van deze afschaffing of (omgekeerd) het toepassingsgebied van de btw-belaste ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter. 

Belaste handelingen

Bij de invulling van de btw-belaste ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter, vervullen naast het begrip “esthetische karakter”, ook de RIZIV-nomenclatuur en de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (VGU-wet) met de daaruit voortvloeiende Koninklijke Besluiten, een centrale rol.

Opdat de ingrepen en behandelingen onderworpen zijn aan btw dienen volgende voorwaarden te worden vervuld:

  • De ingrepen en behandelingen hebben een esthetisch karakter en zij komen
    • hetzij niet voor in de RIZIV-nomenclatuur,
    • hetzij wel voor in de  RIZIV-nomenclatuur, maar zij beantwoorden niet aan de voorwaarden zoals vermeld in de VGU-wet

Gelet op bovenvermelde cumulatieve omschrijving van de voorwaarden volgt het predicaat “esthetisch karakter” voor de btw- kwalificatie niet uit de RIZIV-nomenclatuur of de VGU-wet, maar dient deze afzonderlijk beoordeeld te worden. De beslissing omschrijft de ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter als “behandelingen zonder enig therapeutisch of reconstructief doel, waarbij vooral beoogd wordt het lichaamsuiterlijk van een patiënt om esthetische redenen te veranderen”.

Gemengde handelingen

In de praktijk zijn de beoogde doelstellingen van de prestaties, alsook de prestaties van de arts niet altijd eenduidig te onderscheiden. De beslissing staat stil bij deze problematiek en maakt daarbij een volgend onderscheid.

  1. Prestatie - één ingreep/behandeling met  zowel esthetisch als niet-esthetisch doel

    In de praktijk bestaan situaties waarin een behandeling naast een esthetisch doel tevens een therapeutisch of reconstructief doel heeft of tevens een functioneel ongemak behandelt. In dergelijke situaties is de ingreep/behandeling mits uitdrukkelijke materiële en formele motivering door de arts, volledig vrijgesteld van btw.

    Dubbelzinnigheid: Op het eerste zicht lijkt de beslissing de uitgebreide toepassing van de btw-vrijstelling niet toe te passen wanneer de handeling niet voorkomt in de RIZIV-nomenclatuur. Op grond van de voorbeelden zoals opgenomen in de overzichtstabel lijkt echter de uitbreiding van de btw-vrijstelling ook in dergelijke situatie toepasselijk.
     
  2. Prestatie -  omvat verschillende behandelingen/ingrepen met al dan niet esthetisch karakter

    Eén opname kan verschillende, al dan niet met elkaar verbonden, ingrepen inhouden, waarbij sommige een esthetisch en andere een niet-esthetisch karakter hebben. In deze situatie dient het ereloon van de arts te worden opgesplitst tussen de esthetische en niet-esthetische handeling/ingreep en zijn de respectievelijke erelonen vrijgesteld van, dan wel onderworpen aan btw. Erelonen die niet eenduidig kunnen toegewezen worden aan de esthetische dan wel niet-esthetische behandelingen/ingrepen, genieten toch van de btw- vrijstelling.
     
  3. Verschillende behandelingsfasen

    Naast de eigenlijke behandelingen en ingrepen verricht de arts vaak voorbereidende prestaties (diagnose/voorgaande onderzoeken) en/of nazorg. Indien deze prestaties worden verricht in het kader van behandelingen/ingrepen met al dan niet esthetisch karakter, kan voor de voorbereidende prestaties (diagnose/voorgaande onderzoeken) enkel onder welbepaalde omstandigheden de btw-vrijstelling worden ingeroepen.

Medische samenwerkingsverbanden

Door de beperking van de btw-vrijstelling worden artsen vandaag mogelijk voor het eerst geconfronteerd met op hen rustende btw-verplichtingen. De beslissing omschrijft de verschillende btw-verplichtingen (o.a. registratieplicht, aangifteplicht) die in hoofde van de arts ontstaan. De beslissing  geeft met betrekking tot de verschillende samenwerkingsvormen die de arts kan aanwenden om zijn activiteit uit te oefenen (zoals de associatie, de doktersvennootschap, het ziekenhuis), een overzicht van de verplichtingen in hoofde van de in het kader van deze samenwerkingsvormen tussenkomende partijen.

De samenwerkingsverbanden bieden de mogelijkheid om de gevolgen van de beperking van de btw-vrijstelling in hoofde van de arts, te reduceren.

Vereenvoudigingsmaatregelen

De beslissing biedt de mogelijkheid om de administratieve lasten die gepaard gaan met de beperking van de btw-vrijstelling, te vereenvoudigingen. Met name worden de volgende twee vereenvoudigingen toegestaan:

  1. De ontheffing van de plicht in hoofde van de arts tot het indienen van een periodieke aangifte;
  2. De ontheffing van de plicht in hoofde van de arts tot de betaling van de verschuldigde btw;

In beide gevallen worden de betreffende verplichtingen overgedragen naar het ziekenhuis, de privé kliniek of een gemachtigde derde. Dergelijke overdracht veronderstelt het vervullen van welbepaalde formaliteiten (vb. schriftelijke overeenkomst arts en overnemer betreffende btw-plicht). Daarbij kan de arts de risico’s die gepaard gaan met een dergelijke overdracht trachten op te vangen. Een belangrijk onderscheid tussen de eerste en de tweede vereenvoudiging is dat de arts die zich beroept op de eerste vereenvoudiging geen recht op aftrek heeft, terwijl de arts die zich beroept op de tweede mogelijkheid wel recht op aftrek heeft met betrekking tot zijn prestaties voor ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter.

In het kader van de mogelijke vereenvoudiging verwijst de beslissing daarenboven naar de btw-vrijstellingsregeling die van toepassing is op de kleine ondernemingen en brengt zij in herinnering dat bij de bepaling van de eventuele “jaarlijkse 25.000 EUR drempeloverschrijding” geen rekening moet gehouden worden met de handelingen de vallen onder medische btw-vrijstelling. De beslissing stelt tot slot dat de btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen niet verenigbaar is met de twee hierboven vermelde ontheffingen van btw-verplichtingen.

Aftrek historische btw

De getroffen artsen genieten de mogelijkheid om de btw die historisch werd opgelopen op bedrijfsmiddelen voor X/5 en of X/15 in hun voordeel te herzien alsook de aangerekend btw op de niet verbruikte goederen of diensten, andere dan bedrijfsmiddelen, alsnog af te trekken. De getroffen arts dient daartoe uiterlijk op 30 juni 2016 een inventaris in te dienen bij zijn btw-controlekantoor.

Overgangsmaatregelen

De administratie is zich bewust de nood aan een administratieve beslissing. Gelet op het feit dat de publicatie van deze beslissing langer uitbleef dan gepland, voorziet de beslissing in een aanvullende overgangsregeling. Daarbij wordt de uiterste datum tot aanvraag van het btw-nummer uitgesteld van 31 maart  2016 naar 31 mei 2016. De overgangsregeling betreffende de verlengde toepassing van de btw-vrijstelling kent geen verlenging. Dit betekent dat de verlengde toepassing van de vrijstelling enkel geldt voor esthetische ingrepen waaromtrent ten laatste op 29 februari 2016 een overeenkomst met de patiënt werd afgesloten om de ingreep/behandeling op een welbepaalde datum uit te voeren en de ingreep/behandeling uiterlijk wordt uitgevoerd op 30 juni 2016.

Conclusie

Artsen die ten gevolge van de beperking van de btw – vrijstelling voor medische prestaties geconfronteerd worden met btw- plicht voor hun prestaties met betrekking tot behandelingen en ingrepen met een esthetisch karakter, dienen na te gaan welk btw – statuut (normale btw- plichtige of vrijgestelde kleine onderneming), dan wel welke vereenvoudigingsmaatregel het beste is in hun concrete situatie.

Neem contact op met een van onze adviseurs
Bert Derez
Bert Derez
Partner Tax & Legal Services